Achtergelaten door de Belanda's

Je kunt er niet omheen: de statige Gazelle die er nog zo vooroorlogs uitziet, blokkeert bijna de gehele ingang van het Bonsai-strandpaviljoen in Sanur. Ook Wayan Jelantik, de Balinese eigenaar, heeft een strategische positie ingenomen, klaar om iedereen die stilletjes wordt verleid door deze blikvanger, trots te woord te staan en en passant handig naar de menukaart te lokken.

,,Sepeda tua'', lacht hij, ,,erg oud, meneer, die fiets.'' Dat is duidelijk te zien aan het model. Als jongens noemden wij dat vroeger een doktersfiets. Maar de bejaardheid is niet af te lezen aan het chroom en lakwerk, want de Gazelle staat aan alle kanten te blinken. Zelfs de goudgele biezen ontbreken niet.

,,Hoe oud dan wel'', vraag ik, geraakt door dit medium dat jeugdsentiment evoceert. De uitbater wijst naar het in de zadelstang gestanste serienummer. ,,905180, volgens Gazelle 1936 of 1937.''

Het blijkt niet zijn enige fiets uit het koloniale tijdperk te zijn. Achter zijn restaurant, waar hij Bonsais kweekt, conserveert hij nog een viertal antieke exemplaren, een Simplex damesmodel, een Hartog, een Phoenix en een Raleigh en alle vier stralen ze iets uit dat het midden houdt tussen voornaam en sportief.

De vraag is onvermijdelijk en het antwoord verrassend: ,,Bijna allemaal achtergelaten door de Belanda's. We halen ze uit Java en Sumatra. Solo, Jogjakarta en soms ook wel in Medan. Maar deze Gazelle heb ik van m'n vader die hem weer kreeg van een Hollandse planter.''

,,Wie zijn we?''

,,Club Sepeda Tua Sanur'', meneer, we verzamelen oude Hollandse en Engelse fietsen, omdat ze zo sterk zijn en ungul.'' Gezicht en vingerspel maken duidelijk dat ungul iets chiques voorstelt.

,,U moet zondag komen kijken, dan maken we een showtour. Er hebben zich al meer dan duizend deelnemers opgegeven.''

Duizend tweewielers uit het tijdperk van de `tempo doeloe'? Het klinkt sterk overdreven, maar het is het niet. Want als ik me, gewapend met mijn camera, in alle vroegte opstel langs het uitgezette parcours, trekt een kilometerslange stoet van stalen rossen op ballonbanden aan me voorbij, de meeste van Hollandse en Engelse makelij. Niet allemaal zo strak in de lak als de vooroorlogse Gazelle van Wayan Jelantik, maar wel authentiek zo te zien.

De horeca van Sanur, die aan de weg wil timmeren, heeft de `Tour de Sanur' gesponsord en de T-shirts van de deelnemers vol laten drukken met logo's. Toen bekend werd dat de shirts gratis vertrekt zouden worden ging het ineens opvallend snel bij de inschrijving.

Het evenement voltrekt zich op z'n Indonesisch. Als de inschrijving voorbij is realiseert een bestuurslid zich dat er op het geplande tijdstip een belangrijke voetbalwedstrijd wordt uitgezonden en wordt de tour met drie uur vervroegd. Maar Indonesiërs zijn ware meesters in het improviseren en de organisatie slaagt er toch nog in alle deelnemers op tijd te bereiken.

Er is trouwens nog iets dat opvalt: de damesfietsen zijn sterk in de meerderheid, maar worden vrijwel uitsluitend bereden door mannen. De verklaring is simpel: met een sarong kun je moeilijk over de middenstang zwaaien of stappen.

Wie destijds naar Indië ging nam z'n fiets niet mee, maar kocht ter plaatse een nieuwe. Vrijwel de gehele rijwielhandel was voor de Tweede Wereldoorlog in handen van de Chinezen. Overigens leverden zij ook fietsen aan de lokale bevolking, zodat lang niet elk exemplaar dat nu nog wordt gevonden ooit werd achtergelaten door een repatriant.

Inmiddels is de vooroorlogse fiets een hype geworden en de handel erin lucratief. Een Gazelle uit de jaren veertig die op Java of Sumatra wordt gekocht voor een paar honderdduizend roepia doet op Bali in gereviseerde staat al gauw een twee tot drie miljoen, omgerekend zo'n E250 tot E350.

,,Maar je moet goed uitkijken wat je koopt'', zegt de restaurateur, ,,want in Solo verkopen ze je een Gazelle die van achteren Raleigh is en van onderen Vietnamees of nog slechter.''

In de vorige editie van de showtour zag hij fietsen die een ratjetoe van merken waren en daar heeft hij zich als gewetensvolle verzamelaar aan geërgerd. Als het aan hem ligt gaat het bestuur van Club Sepeda Tua bij een volgende gelegenheid streng selecteren op echtheid. Jelantik wil er alles aan doen om de fiets te promoten. ,,Je wordt toch gila van die knetterende dingen. Als het spitsuur is kun je de stoplichten bijna niet zien van de rook. Fietsen is puur natuur en bovendien goedkoop. Ik doe hier bijna alles op de fiets.''

Club Sepeda Tua heeft tot nu toe vergeefse pogingen gedaan in Nederland onderdelen te bestellen voor fietsen met mankementen. Want hoe stevig ook van lijf en leden, voor de vooroorlogse fiets geldt de volkswijsheid dat tropenjaren dubbel tellen. Achterstallig onderhoud aan de jalans die vol gaten en kuilen zitten, maakt dat er nogal eens wat sneuvelt. ,,We hebben gelukkig een paar werkplaatsen waar ze heel handig zijn in het namaken van onderdelen'', zegt Jelantik, ,,maar ballonbanden en vooral kogellagers zijn heel moeilijk te pakken te krijgen. We zijn nu bezig via internet, misschien dat het nu gaat lukken.''

Twee, drie miljoen roepia is letterlijk en figuurlijk een hele zak geld in het Indonesië van de nog altijd naziekende krismon, de economische crisis. Het zijn dan ook vooral de Balinese zakenmensen uit de toeristenindustrie die de hoge prijzen kunnen en willen betalen. Het laatste omdat de koloniale fiets een statussymbool is geworden. Zeg maar zoals bij ons de oldtimer.