Een fort achter een haag van amandelen

Dit weekend herdenkt Zuid-Afrika de komst van Jan van Riebeeck, vijftig jaar na de oprichting van de VOC. Wat als een verversingsstation halverwege naar het oosten begon, groeide uit tot een heuse kolonie. Nu wil de inheemse bevolking schadevergoeding.

Deze week: de getroubleerde erfenis van de Compagnie in Kaapstad.

`Zie je die man daar?'' Calvin Cornelius wijst naar de schim bij het stoplicht in Adderley Street, Kaapstad, die zijn armen diep in de prullenbak steekt. Met zijn broek bijna op de knieën zet de zwerver gretig de tanden in wat hij in het duister heeft gevonden. ,,Die man is zijn zelfrespect kwijt,'' zegt Cornelius. ,,Deze maatschappij heeft het hem afgenomen, zoals de VOC de Khoisan hun eigenwaarde heeft afgenomen.''

`Chief' Cornelius is een diep gekwetst man. Hij herhaalt het telkens weer als de auto de hoek omgaat en een ander aandenken aan de komst van de Hollanders naar Zuid-Afrika door de beslagen ruiten zichtbaar wordt. De standbeelden van Jan van Riebeeck en zijn vrouw aan het begin van de straat, waar Adderley nog Heerengracht heet. Het Kasteel van de Goede Hoop aan Strandstraat. De Groote Kerk, thuis van de Nederduits Gereformeerde Kerk. Het presidentiële onderkomen De Tuynhuys, ingeklemd tussen de parlementsgebouwen ten zuiden van Waalstraat. Monumenten uit een tijdperk dat overmorgen precies 350 jaar geleden begon. Op 6 April 1652, vijftig jaar na de oprichting van Vereenigde Oost-Indische Compagnie, bereikten de schepen van Jan van Riebeeck de Cabo de Boa Esparance.

Voor blank Zuid-Afrika was het lange tijd het begin van de geschiedenis van Zuid-Afrika. Voor Calvin Cornelius het einde van de onschuld en de economische macht van `zijn volk', de inheemse Khoisan bevolking. Cornelius geeft zich uit als de `Paramount Chief' van de Khoisan, hoewel hij pas drie jaar geleden ontdekte dat hij een Khoisan is. De kralen om zijn nek en de houten staf waarmee hij door de stad stapt, moeten zijn positie als leider van een `vernederd' volk bevestigen. Een groot deel van de dag besteedt hij aan het berekenen van de economische schade die de Khoisan hebben geleden als gevolg van de komst van de VOC. Recentelijk heeft hij zijn oog laten vallen op het Victoria & Alfred Waterfront, het meest winstgevende winkelcentrum van Kaapstad dat in 1990 vanuit de havens in Tafelbaai oprees. ,,Wij hebben het management van het Waterfront laten weten dat mijn mensen 45 procent van de gemaakte winst wensen te ontvangen. We hebben recht op royalty's voor het gebruik van ons land.''

De VOC wilde het land aanvankelijk alleen gebruiken als revitailleringspost, niet als kolonie. Halverwege de reis naar het oosten waren de bemanningen van de schepen zwak en misselijk van de scheurbuik, soms op sterven na dood. Verse groenten en drinkwater waren letterlijk van levensbelang. De ogen van de Portugezen, die aan het eind van de vijftiende eeuw om de Kaap zeilden, waren tot die tijd gericht geweest op de oostkust van Afrika en India. De woeste zuidooster die om de `Cabo de Tormenso' waait en over de eeuwen honderden schepen naar de oceaanbodem heeft gejaagd, boezemde Bartholomeu Dias en Vasco da Gama zoveel angst in, dat ze hun behoefte aan rust en vers drinkwater ophielden tot hun karvelen in rustiger wateren waren.

De Britten kwamen in de vroege zeventiende eeuw even aan land, maar voeren altijd snel weer door. De Hollanders deden hetzelfde – totdat in 1647 het schip Haerlem schipbreuk leed en de bemanning elf maanden lang moest overleven in Tafelbaai. Pas toen ging er bij de Heren Zeventien een lichtje branden. Vijf jaar later stuurden de bewindhebbers van de VOC opperkoopman Van Riebeeck er op uit. Missie: ,,'t maecken van een Fort ende Thuijn'', een verversingsstation voor de schepen op de handelsroute tussen Holland en Batavia.

`Van Riebeeck was een keurige ambtenaar'', mompelt de man die in een achterkamertje van het Kaapse archief diep gebogen zit over de eeuwenoude resoluties van de Politieke Raad van de VOC. Met zijn grijze haren over zijn voorhoofd gekamd studeert Dan Sleigh al jaren in deze kamer, met behulp van Nederlands onderzoeksgeld. Met genoegen spreekt hij over de registratiecultuur die de Hollanders naar Zuid-Afrika brachten. ,,Terwijl de linkerhand de Khoisan aan de kant schoof, noteerde de rechterhand hoe het gebeurde.'' Sleigh geldt als een van Zuid-Afrika's meest vooraanstaande historici. In zijn laatste historische roman Eilande beschrijft hij in detail hoe de matrozen en soldaten van Van Riebeeck de ruilhandel introduceerden in de Kaap. Tabak en brandewijn in ruil voor `beeste en skape'.

De richtlijnen uit Amsterdam schreven een zo beperkt mogelijk contact voor met de lokale bevolking. Journalist Allister Sparks noemt dat in The Mind of South Africa `de amandelhaagmentaliteit': de Hollanders stichtten binnen een haag van amandelen een nederzetting die zich van Afrika en de bevolking afzonderde. De VOC legde in wetten vast dat de Khoisan `buitenlanders' waren. ,,Buitenlanders in hun eigen geboorteland, dat een stukje Europa was geworden.''

Het resultaat was dat Van Riebeeck zich zag geconfronteerd met een probleem dat de Hollandse economie vaker zou plagen: arbeidstekorten. Zijn missie, het bouwen van een fort en het aanleggen van een tuin voor groenten en fruit, stelde hij zeker door twee beslissingen te nemen die dramatische gevolgen zouden hebben. Slaven moesten van elders komen, uit Indonesië, Maleisië, Indo-China, Ceylon, India, Madagascar, Mozambique. En de VOC gaf in 1657 toestemming tot de vrijstelling van een aantal werknemers in dienst van de handelsonderneming. Deze `vrij burghers' kregen het recht om particuliere boerderijen te beginnen in Rondebosch, ten oosten van de Tafelberg.

Een klimtocht naar de hoogste delen van het centrum van Kaapstad, de Bokaap, laat vandaag nog zien hoe de komst van de slaven uit het oosten het landschap van Zuid-Afrika voorgoed heeft veranderd. Een wijk gedomineerd door moskeeën, vrouwen in boerka's, mannen met fezzen. Families met namen als Februari, April, September, naar de maanden waarin ze officieel als slaven werden geregistreerd. Ze spreken een taal die veel weg heeft van het hedendaagse Nederlands maar zeggen baie in plaats van veel, kierie in plaats van stok, abba in plaats van rug. Woorden die met de slaven uit het oosten van Indië naar Afrika kwamen.

De bevolking op het Kaapse schiereiland groeide niet alleen gestaag door de toevoer van de slaven, maar ook door het contract-vrij maken van steeds meer voormalig VOC-personeel. Ook blanke vrouwen maakten de lange zeereis naar het zuiden, op uitnodiging van de `vrij burghers' die nu met een eigen bedrijf op hun naam gouden bergen konden beloven. De Kaap begon steeds meer op een kolonie te lijken.

Onder het gouverneurschap van Simon van der Stel, 27 jaar na Van Riebeeck's landing, vestigden de `vrij burghers' zich verder landinwaarts, in de bosrijke Kaapse Vlakte. Stellenbosch prijkt nu op de meeste etiketten van de flessen wijn die de boerderijen in de omgeving produceren en vooral in Europa niet zijn aan te slepen. Met dank aan de 180 Franse Hugenoten die tegen het einde van de zeventiende eeuw hun vlucht voor Lodewijk de Veertiende in het nabijgelegen Franschhoek eindigden.

,,Stellenbosch is een lekker klein dorpie'', lacht emeritus universitair docent geschiedenis Jan Visagie als hij langs de plaatselijke VOC-monumenten kuiert. Zijn oude stamvader Pieter Visage behoorde tot de eerste `vrij burghers' die zich langs de rivier vestigden. Mannen die zich Afrikaners noemden, omdat ze nu van Afrika waren en niet meer naar Europa terug wensten te gaan. Mannen die na hun vrijstelling met torenhoge schulden zaten opgezadeld, omdat de VOC bij het aangaan van een contract altijd voorschotten uitbetaalde. ,,Ze hadden het zwaar toen. Ook omdat de Hottentotten hun vee bleven stelen.'' De Hollanders noemden de inheemse bevolking het liefst Hottentotten, dat lag lekker in de mond.

Tussen de VOC en de `vrij burghers' ontstond hoe langer hoe meer wrevel: hun economische belangen liepen steeds verder uiteen. De VOC ergerde zich aan de hoeveelheid tabak die de `vrij burghers' gaven aan de Khoisan, in ruil voor vee. Veel meer dan de VOC bereid was te geven. De `vrij burghers' op hun beurt stoorden zich aan de krenterigheid van de VOC, die alleen minimumprijzen wilde betalen voor de producten die van de particuliere boerderijen kwamen. En de Khoisan trokken in alle gevallen aan het kortste eind. De VOC had het land dat zij al eeuwen gebruikten, nodig voor zichzelf of voor de `vrij burghers'.

Verontwaardigd was de VOC als de Khoisan in opstand kwamen, wat in de anderhalve eeuw onder Amsterdams bestuur herhaaldelijk voorkwam. Zonder de wapens waarmee de kolonisten het gezag handhaafden, was de strijd van de Khoisan bij voorbaat verloren.

De blanke families bleven groeien. Steeds meer zonen hongerig naar land en kapitaal werden geboren en zij drukten de Khoisan steeds verder weg. Het was deze brute onteigening die volgens Allister Sparks ,,in combinatie met slavernij en goedkope arbeidskracht tot het ontstaan van de instituties en gewoonten van de apartheidssamenleving zou leiden''.

Volgens sommigen heeft ook Calvijns leer van de voorbeschikking die met de eerste VOC'ers en de Hugenoten naar Afrika kwam, geleid tot de overtuiging onder de blanke Afrikaners dat ze een uitverkoren volk zijn. Superieur aan de `wilden' en `het miserabel volk' dat ze volgens de oudste logboeken bij hun aankomst in Afrika tegenkwamen. Dat geloof bleef langer dan de VOC, die na de Slag van Muizenberg in 1795 het gezag over Kaap moest overdragen aan de Britten.

Vierhonderd jaar na de oprichting van de VOC en 350 jaar na de komst van Jan van Riebeeck praat Zuid-Afrika vooral door de pijn van apartheid niet graag over de verdiensten van de VOC. Op grote schaal verdwijnen plaatsnamen en straatnamen omdat ze herinneren aan koloniale tijden die door het apartheidsregime te lang zijn verheerlijkt. Kaapstad discussieert over het weghalen van de standbeelden van Van Riebeeck. De Khoisan denken na over schadevergoedingen.

De wijn, het fruit, de architectuur, de taal, de religie maakt Zuid-Afrika al 350 jaar tot een buitenbeentje op het continent. De infrastructuur die met de VOC en later met de Britten naar Zuid-Afrika kwam is het fundament voor een economie die meer dan tweederde van het bruto nationaal produkt van sub-Sahara Afrika verdient. Eigen aan het kapitalistisch systeem dat de blanken met zich meebrachten, gaat het al eeuwen ten koste van een onderklasse die moet overleven in krotten langs de snelweg. De regering van Zuid-Afrika die tegenwoordig alle kleuren in het land vertegenwoordigt, probeert die ongelijkheid met man en macht weg te werken. De president noemt dat een African Renaissance, die met behulp van het Zuid-Afrikaanse kapitaal een heel continent zou kunnen helpen. Dankzij en ondanks Jan van Riebeeck.

Dit is het derde deel van een serie over de sporen die de VOC heeft nagelaten in Indonesië, Maleisië, Zuid-Afrika en China en in de Nederlandse rederswereld. Eerdere delen verschenen op 23 en 29 maart en zijn te lezen op www.nrc.nl.