Geen enkele vreemdeling gedagvaard

Het speciale Novo-team van justitie dat belast is met de opsporing van oorlogsmisdadigers onder asielzoekers en vreemdelingen, heeft sinds 1998 geen enkele dagvaarding bij de rechtbank weten aan te brengen.

De meeste opsporingsonderzoeken zijn in een vroegtijdig stadium gestaakt wegens gebrek aan bewijs. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Utrecht naar de werkwijze van het team over de periode januari 1998 tot juli 2001.

De Nederlandse wet heeft niet belemmerend gewerkt bij de opsporingsdossiers, zo wordt in het onderzoek geconcludeerd. Wel moest vaak worden gewerkt met onbetrouwbare of getraumatiseerde getuigen, was rechtshulp in het land waar de oorlogsmisdaden waren gepleegd moeilijk te verkrijgen en waren de meeste onderzochte delicten in een ver verleden gepleegd.

Begin dit jaar onderzocht het Novo-team 176 dossiers waarin mogelijk sprake was van oorlogsmisdadigers. Daarbij ging het om zogeheten F1-dossiers over afgewezen asielzoekers, omdat de Immigratie- en Naturalisatiedienst aanwijzingen had dat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid.

Ook in deze dossiers – in 152 gevallen betrof het overigens Afghaanse asielzoekers – vond het Novo-team geen aanknopingspunten voor bewijzen van persoonlijk daderschap. Wel leverden 36 onderzoeken naar verdachten aanknopingspunten voor bewijs op dat de verdachte niet zelf oorlogsmisdaden had gepleegd, maar die wel had toegelaten.

Ook andere landen zijn nauwelijks in staat om oorlogsmisdadigers onder vluchtelingen op te sporen, zo blijkt uit het onderzoek. Het bewijs berust vaak op anoniem afgelegde getuigenverklaringen die in een strafzaak op basis van jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens veelal niet bruikbaar zijn.

Alleen oorlogstribunalen hebben succes met het opsporen en berechten van oorlogsmisdadigers, aldus de onderzoekers. Strafzaken die in het buitenland wel met succes zijn afgerond, ,,moeten gekenschetst worden als toevalstreffers die konden plaatsgrijpen, omdat een groot aantal getuigen zich bevond in het land dat de strafzaak voerde.''

Minister Korthals (Justitie) heeft eind vorig jaar al besloten om aan het Novo-team van twaalf man zestien rechercheurs toe te voegen. In een deze week aan de Tweede Kamer verstuurd Plan van Aanpak schrijft Korthals dat het team verder wordt uitgebreid met specialisten op het gebied van militair en internationaal strafrecht alsmede met historici, politicologen, cultureel antropologen en juristen. Opsporing van oorlogsmisdadigers komt verder voortaan onder het gezag te staan van landelijk parket van het openbaar ministerie.