Hulp VS aan Colombiaanse cocaboeren heeft `geen effect'

Een Amerikaans hulpprogramma dat Colombiaanse boeren er toe moet bewegen geen coca meer te verbouwen, het gewas waarvan cocaïne wordt gemaakt, heeft zo weinig effect dat het wordt stopgezet.

Uit een interne studie van U.S. AID, het Amerikaanse agentschap voor ontwikkelingshulp aan het buitenland, blijkt dat van de 38.000 Colombiaanse boeren die hebben toegezegd de productie van cocaplanten te zullen staken, slechts een klein percentage dat ook heeft gedaan. Het programma voorziet in financiële hulp aan de boeren bij de omschakeling naar alternatieve gewassen. Maar zij ontvangen pas geld wanneer zij hun cocaproductie hebben stilgelegd en vernietigd.

Het rapport van U.S. AID, aangehaald in de Amerikaanse krant Los Angeles Times, zegt dat Putumayo, het hart van de Colombiaanse cocaproductie, feitelijk ongeschikt is voor het planten van de meeste alternatieve gewassen. Voorts zouden maar weinig boeren vertrouwen hebben in de Colombiaanse regering, via welke de financiële hulp moet worden verstrekt. U.S. AID heeft ook geklaagd dat de cocaplantages in Putumayo niet te controleren zijn omdat een groot deel van het gebied is bezet door paramilitaire milities.

U.S. AID heeft inmiddels besloten dat de 52 miljoen dollar die voor het project waren bestemd, besteed zullen worden aan infrastructurele projecten en andere hulpprogramma's.

Het falen van het programma geeft aan dat de niet-militaire oplossingen van Plan Colombia, het antidrugsoffensief dat door de Verenigde Staten wordt gesteund, opraken. Washington heeft meer dan een miljard dollar gestoken in de bestrijding van de productie van en handel in drugs in Colombia. Het merendeel van dat geld is bestemd voor militair materieel en training. De meeste verdovende middelen die in de Verenigde Staten worden verhandeld, worden in Colombia geproduceerd.

De Colombiaanse regering heeft gezegd dat zij ook zonder hulp van de Verenigde Staten de verbouw van alternatieve gewassen zal stimuleren. Maar Bogotá heeft toegegeven dat slechts drie procent van de 35.000 hectare aan cocaplantages daadwerkelijk op andere gewassen is omgeschakeld.