Hommage aan verfijnd collectioneur

Uit het zelfportret dat Frits Lugt in 1901 signeerde spreekt een raadselachtige voorlijkheid. De ietwat houterige potloodtekening toont het onberispelijk gekapt hoofd van een jongeman met een fris gezicht boven een stijf boord. Het is moeilijk te geloven dat de ouwelijke kleding en de zelfbewust vorsende blik toebehoren aan de zeventienjarige jongen die Lugt was toen hij het portret tekende.

In die tijd zette Lugt, als medewerker van een veilinghuis, zijn eerste stappen in de wereld van de kunsthandel, had hij zijn eerste kunsthistorische boek al voltooid - een met de hand geschreven en gedeeltelijk zelf geïllustreerde biografie van Rembrandt - en zijn eerste kunstaankoop gedaan, een kleine ets van diezelfde kunstenaar. Het was het begin van een glansrijke carrière van kunsthandelaar, verzamelaar en onderzoeker. Een keuze uit de collectie zeventiende-eeuwse schilderijen die Lugt in de decennia die zouden volgen bijeenbracht, is nu te zien in het Mauritshuis in Den Haag.

De catalogus en de bijschriften bij de krap veertig schilderijen laten geen misverstand bestaan over de bijzonderheid van de werken die voor deze presentatie zijn uitverkoren. Als je er op gaat letten, is het bijna lachwekkend om om de haverklap te lezen dat een werk `zeldzaam', `uitzonderlijk' of `enigszins apart staand' is. Maar het valt niet te ontkennen dat Lugt een neus had voor het atypische in het werk van beroemde en minder beroemde kunstenaars. Zo is er van Hendrick Averkamp, die bekend staat als een schilder van ijsgezichten, een warm-zomers riviergezicht met op de achtergrond zijn woonplaats Kampen. Van Jan Asselijn, die juist excelleerde in zonovergoten mediterrane landschappen, bezat Lugt nu net een wintergezicht. En van een andere Italianisant, Nicolaes Berchem, koos Lugt een aantrekkelijk doek dat in intensiteit van licht en kleur aansluit bij zuidelijke landschappen die de meester placht te schilderen, maar dat een topografisch correcte weergave toont van het Utrechtse dorp Loenen aan de Vecht.

De enthousiaste karakteriseringen in de catalogus slaan door naar een wat bedenkelijker kant bij een mooi vrouwenportret van Jan de Bray waarin de geportretteerde in een eenvoudige compositie ten halven lijve afgebeeld tegen een donkere achtergrond. Het werk sluit daarmee aan bij een stroming in de zeventiende-eeuwse kunst die classicisme wordt genoemd. Daarmee valt dit portret op in de tentoonstelling, maar de catalogus schrijft dat het `uitzonderlijk' is omdat het, al voor de recente herwaardering voor het classicisme, vaak geëxposeerd is geweest.

Ook van het schilderij Koning Cyrus schenkt de tempelschatten terug (1660) van Thomas de Keyser wordt gemeld dat het een `uniek' werk in het oeuvre van deze kunstenaar is. Met die uniciteit valt het in ruimere zin wel weer mee, als blijkt dat het geen eigen inventie van De Keyser betreft, maar een vrije kopie naar een ontwerp van Pieter Lastman voor een gebrandschilderd glas in de Zuiderkerk van Amsterdam.

In de context van de collectie is het, zoals ook in de catalogus te lezen valt, veel opmerkelijker dat dit schilderij, dat een verhaal uit het Oude Testament vertelt, een van de weinige historiestukken is die Lugt heeft verzameld. Voor hem moet het werk een speciale waarde hebben gehad omdat hijzelf als eerste het oorspronkelijke ontwerp van Lastman aan die kunstenaar had toegeschreven, en een opschrift op het schilderij - `P Lastman inventor' - hem daarin gelijk gaf. Daarmee is het doek een goed voorbeeld van Lugts in elkaar grijpende activiteiten van connaisseur en onderzoeker, handelaar en verzamelaar.

De keuze van de werken en de nadruk op dit soort wetenswaardigheden, maken de tentoonstelling vooral tot een hommage aan de verzamelaar. Niet voor niets gaat aan de beschrijving van de werken in de catalogus een biografisch essay vooraf, waarin Ella Reitsma uitvoerige beschrijvingen geeft van de carrière van Frits Lugt - van gemankeerd kunstenaar tot gefortuneerd kunsthandelaar en van autodidact kunstwetenschapper tot gerespecteerd collectioneur.

Tekenend is de keuze om Lugts zelfportret uit 1901 in de tentoonstelling op te hangen naast Jan van Ravesteyns mooie, levendige portret van Hugo de Groot op zestienjarige leeftijd (1599). Natuurlijk staat het weer `tamelijk op zichzelf' en heeft het een voor een portret `zeldzame' ronde vorm, maar het is vooral een werk dat Lugt al vroeg verwierf, omdat hij grote bewondering koesterde voor de zeventiende-eeuwse geleerde, een wonderkind als hijzelf.

Tentoonstelling: Een kwestie van kiezen; Hollandse 17de-eeuwse schilderijen uit de collectie-Frits Lugt. Mauritshuis, Den Haag. T/m 30/6. Catalogus (Engelstalig; Uitg. Waanders): 244 blz., E 24,90. Inl 070-3023435 of www.mauritshuis.nl