Bestand in Angola baant weg voor vrede

De Angolese regering en de rebellenorganisatie Unita hebben vanmorgen in de hoofdstad Luanda een bestand gesloten dat een eind moet maken aan 27 jaar burgeroorlog. De plechtigheid werd bijgewoond door vertegenwoordigers van alle politieke en militaire Unita-geledingen, wat er op duidt dat de overeenkomst binnen de rebellenorganisatie brede steun geniet.

De kans dat dit staakt-het-vuren werkelijk het einde van de oorlog inluidt is groter dan bij eerdere vredesakkoorden in 1991 en 1994. Groot verschil is de afwezigheid van Unita-oprichter Jonas Savimbi, die op 22 februari door regeringstroepen werd gedood. Savimbi heeft nooit genoegen willen nemen met minder dan de absolute macht. Anders dan na de twee eerdere akkoorden zijn de rebellen nu sterk verzwakt. De laatste drie jaar zijn ze ver teruggedrongen en hebben ze zware verliezen geleden. De olie-inkomsten van de regering, die voor de oorlog worden gebruikt, zijn sterk gestegen, terwijl de verdiensten van de rebellen, uit de verkoop van diamanten, dramatisch zijn gedaald.

De nieuwe rebellenleider, generaal Paulo Lukambo Gato, ontkende dat Unita capituleert. Hij sprak van ,,een politiek besluit'' dat al in december zou zijn genomen.

De Angolese president Jose Eduardo dos Santos sprak gisteravond in een radiotoespraak van ,,een historische gebeurtenis''. Hij beloofde verkiezingen.

Het akkoord voorziet in ontwapening en demobilisatie van de 50.000 rebellen. Unita zal worden omgevormd van een militaire organisatie tot een politieke partij. Het parlement heeft dinsdag unaniem ingestemd met amnestie voor alle misdaden die tijdens de burgeroorlog zijn gepleegd. Amnesty International heeft die vrijstelling scherp veroordeeld. Volgens die organisatie hebben beide partijen gruwelijke misdrijven gepleegd die niet ongestraft mogen blijven.

De burgeroorlog heeft sinds de onafhankelijkheid in 1975 aan 500.000 tot een miljoen mensen het leven gekost. Meer dan vier miljoen mensen zijn naar elders in het land verdreven terwijl nog eens 457.000 mensen naar het buitenland zijn gevlucht.

reportage: pagina 4