Stoplicht

In mijn fonkelende Citroën DS glijd ik door een serene lentezon over de Amsteldijk. Door mijn rood-pluchen salon zindert goddelijke passiemuziek: `Buß' und Reu'.

Voor het rode stoplicht wordt Bach door denderend discogeweld weggedrukt door de auto naast me, dak én ramen open. Met mijn zo blauw mogelijke ogen probeer ik mijn buurmans blik te vangen. In lip-lees-taal en draaiknop-naar-links-gebaar `Kan 't wat zachter?' Hij kijkt me aan, dan naar 't stoplicht en schat de wachttijd. Bliksemsnel stapt hij uit en stevent met killersblik op mijn auto af. `Fuck you man! Fuck you!' schreeuwt hij. De verlossing is het stoplicht dat op groen springt. Diep trap ik het gaspedaal in. Trillend van deze onwerkelijke menging der emoties zoek ik in koraalklanken mijn weg in het paasverkeer.