Asielzoekers voor de kleuterklas

In Rotterdam wordt het lerarentekort bestreden met asielzoekers. Zij krijgen een stoomcursus en werken intussen als klassenassistent. Over het verschil tussen mokkataart en slagroomtaart.

Menhel Hebeb leest de jongste kleuters voor. Ze vertelt het verhaal van de regenboogvis met allemaal glimmende schubben. Hij is de mooiste vis van de zee, maar hij heeft geen vrienden. Zes kinderen luisteren ademloos. Alleen Mary-Leen zit te klooien. Menhel pakt Mary-Leen bij haar arm en zet haar met stoel en al naast zich neer. Ze leest verder. De vis is ongelukkig. Pas als hij besluit om zijn schubben uit te delen, komt daar verandering in. ,,Wat is dat?'', vraagt Menhel. ,,Dat is vriendenschap!''

Menhel Hebeb (36) komt uit Irak. Ze legt in het Nederlands regelmatig de klemtoon verkeerd of ze spreekt een woord niet helemaal goed uit. Maar de kinderen begrijpen haar meestal wel. Op basisschool Over de Slinge in Rotterdam heeft ze een `instroombaan'.

In Rotterdam is, net als in de andere grote steden, een groot tekort aan leraren, vooral op scholen met veel allochtone kinderen. Dus bedacht de gemeente Rotterdam een plan om asielzoekers voor de klas te zetten.

Een arbeidsbureau voor vluchtelingen selecteerde 29 mensen met een verblijfsstatus die les hadden gegeven in hun land van herkomst. Die kregen een intensieve taalcursus van tien maanden, zegt projectleider Sonja Mahie. ,,Dat kan niet anders, als je met kinderen wilt werken.'' Tweeëntwintig van hen werden toegelaten op de pabo.

Zij volgen een verkorte opleiding van twee dagen in de week, twee jaar lang, en werken drie dagen in de week als onderwijsassistent. Elk half jaar in een andere groep op een andere school. Na twee jaar zijn ze bevoegd leraar, tot die tijd werken ze als klassenassistent.

Menhel Hebeb, lichte blouse, spijkerrok, donker lang haar in paardenstaart, vluchtte eind 1995 uit Irak naar Nederland met haar man en twee kinderen. Haar man was lid van een verboden politieke partij. Hebeb was lerares elektrotechniek op een middelbare school. Haar man, ingenieur, vond in Nederland werk als systeembeheerder. Hebeb zat vier jaar lang thuis. ,,Ik was niet gelukkig.''

Nu wel. Ze assisteert Nelleke Verbaas in de kleutergroep. Prettig, vindt Verbaas, want de groep telt 29 kleuters en veel van hen hebben een achterstand.Door Menhel krijgen ze meer aandacht. ,,Klein geel autootje, waar breng je ons naar toe'', zingt Menhel Hebeb in de kring mee. Ze kijkt streng naar Mishale die naast zijn stoel op de grond gaat liggen, maar laat het aan juffrouw Nelleke over om in te grijpen. ,,Wat is dat'', vraagt Nelleke Verbaas met luide stem aan Mishale. ,,Ga jij eens gauw op je stoel zitten.''

Ze zijn nog te weinig assertief, zegt Mahie over de nieuwe leraren. ,,Ze zijn dat niet gewend. Vaak zijn de scholen in de landen waar ze vandaan komen heel hiërarchisch en wordt van de leraren weinig eigen initiatief verwacht.''

Hebeb vindt de taal het lastigst. ,,Dat geldt voor alle deelnemers'', zegt Sonja Mahie. Het belabberde Nederlands is na de taalcursus een stuk beter, maar ze moeten meer oefenen, vindt Mahie. ,,Ze zijn allemaal hoogopgeleid en heel perfectionistisch. Vaak durven ze zelfs in de lerarenkamer niet te praten, ze zijn bang om fouten te maken.''

Ze spreken niet perfect Nederlands, maar toch hebben de nieuwe leraren ook grote voordelen, zegt Mahie. ,,Op een school als Over de Slinge zitten veel gekleurde kinderen. Dan is het goed als de leraren niet allemaal wit zijn.'' Veel van deze leraren kennen de culturele achtergrond van de kinderen en hun ouders beter dan Nederlandse leraren. Ze kunnen soms tolken als ouders geen Nederlands spreken of bemiddelen bij een conflict. En ze kennen gebruiken en rituelen. Als er bijvoorbeeld een kind met hennastippen op school komt, is het fijn als iemand dat herkent en weet bij welk feest dat hoort.''

Het is een kans om opnieuw te beginnen, zegt Roula Hitou (31) uit Syrië een paar dagen later op de pabo in Rotterdam. In Syrië deed ze de lerarenopleiding en gaf ze drie jaar Engels op een middelbare school. Lesgeven op een basisschool vindt ze nu juist leuk. ,,Ik had genoeg van die pubers.''

Ook Rummi Cabdulquadir uit Somalië, wil zijn oude vak als leraar op een basisschool in Nederland graag weer oppakken. Natuurlijk worstelt hij met de taal, zegt hij. Maar lastiger nog vindt hij de culturele kennisachterstand. ,,Jullie weten gewoon dat je taart uitdeelt als je jarig bent. Ik niet. En als ik dat geleerd heb, weet ik weer niet het verschil tussen appeltaart, mokkataart of slagroomtaart.''

,,Dan moet je kijken in de vitrine bij de Hema'', zegt Nada Abbas Fadhil (28) uit Irak. ,,Alleen dan leer je.''

Cabdulquadir: ,,Maar liedjes die bij bepaalde feesten horen, die ken je gewoon niet. Wat zing je nu hier als iemand jarig is?''

Nada begint te zingen: ,,Lang zal ze leven, lang zal ze leven... Dat leer ik van de kinderen. Ik leer de kinderen Arabische liedjes. Dat leren ze weer van mij.''

Alle drie werken ze, net als Menhel Hebeb, tijdens hun opleiding als klassenassistent. Ze zijn enthousiast over de Nederlandse scholen. Ruumi Cabdulquadir: ,,Hier ligt de nadruk op de ontwikkeling van de kinderen, in Somalië op het leren.''

,,Je hebt hier ook zoveel spullen'', zegt Abbas Fadhil. ,,Puzzels, klei, een computer, lego, een poppenhoek. In Irak had ik alleen een schoolbord. Als je met andere materialen wilde werken, moesten de kinderen die zelf van huis meenemen. Alle tafels stonden gewoon achter elkaar. De kinderen mochten niet praten, alleen naar de leraar luisteren. En wij moesten ons heel strikt aan het lesprogramma houden.''

Cabdulquadir: ,,In Somalië worden de ouders ook nauwelijks bij de school betrokken, hier is het heel normaal dat ze de school binnenstappen en van alles aan de leraar vragen.''

Roula Hitou: ,,Hier heb je ook zoveel verschillende soorten scholen: Jenaplan, Montessori, Daltonschool. Daar leer je dan over op de pabo.''

Nada Abbas Fadhil: ,,Ik heb op een Jenaplanschool stage gelopen. In Irak kende ik die theorieën alleen uit boeken.''

,,Je moet hier wel proberen overwicht uit te stralen'', zegt Roula Hitou. ,,Zeker op de school waar ik nu werk. Daar zitten niet de makkelijkste kinderen op. Ze luisteren zeker niet altijd.''

Nada Abbas Fadhil: ,,In Irak gebruik je macht. Een kind moet luisteren. Hier gebruik je gezag. Als een kind hier niet luistert, moet je het even apart zetten en zeggen: denk maar eens na over wat je gedaan hebt. Je behandelt een kind met respect. Dat vind ik zo mooi.''