Shell rekent zich rijk met Enterprise

Energieconcern Shell heeft gisteren een bod uitgebracht van 6,9 miljard euro op het Britse Enterprise Oil, een `onafhankelijke' olieproducent die te koop kwam te staan door een eerder bod van het Italiaanse Eni.

De deur voor concurrerende biedingen is open. Die uitspraak gisteren van Sam Laidlaw, topman van Enterprise Oil, klonk niet als een onversneden keuze voor de Koninklijke / Shell Groep. Laidlaw prees Shells bod van 6,9 miljard euro op zijn olie- en gasbedrijf weliswaar aan als ,,te goed om te veronachtzamen''. Maar zou Laidlaw werkelijk menen dat hij voor zijn aandeelhouders een hogere prijs in de wacht kan slepen? Zou hij daarbij de explosieve stijging van de olieprijzen misschien als veelbelovend perspectief in het vizier hebben?

Dat de winsten van de oliemaatschappijen sterk van de olieprijzen afhangen bewijst zijn eigen Enterprise Oil. Vorig jaar, toen de olieprijzen aanzienlijk waren gedaald ten opzichte van een jaar eerder, halveerde de winst bijna tot 274 miljoen pond, bij een omzet die was geslonken van 1,8 tot 1,4 miljard pond. Er moest iets gebeuren, drastisch bezuinigen bijvoorbeeld, en juist Laidlaw was vorig jaar oktober door Enterprise Oil binnengehaald om orde op zaken te stellen. Hij stelde zich tot doel om de onafhankelijkheid van het kwetsbaar geworden bedrijf te bevechten tegenover kapers die het op die onafhankelijkheid hadden gemunt.

Afgelopen februari kwam Laidlaw daarom met plannen om, behalve te bezuinigen, de aandacht van Enterprise Oil meer op de exploratie te richten en de olie- en gasproductie op te voeren. In een, wat nu blijkt, futiele poging om die kapers van het lijf te houden. Dat was een maand nadat de Italiaanse energiemaatschappij Eni een bod op Enterprise Oil had gedaan. Een bod dat Laidlaw als ontoereikend van de hand had gewezen. En toen kwam Shell langs.

Ook het Nederlands-Britse energieconcern blijkt kwetsbaar te zijn. Het heeft de afgelopen tijd een ongelukkige hand gehad bij zijn overnamepogingen. Het lukte niet om de meerderheid te krijgen in het Australische Woodside. En het Amerikaanse Barrett werd voor de neus van Shell weggekaapt door het Amerikaanse Williams. Bij beide pogingen ging het om gaswinning – voor Shell hoogst interessant omdat vrijwel alle nieuwe elektriciteitscentrales tegenwoordig op gas draaien. Uiteindelijk slaagde Shell er in een aantal overnames te doen, zoals vorige week nog met het Amerikaanse Pennzoil, maar dat waren overnames in de sfeer van de eindproducten (motorolie, benzinepompen), geen overnames die Shell sterker maken in de exploratie- en productiesfeer. En juist daar vertoont de portfolio van Shell beurse plekken.

Shell heeft – in september vorig jaar – zijn prognoses over zijn productiegroei al moeten verlagen van 5 naar 3 procent per jaar en was daarvoor door de beleggers gevoelig afgestraft. De druk op Shell om in de olie- en gaswinning een grote slag te slaan werd dus groter.

En tegelijkertijd werd misschien ook de neiging sterker om wat minder op de prijs te letten. Met vele miljarden kasstroom die beschikbaar zijn voor overnames kan Shell zich wel het een en ander veroorloven. Maar menigeen vroeg zich gisteren af of het bod dat Shell op Enterprise Oil heeft gedaan niet te hoog is. Shell biedt 45 procent méér dan toen Eni zijn bod deed. Shell verdedigt zijn bod (725 pence per aandeel plus de overname van 0,8 miljard pond aan schuld) door op de synergie te wijzen, een besparing die de hoge overnamepremie zou billijken. De reacties van analisten op Shells bod waren dan ook ingegeven door hun geloof in die synergie en varieerden van ,,hoog maar niet te hoog'' tot ,,absoluut te hoog''.

Shell rekent als drempel voor zijn investeringen tegenwoordig met een hogere gemiddelde olieprijs: sinds december vorig jaar geen 14 maar 16 dollar per vat ruwe olie. Dat wil zeggen: als de olieprijs onder de 16 dollar zakt, is investeren voor Shell in principe niet meer rendabel. Die verhoging stelt Shell in staat ook voor zijn overnames een hogere prijs te bieden. Dat wil zeggen tegenover beleggers zo'n hoger bod plausibel te maken.

Wat de vraag oproept of dát de bedoeling van die twee dollar verhoging is, of dat Shell inderdaad meent dat met een de facto hogere olieprijs rekening moet worden gehouden. Of een combinatie van beide. Twee mislukte overnames doen vermoeden dat met die verhoging vooral de belegger over de streep moet worden getrokken, te meer omdat de verhoging – sinds december vorig jaar – inging toen de hoge olieprijzen van 2000 al lang verleden tijd waren. Gisteren vonden de beleggers het bod van Shell op Enterprise Oil niet te hoog: de koers van Shell steeg tenminste. De belegger lijkt te geloven in de synergie die Shell hem voorhoudt.

Dat topman Laidlaw van Enterprise gisteren het bod van Shell niet onverkort verdedigde, kan met een zeer Brits gevoel voor fair play te maken hebben. Of kan Laidlaw zich het gebaar andere potentiële overnemers uit te nodigen makkelijk veroorloven? Simpelweg omdat hij er op vertrouwt dat die wegblijven, Shells bod niet zal worden overtroefd en de belegger al tevreden is? Kortom: dat Enterprise Oil binnen is?