Privatisering energie niet in belang burger

In de kabinetsplannen om energiebedrijven te privatiseren is het publieke belang niet op de juiste manier gedefinieerd. De consument is niet gebaat bij een lage prijs nú, maar bij leveringszekerheid en een redelijke prijs op lange termijn, meent A. Doelman.

Dat de Nederlandse burger niet in opstand komt tegen de door minister Jorritsma (Economische Zaken) nagestreefde plannen om de energiebedrijven te privatiseren, is vreemd. Het zou te maken kunnen hebben met het feit dat de oude nutsbedrijven in de afgelopen vijftig jaar op een geruisloze manier en tegen een redelijke prijs energie hebben geleverd, daarmee rekening houdend met voortschrijdende milieu-inzichten. Er hoefde voor de financiering van de installaties en de netten nooit een beroep op de algemene middelen te worden gedaan. De sector financierde zichzelf.

De Nederlandse burger heeft kennelijk geen idee wat het betekent als de sector werkelijk in het ongerede zou raken. Zoiets behoeft nog niet eens op de schaal van Californië of Enron te zijn om al tot dramatische situaties te leiden. De vraag moet dan worden gesteld of een privaat-beursgenoteerd bedrijf het publieke energiebelang kan waarborgen. Zo'n bedrijf bestaat niet. Althans niet als rekening wordt gehouden met de eisen die er in de naaste toekomst aan zo'n bedrijf worden gesteld.

Als omzet, winst, aandeelhouderswaarde en emolumenten voor het management vooropstaan, raakt het publieke belang langzaam maar zeker in de coulissen.

Wat heeft de burger aan peperdure reclamecampagnes met de meest ridicule claims, dure sponsorcontracten voortkomend uit de hobby van de topman, en branchevreemde activiteiten?

Schoon producerende eenheden in Nederland gaan in de mottenballen of worden verkocht. Inkoop in het buitenland is goedkoper. Binnen de kortetermijndoelstelling die men hanteert om beurswaarde op te krikken, geeft men de voorkeur aan handel in energie, in plaats van productie binnen de afzetregio. Van Enron was bekend dat de dagelijkse handel in energie de fysieke productie en afzet duizendvoudig overtrof. Leuk voor de handelaren, nuttig is anders. De door de energiebedrijven neergezette kortetermijndoelstelling brengt een reeks nadelen voor de burger/consument met zich mee.

Afhankelijkheid van buitenlandse producenten, die hun momentane overcapaciteit te gelde maken.

De sturing door een democratisch gekozen overheid bij de inzet van grondstoffen wordt moeilijk, zo niet onmogelijk. Hier speelt ook een strategisch belang met een buitenlands-politieke dimensie. Vergelijk dit met de oude situatie, waar de provinciale energiebedrijven, gecoördineerd door de SEP, jaarlijks het Elektriciteitsplan indienden, waarmee dan weer voor een reeks van jaren de verdeling van de productie over de regio's werd vastgelegd, alsmede de spreiding over de grondstoffen. Tegelijk werden de noodzakelijke investeringen goedgekeurd.

Men kan van een private onderneming niet verwachten dat zij haar klanten aanspoort om zuinig te zijn met het geleverde product.

Inkoop van stroom in het buitenland betekent dat het koppelnet verzwaard moet worden. Dit net is oorspronkelijk bedoeld en ontworpen om de pieken en dalen tussen de regio's op te vangen, alsmede als buffer bij calamiteiten. Het is zeker niet toereikend om bijvoorbeeld de Randstad te voeden uit Duitsland.

Het management van private bedrijven is duurder dan van semi-overheidsinstellingen, en minder doorzichtig waar het zijn doelstellingen betreft.

Van de administratie worden bij keuzevrijheid topprestaties verwacht. Immers, als particuliere klanten (zo'n zeven miljoen) gaan kiezen, betekent dat zoveel als een verhuizing. Meterstanden afrekenen met de oude leverancier, inclusief betaalde voorschotten, heffingen en lokale belastingen, nieuwe voorschotten vaststellen. De huidige Nuons kunnen dat niet aan.

De klant moet zeker een jaar wachten om te zien of hij goedkoper uit is. Als dat door wijzigende taxen et cetera überhaupt wel te beoordelen is. Probeer maar eens uit te rekenen wat de gemiddelde kilowattuurprijs is.

Als de energiebedrijven in buitenlandse handen vallen, verdwijnt de zeggenschap definitief uit onze regio's. Of ze komen na uitgewoond te zijn weer in de aanbieding. Zie Reliant/USA die na twee jaar Una weer te koop zet, echter na eerst wat centrales verkocht te hebben.

Het kortetermijnbelang van de energiebedrijven leidt tot kapitaalvernietiging op grote schaal. Het Duitse REW zit bijvoorbeeld zo ruim bij kas, dat analisten schatten dat het bedrijf bij overnames veel te veel betaalt.

De grote buitenlandse bedrijven zijn vaak conglomeraten met veel branchevreemde activiteiten. Het nutsbelang staat daar zeker niet voorop.

De minister probeert deze nadelen te ontlopen door de energiebedrijven te vangen in een gecompliceerd net van juridische en economische eigendomsverhoudingen, prestatiecontracten en nog zowat. Afgezien of dit werkt, brengt het in ieder geval een flinke controlerende bureaucratie met zich mee. Het zou beter zijn als ze een poging deed het publieke energiebelang beter te definiëren. Onderdeel hiervan zou ten minste moeten zijn de vaststelling dat de Nederlandse burger/consument niet gebaat is bij een lage prijs nú, maar bij leveringszekerheid en een redelijke prijs op lange termijn. En daarmee het energiedeel binnen het pakket eerste levensbehoeften zekerstellend. Daar ligt de uitdaging. Dat vraagt om een andere visie dan momenteel in Den Haag zichtbaar is.

Een blauwdruk voor een nieuwe opzet van de energiesector zou de volgende elementen moeten bevatten:

Organiseer de elektriciteits- en gasbedrijven in de vier grote clusters zoals die nu bestaan.

Beperk ze tot de kernactiviteiten, dus alleen elektriciteit, gas, warmte en CO2.

Produceer tachtig tot honderd procent van de behoefte (uitgezonderd gas) binnen de eigen regio.

Zorg voor reservecapaciteit om calamiteiten in het koppelnet op te vangen.

Stel in vijfjarenplannen de verdeling over de grondstoffen vast, waarbij het aandeel duurzaam jaarlijks moet stijgen. Stel deze plannen jaarlijks bij als de internationale brandstofsituatie dat vraagt.

Maak alle aangeslotenen (in ruil voor de mogelijkheid om te kiezen) tot certificaathouder, met het recht jaarlijks in discussie te gaan met het management.

Breng de voor- en tegenstanders van bepaalde vormen van energie-opwekking met elkaar in debat, en voorkom gerechtelijke procedures die tot eindeloos uitstel van nieuwe en duurzame vormen van energie leiden.

Breng de prioriteitsaandelen onder bij stichtingen met een heel heldere en eenvoudige doelstelling: energie nu, energiebesparing en ontwikkeling van duurzame bronnen. De besturen van de stichtingen vormen samen de Energiekoepel Nederland.

Een probleem zou kunnen ontstaan als toekomstige Europese regelgeving zou afdwingen dat de klant buiten de eigen regio mag winkelen. Immers, binnen het geschetste systeem mogen alleen de energieclusters in de grensgebieden zaken doen met de buren. We moeten ons afvragen of Brussel zoiets zou willen afdwingen, als de geschetste situatie onderdeel is van een doordacht energie/milieubeleid voor de lange termijn.

Ing. A. Doelman is werkzaam geweest als product-manager bij een technische handelsmaatschappij.