Slachting onder de eidereenden

Aan de kust van de noordelijke provincies zijn de afgelopen winter ,,uitzonderlijk'' veel dode eidereenden aangetroffen. Het gaat tot nu toe om tien- tot vijftienduizend dieren. Dat blijkt uit tellingen van de Nederlandse Zeevogelgroep op Texel. Ze zijn allemaal extreem sterk vermagerd en van de honger omgekomen.

De massale sterfte is de op één na grootste slachting sinds de tellingen ruim veertig jaar geleden begonnen. De meeste dode dieren worden gevonden in de Waddenzee. Maar nu worden ook veel dode eiders gevonden langs de Noord-Hollandse kust. Dat zijn dieren die vermoedelijk zijn uitgeweken van de Waddenzee om op de Noordzee voedsel te vinden. Het ministerie van Landbouw kent de cijfers nog niet, maar noemt de situatie van de eiders al langer zorgwekkend.

Twee jaar geleden deed zich de grootste sterfte onder eiders voor. Er werden toen circa 20.000 dode eiders gevonden. De vondsten leidden tot grote verontwaardiging onder natuurbeschermers. Zij stelden vooral de mossel- en kokkelvisserij verantwoordelijk. De vissers zouden onvoldoende schelpdieren voor de vogels overlaten.

Eidereenden eten vooral mosselen en kokkels. Dit aanbod is sterk gedaald, vrijwel zeker als gevolg van het leegvissen van wilde mosselbanken in de Waddenzee. Staatssecretaris Faber besloot eerder de visserij enkele beperkingen op te leggen en meer voedsel voor de vogels te reserveren.

De oorzaak van de massale sterfte staat niet vast. Onderzoeker Kees Camphuysen, die de tellingen samenstelt, is er weliswaar van overtuigd dat de visserij de conditie van de eidereend weliswaar geen goed doet, maar dat de eidersterfte door beperkingen aan de visserij niet zal verdwijnen.

Er zijn volgens Camphuysen goede redenen om te veronderstellen dat de eidereenden te veel moeite moeten doen om de schelpdieren in te slikken en in hun maag te kraken en te verteren. ,,Ze krijgen er te weinig voor terug.'' Het is volgens hem goed mogelijk dat de schelpdieren minder vlees bevatten. Dat kan weer komen door de zachte winters. ,,Koudbloedige schelpdieren doen in koud water helemaal niets. Maar als de temperatuur van het water zoals de afgelopen jaren stijgt, dan worden ze actiever en gaan ze interen op hun vetreserves. Daardoor worden ze te mager voor de eidereenden.''