Vaste parameters JSF toch niet zo vast

In de `business case' van het kabinetsbesluit over de JSF mag niet aan de knoppen van een aantal vaste aannames worden gedraaid, zei staatssecretaris Van Hoof gisteren. Toch gebeurde dat.

,,Ik vind 'm fraai, maar dat is een kwestie van smaak.'' Het loopt al tegen middernacht als minister Zalm (Financiën) de laatste woorden in het lange debat over de Joint Strike Fighter (JSF) spreekt. Zalm heeft het over het rekenmodel onder de JSF-plannen van het kabinet. Over deze zogenaamde `business case' is dan al uren gediscussieerd. Het kabinet heeft gesproken over ,,een mooi voorbeeld van privaat-publieke samenwerking'' (Jorritsma) met ,,voor beide partijen een zeker comfort'' (Zalm). Toch blijven er twijfels over de vraag of de business case wel zo solide is als het kabinet zegt.

Kern van de zaak is dat de overheid tot 2008 800 miljoen dollar betaalt voor een `ticket' in het JSF-ontwikkelingsprogramma. In ruil daarvoor hopen deelnemende Nederlandse bedrijven miljardenorders te krijgen. Later, ver ná 2008, stort de industrie een deel van haar omzet terug in de staatskas. De overheid krijgt ook op andere manieren het geld terug: via royalty's op verkochte toestellen aan landen die niet meedoen in het project en via kortingen op de 85 toestellen die Nederland wil aanschaffen, omdat de ontwikkelingskosten van de JSF bij deelname niet in rekening worden gebracht.

De winst van het debat was dat na maanden van financiële discussies een aantal vragen over de business case werd opgehelderd. Zo bevestigde Zalm dat weliswaar is vastgelegd dat de industrie 191 miljoen euro terugbetaalt, maar dat dat eigenlijk 233 miljoen zou moeten zijn. Daarover wordt tijdens een `evaluatiemoment' in 2008 opnieuw gepraat, aldus Zalm. Ondanks zijn bekende kwinkslagen (,,We krijgen al het geld terug tijdens het kabinet Melkert III, maar we betalen tijdens het kabinet Dijkstal I'') kon de bewindsman niet verhelen dat dat nogal laat is. Immers, als het JSF-project dan slecht loopt en de industrie minder omzet draait dan verwacht, zijn de bedrijven misschien niet in staat om aan hun verplichtingen te voldoen. Op dát moment is de 800 miljoen dollar uit de staatskas al aan de Amerikanen overgemaakt.

Verder werd duidelijk dat het rekenmodel, met de aannames die nu zijn gebruikt, niet sluitend is. Dat is een gevoelig punt, omdat dit element de ruggengraat van het JSF-besluit is. Bij de presentatie van de plannen in februari benadrukte premier Kok dat ,,de zaak rond moet lopen'' en de belastingbetaler uiteindelijk niets mag kosten. Om dat te bereiken heeft het kabinet in het ingewikkelde rekenmodel gewerkt met een aantal vaste parameters, zoals het totaal aantal te verkopen vliegtuigen, een dollar-eurokoers en een verdisconteringsvoet voor rentes en inflatie. Als die parameters worden gewijzigd, valt het bouwwerk van de business case in elkaar, zo bevestigde staatssecretaris Van Hoof gisteren aan het begin van het debat nog eens: ,,We mogen niet aan de knoppen gaan draaien.''

Toch ontstonden daar twijfels over. Daarbij ging het vooral om de ontvangsten uit royalty's (111 miljoen euro), één van van de inkomstenbronnen van de staat om de geïnvesteerde 800 miljoen dollar terug te krijgen. Die royalty's krijgt Nederland als er wereldwijd 1.390 toestellen worden verkocht aan landen die niet meedoen aan het JSF-programma. Nederland krijgt, als investeerder in het JSF-project, over ieder verkocht toestel een percentage.

Tijdens het debat werd echter opnieuw duidelijk dat de schatting van 1.390 niet past binnen de vaste aanname van het kabinet dat er in totaal 4.500 JSF's zullen worden gebouwd. De VS en Groot-Brittannië, grootinvesteerders in het project, zullen ruim 3.000 toestellen bestellen, zo bevestigde het kabinet gisteren. Bovendien zullen kleinere (beoogde) JSF-participanten, zoals Nederland, ook nog eens zo'n 600 toestellen willen afnemen. Hierdoor kunnen er bij een totaal van 4.500 onmogelijk 1.390 toestellen aan niet-deelnemers worden verkocht. Dit betekent dat de inkomsten uit royalty's lager zullen uitvallen dan de 111 miljoen die het kabinet heeft ingeboekt.

Zalm pareerde dat probleem door te betogen dat in het `royalty-model' met méér toestellen dan de 4.500 rekening kan worden gehouden. Maar daarmee komt de samenhang van de `business case' in gevaar. Immers: in de business case wordt de 4.500 op meerdere plaatsen gebruikt. Stijgt het totaal JSF's, dan nemen de ontwikkelingskosten per toestel af en dáált dus het voordeel dat Nederland krijgt door mee te doen in het project. Bovendien is de deal met het bedrijfsleven gesloten op 4.500 vliegtuigen. Ook daarnaar zou in dat geval opnieuw moeten worden gekeken.

Het kabinet kwam, na verschillende interrupties van Timmermans (PvdA), Harrewijn (GroenLinks) en Van Bommel (SP), niet met een overtuigend antwoord. Van Hoof zei uiteindelijk dat ,,er geen plafond in de 4.500 zit als het om de royalty's gaat.'' Daarmee draaide hij tóch aan een van de knoppen van de parameters in de business case. Of met name de PvdA-fractie daarmee akkoord gaat, is nog onduidelijk. Timmermans, die gisteren ,,een kloppende business case'' als één van zijn ,,harde voorwaarden'' betitelde, wil vandaag de visie van het kabinet over het royaltyprobleem nog eens op papier vragen.