Sharon, een carrière van strijd tegen Palestijnen

Strijd tegen de Palestijnen is de rode draad van Sharons lange loopbaan. Daarbij trekt hij zich weinig aan van zijn omgeving, vroeger zijn superieuren en nu zijn ministers.

Zoals de Libanese veldtocht in 1982 zijn oorlog werd, zo ziet Ariel Sharon de huidige vernietigingscampagne tegen het Palestijnse Gezag door het Israëlische leger als het hoogtepunt van zijn lange militaire en politieke loopbaan in dienst van Israël. In 1982, toen hij als minister van Defensie onder premier Menahem Begin diende, was hij zo doordrongen van zijn historische missie tegen de Palestijnen dat hij de regering voor voldongen militaire feiten plaatste. Nu is het niet anders. Terwijl Begin in het parlement zei dat het Israëlische leger niet meer dan 40 kilometer Libanon zou binnendringen, had Sharon al een opmars naar Beiroet en omsingeling van de Palestijnse leider Yasser Arafat daar in gedachten.

Eigenzinnig optreden, vaker bekroond met succes dan mislukt, kenmerkt Sharon. Deze in wezen verlegen man ontleent veel van zijn prestige in Israël aan de oversteek van het Suezkanaal door zijn divisie in de oorlog van 1973. Sharon negeerde toen het bevel van zijn stafchef om dat niet te doen. Evenals nu, nam hij toen een beslissing waarvan hij alleen maar kon hopen dat die goed zo aflopen. Het heeft geen haar gescheeld of de oversteek van het Suezkanaal liep op een mislukking uit. Toen het anders uitpakte en de oorlog daardoor voor Israël een gunstiger verloop kreeg, plukte Sharon daarvan als oorlogsheld de vruchten. Sedertdien wordt hij gedreven door een onaantastbaar innerlijk gelijk. Het was opmerkelijk dat Sharon in zijn jongste televisierede tot het Israëlische volk, waarin hij de overwinning beloofde, naast de Israëlische vlag het Oude Testament naast zich had laten leggen. Was dat een boodschap van deze seculiere premier aan de kolonisten dat deze oorlog tegen de Palestijnen niet alleen om de vernietiging van de Palestijnse terreur gaat, maar ook om het behoud van zoveel mogelijk van de Westelijke Jordaanoever (Judea en Samaria) of wel `het beloofde land'? Er zijn nogal wat indicaties dat Sharon in de richting denkt van een kleine, door Israël volledig gecontroleerde Palestijnse staat, verbonden met een eveneens Palestijnse staat Jordanië.

Israëls eerste premier, David Ben Gurion, had al veel bewondering voor de moed van de militair Sharon in de oorlog van 1948. Van de `oude man' kreeg Sharon echter stevige uitbranders toen hij zich in wraakacties tegen de Palestijnen aan het hoofd van de bij de Arabieren beruchte maar in Israël beroemde `Eenheid 101' aan excessen schuldig maakte. Bij een door hem geleide overval in 1953 op het Jordaanse dorp Kibya, van waaruit Palestijnen aanslagen in Israël pleegden, werden 69 Palestijnen gedood van wie de helft vrouwen en kinderen.

Strijd in allerlei vormen tegen de Palestijnen staat centraal in de lange carrière van Sharon. In de rol van premier is hij zo diep doordrongen van zijn missie om Israël veilig te stellen dat hij opnieuw op zijn eigen kompas vaart en zich weinig gelegen laat liggen aan gedeeld leiderschap in de regering van nationale eenheid. De indruk bestaat dat Sharon in nauwe samenwerking met stafchef generaal Shaul Mofaz de militaire campagne tegen Arafats gezag heeft gepland en de socialistische ministers van Buitenlandse Zaken Shimon Peres en minister van Defensie Benjamin Eliezer er als tragische jaknikkers bij de uitvoering ervan moeten aanzitten. Formeel had de minister van Defensie de stafchef tot de orde moeten roepen toen deze Sharon gisteren in het openbaar de raad gaf Arafat het land uit te gooien. ,,We moeten voorzichtig handelen'', antwoordde Sharon. Minister Peres oefent in het openbaar kritiek uit op Sharons isoleringpolitiek van Arafat. Israëlische militairen houden Arafats vertrekken omsingeld in het tot puin gereduceerde Palestijnse regeringscentrum in Ramallah.

Evenals tijdens de Libanese oorlog het geval was, hebben de ministers geen duidelijk inzicht van Sharon gekregen in diens militaire en diplomatieke strategie. Hij domineert het politieke toneel volledig. Niet als dictator in de formele zin van het woord maar wel als een leider die zich aan overleg en toezicht weinig gelegen laat liggen. Voor de eerste keer in Israëls geschiedenis worden de oorlogshandelingen tegen de Palestijnen zoveel mogelijk voor de binnen- en buitenlandse pers afgeschermd. De correspondent van een tvstation uit Dubai is het land uitgezet, de bezette gebieden zijn voor de hele pers dicht gegaan en zelfs CNN en NBC hebben officiële waarschuwingen gekregen. Sharon wil een zo steriel mogelijke oorlog en geen tvbeelden die de Arabische massa's ophitsen en de kleine Israëlische oppositie tegen zijn Palestijnse oorlog op de barricades brengt.