Palestijnen zitten zonder water en stroom

In de bezette Palestijnse steden is een normaal leven niet meer mogelijk. Alleen Yasser Arafat krijgt van het Israëlische leger voedsel, zoals 66 doosjes kaas, 55 blikjes sardines en 23 blikken tonijn.

De Israëlische regering heeft vorige week aan het begin van haar grote offensief op de Westelijke Jordaanoever tegen Palestijnse terreur verzekerd dat de burgerbevolking geen mikpunt zou zijn. Maar onder de door het leger afgekondigde uitgaansverboden en in het bestuurlijk vacuüm als gevolg van de verlamming van het Palestijnse Gezag is in de bezette Palestijnse steden geen normaal leven meer mogelijk. Het Vaticaan veroordeelde gisteren de ,,onrechtvaardige omstandigheden en vernederingen'' die het Palestijnse volk zijn opgelegd.

In Bethlehem, dat dinsdagochtend werd bezet, lagen gewonde en gedode Palestijnen, burgers en strijders, in de straten en in appartementen. Gistermiddag kregen ambulances toestemming hen weg te halen. Een vertegenwoordiger van het Internationale Rode Kruis (ICRC) die bemiddelde tussen de Palestijnse Rode Halve Maan en het Israëlische leger, werd door de Israëliërs tweemaal met een vuurwapen bedreigd, aldus het ICRC. Een Israëlische woordvoerder zei dat het leger er in het algemeen geen belang bij had het werk van hulpdiensten te belemmeren.

De eerste ambulance haalde twee gewonden op, en de lijken van Sumiya Abda en haar zoon Khaled en van een onbekende man. De 64-jarige Sumiya en haar 37-jarige zoon werden dinsdagavond door Israëlische schoten gedood, volgens Palestijnse getuigen omdat ze hadden geweigerd de deur van hun winkeltje voor Israëlische militairen te openen.

Sami Abda, een zoon die de aanval heeft overleefd, zei dat het leger eerst had geschoten op het appartement op de eerste verdieping. De familie was naar het winkeltje beneden gevlucht, en had geweigerd de deur open te doen toen de soldaten aanklopten ,,omdat ze bang waren''. ,,Ze hebben geschoten, ze hebben geschoten, maar waarom? Dit is een huis, een huis'', riep Sami Abda.

In het centrum van Bethlehem spoot gisteren water uit door tanks en pantservoertuigen beschadigde leidingen. Talrijke auto's zijn platgewalst of uitgebrand. Ook winkels zijn uitgebrand. ,,Ze zijn bij mij gekomen, ze hebben alles kapotgemaakt'', zei een oude vrouw huilend vanachter haar halfopen deur. ,,Het is waanzin'', zei een andere oude vrouw. ,,We hebben de hele nacht gevechten gehoord. We hebben geen water om brood te maken en de bakkerijen zijn dicht. We eten bonen en soep.'' Op het Plein van de Kribbe duurde de krachtproef vanochtend tussen het Israëlische leger en ongeveer 120 Palestijnen in de Geboortekerk nog voort.

In Ramallah, sinds vrijdag bezet, hoopte het vuil zich op in de straten onder het waakzaam oog van Israëlische scherpschutters op de daken. Ook hier zijn riolen en leidingen beschadigd door de Israëlische tanks en pantservoertuigen. Ze worden niet gerepareerd omdat de gemeentearbeiders niet op straat kunnen komen. Palestijnse politie en andere veiligheidsdiensten houden zich schuil voor het Israëlische leger, maar dieven durven er niet van te profiteren en blijven ook binnen.

Grote delen van de stad en de omliggende dorpen zitten zonder stroom. De meerderheid van de bevolking is dus, zonder radio en televisie, van de buitenwereld afgesneden. De directeur-generaal van het Palestijnse ministerie van Milieu in Ramallah waarschuwde gisteren voor een milieuramp in de stad als gevolg van het ineenstorten van de water- en elektriciteitsvoorziening en het zich ophopende vuil in de straten. Zich bewust van het risico van grote humanitaire problemen hief het Israëlische leger gisteren voor enkele uren het uitgaansverbod op zodat de bevolking levensmiddelen kon inslaan. Maar veel mensen bleven voor de zekerheid binnen.

De Palestijnse leider Yasser Arafat, die met tientallen medewerkers en vredesactivisten vastzit op de begane grond van zijn hoofdkwartier, dat verder helemaal door de Israëliërs is overgenomen, hoefde geen boodschappen te doen. Het Israëlische leger leverde hem onder andere 66 doosjes kaas, 55 blikjes sardines, 23 blikken tonijn, 600 pittabroden en mineraalwater. Volgens het Israëlische leger kreeg hij ook 66 kilo koffie en rundvlees in blik, dat onder Israëlische gevechtseenheden als vergif bekendstaat. Een spotprent in de krant Ha'aretz toonde Arafat voor een geopend blik rundvlees met de tekst: ,,Ze proberen me te vermoorden.'' Het leger meldde Arafat ook medicijnen, waaronder antibiotica en pijnstillers, te hebben geleverd, wat door de Palestijnen werd tegengesproken. Volgens een Israëlische legerwoordvoerder is Arafat zelf echter in ,,uitstekende'' gezondheid.