Bethlehem, stad van David

Bethlehem is een van de belangrijkste christelijke bedevaartsplaatsen in het `heilige land', omdat daar volgens de overlevering Jezus werd geboren. De Grieks-orthodoxe Geboortekerk, waar eergisteren Palestijnse strijders hun toevlucht zochten, zou ook volgens de rooms-katholieke en Armeens-orthodoxe traditie de plaats markeren waar dat is gebeurd.

Het evangelie van Lucas verhaalt hoe Jozef en Maria, wegens de volkstelling die was georganiseerd door de Romeinse keizer Augustus, van Nazareth naar Bethlehem reisden om zich te laten registreren in de stad waar hun familie vandaan kwam. Tijdens hun verblijf in Bethlehem werd Jezus geboren.

Ook in het Oude Testament komt de stad voor. De eerste vermelding is in Genesis 35. Aartsvader Jakob moest er zijn vrouw Rachel begraven na de geboorte van hun zoon Benjamin. De vroedvrouw zei tegen haar: ,,Vrees niet, ook ditmaal hebt ge een zoon.'' Kort daarna stierf ze in het kraambed. ,,Zo stierf Rachel en werd begraven aan de weg naar Efrat, dat is Bethlehem.''

Bethlehem betekent in het Hebreeuws `broodhuis' (sommige Arabische analogieën houden het op `vleeshuis'), een naam die op overvloed duidt. Het schrijnendst wordt die betekenis in het bijbelboek Ruth, waarover ds. Carel ter Linden preekte bij het huwelijk van prins Willem-Alexander en Máxima. Daarin wordt verhaald hoe een joodse familie wegens hongersnood uit het broodhuis Bethlehem moest vluchten naar Moab, oostelijk van de Dode Zee. Een van de schoondochters van de familie, de Moabitische Ruth, keerde terug (,,Uw volk is mijn volk, uw God is mijn God'') en werd zo de overgrootmoeder van de legendarische joodse koning David, die omstreeks het jaar 1000 v.Chr. leefde.

Bethlehem geldt als de geboorteplaats van David, die voor hij tot koning werd gezalfd, in de omgeving van het stadje de kudden van zijn vader weidde en, daardoor geïnspireerd, God zijn herder noemde. Deze veel geciteerde psalm 23 werd onder meer aangehaald door de Amerikaanse president Bush na de aanslagen van 11 september. ,,Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad.''

De verwachting van een Messias, die zich in de laatste eeuwen voor de christelijke jaartelling onder het joodse volk ontwikkelde, ging er van uit dat deze verlosser van het volk in de Davidsstad geboren zou worden. Als de Magiërs uit het Oosten na het zien van een ster naar Jeruzalem reizen om daar te informeren naar de pas geboren `koning der joden', weten de joodse theologen van die dagen volgens de evangelist Mattheüs, dan ook onmiddellijk het antwoord. Zij citeren de oudtestamentische profeet Micha: ,,En gij Bethlehem, land van Juda, zijt geenszins de minste onder de leiders van Juda, want uit u zal een leidsman voortkomen die mijn volk Israël weiden zal.''