De V. ontglipt rechter

Psychologisch onderzoek is mogelijk nodig om de rechter meer zicht te geven op de man die verdacht wordt van brandstichting bij S.E. Fireworks.

De Almelose rechtbank noemt het `frappant'. Elke keer als de 34-jarige Enschedeër De V. bij de politie een verklaring heeft afgelegd, komt hij er later noodgedwongen op terug. ,,Waarom vertelt u voortdurend dingen waarvan door eenvoudig politie-onderzoek komt vast te staan dat het niet juist is'', wil de rechtbank weten. ,,Ik vind dat een heel goede vraag'', zegt De V., om te vervolgen met een antwoord waar geen touw aan vast valt te knopen.

André de V. is niet alleen door zijn dialect moeilijk te begrijpen. De man, die tegen de politie heeft verklaard dat hij ,,verslaafd is aan fantasie'', praat veel maar zegt weinig. Hij applaudiseert voor zijn verbouwereerde advocaat (,,Dankuwel meneer De V, dat ben ik niet gewend''), stelt zelf vragen aan de rechtbank (,,Net als u zijn wij niet verplicht te antwoorden'') en krijgt de lachers op zijn hand. Maar hij geeft, bewust of onbewust, geen antwoord op vragen die moeten bepalen of dit de man is die op 13 mei 2000 brand stichtte bij S.E. Fireworks. Brand op dit vuurwerkbedrijf leidde tot een serie explosies waardoor 22 mensen om het leven kwamen. De V. geldt als enige verdachte en kan tot levenslang worden veroordeeld.

Sinds zijn aanhouding in januari 2001 ontkent hij elke betrokkenheid. Hij zegt tijdens de ontploffing bij een recreatieplas buiten Enschede te zijn geweest. Het openbaar ministerie denkt met vuurwerksporen op een sportbroek van De V. het tegendeel te kunnen bewijzen. Dat De V. met zijn mobiele telefoon vanuit het rampgebied heeft gebeld, wordt niet meer als vaststaand feit gepresenteerd. Justitie beschikt wel over de verklaring van een undercoveragent, die in het Huis van Bewaring in Maastricht was geïnfiltreerd. Tegen hem zou De V. de brandstichting opgebiecht hebben. Van het bewuste gesprek zijn `om veiligheidsredenen' geen bandopnames gemaakt. Wel heeft de informant onder ede proces-verbaal laten opmaken van het verloop van het gesprek.

Volgens dit verslag was Andre de V. `emotioneel' en zou hij het `samen met anderen' gedaan hebben. ,,Maar ik blijf ontkennen. Ze kunnen me niets maken'', aldus het proces-verbaal. Volgens advocaat A. Moszkowicz, die de beschuldiging ,,van eminent belang en doorslaggevend'' noemt, was er onenigheid binnen het rechercheteam of deze `bekentenis' betrekking had op de vuurwerkramp. De V. zou ook over een andere `grote zaak', rond de handel in auto's in Duitsland, gesproken hebben.

De infiltrant zou het gesprek met De V. eerst nog even goed op zich in willen laten werken. Op verzoek van Moszkowicz werd vanmorgen een een politie-inspecteur als getuige gehoord. Maar volgens deze functionaris was er intern binnen de recherche geen onduidelijkheid over de bekentenis.

Behalve tegen de infiltrant zou De V. ook tegen medegedetineerden een bekentenis hebben afgelegd. De V. blijft dit ontkennen. Wel erkent hij dat het ,,niet deftig'' was om hen briefjes te geven met een verzoek om hulp bij het dwarsbomen van het recherche-onderzoek. Ook andere, belastende verklaringen van vrienden en kennissen verwijst De V. naar het rijk der fabelen. Zij die zich vriend noemen, kent hij slechts vaag en gezamenlijke uitstapjes kan hij zich niet herinneren. Verklaringen van vrienden dat De V. na de vuurwerkramp over veel geld beschikte en opvallend vaak op vakantie ging, kloppen volgens hem niet.

Wel erkent De V, die van een bijstandsuitkering leeft, zijn vader 7.000 gulden te hebben gegeven voor de aanschaf van een camper. Van een link met S.E. Fireworks blijkt niets. Van het bedrijf had De V. tot 13 mei 2000 niet gehoord. Hoewel de politie in zijn huis vuurwerk heeft gevonden, beweert De V. er geen liefhebber van te zijn. ,,Ik ben er schijtbenauwd voor. Die knallen zijn tegenwoordig zo hard.'' Ook vuurtje-stoken is aan hem niet besteed. ,,Daar acht ik mij met mijn leeftijd te rijp voor'', houdt hij de rechtbank voor. ,,U hebt anders wel uw eigen auto in brand gestoken.'' De V.: ,,Dat was een ongelukje.'' Als de kruitsporen op het sportbroekje ter sprake komen, grijpt zijn advocaat in. De V. mag hierover niets zeggen, Moszkowicz wil daar zelf in zijn pleidooi op terug komen.

Het is onzeker of officier van justitie vandaag zijn requisitoir zal afsluiten met een strafeis. Mogelijk wil justitie De V. eerst nader psychisch laten onderzoeken. Eerder onderzoek door een gedragsdeskundige heeft uitgewezen dat De V. vermoedelijk een chronisch psychische stoornis heeft. ,,Ik weet soms ook niet wat ik met hem aan moet'', vertrouwt Moszkowicz de rechtbank toe. En met een minzame blik zegt hij tegen zijn cliënt. ,,U bent een moeilijke man, meneer De V.'' De V. ziet dat anders. ,,Ik ben een fatsoenlijk burger, heb voor iedereen goed hart en probeer in de maatschappij mijn best te doen. Maar als ik iets niet gedaan heb, heb ik iets niet gedaan.'' Voor een nader psychiatrisch onderzoek voelt De V. dan ook helemaal niets. ,,Ik ben niet gek.''