Risico's van de Rijn in kaart gebracht

De kansen op overstromingen van de Rijn in Nederland zijn klein, maar de gevolgen zijn veel ingrijpender dan voor andere Rijnlanden. Dat blijkt uit de gisteren in Den Haag gepresenteerde Rijnatlas.

Het in Nederland bedreigde gebied bedraagt zeventig procent van het totale stroomgebied van de Rijn. Van alle bewoners die bij extreme overstromingen te maken krijgen met een stijging van het water van meer dan twee meter, woont bovendien het overgrote merendeel in Nederland. Ook de potentiële geschatte economische schade wordt vooral in Nederland geleden.

De Rijnatlas is gemaakt door de Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijn (ICBR). Staatssecretaris M. de Vries (Verkeer en Waterstaat) overhandigde het document gisteren in Den Haag aan haar ambtgenoot G. de Vries (Binnenlandse Zaken), die verantwoordelijk is voor de rampenbestrijding en aan voorzitter D. Luteijn van de Commissie Noodoverloopgebieden. Twee weken geleden was de internationale presentatie van de Rijnatlas in het Duitse Koblenz.

Volgens de wet moeten de Nederlandse dijken extreem hoogwater kunnen weerstaan, wat zich eens in de 1.250 jaar voordoet. De kans dat de wettelijk vastgelegde risiconorm niet wordt gehaald, is de laatste jaren toegenomen. Dit ondanks het verhogen van de rivierdijken zoals de afgelopen jaren is gebeurd, in het Deltaplan Grote Rivieren, na de wateroverlast in 1993 en 1995.

De kans dat de normen niet worden gehaald, nemen toe door veranderde inzichten over hogere rivierafvoeren, stijging van de zeespiegel en bodemdaling. Om die reden zoeken waterschappen naar extra waterberging en worden uiterwaarden en rivierbedden verbreed in het kader van het programma Ruimte voor de Rivier. Bovendien onderzoekt de Commissie Noodoverloopgebieden gebieden die bij grote waterafvoer onder water kunnen worden gezet. Volgens voorzitter Luteijn van die commissie onderstrepen de conclusies uit de Rijnatlas eens te meer de noodzaak om zulke calamiteitenpolders aan te wijzen. De commissie brengt later deze maand vermoedelijk haar advies uit aan het kabinet.

Het bij extreme overstromingen bedreigde gebied is in Nederland 11.000 vierkante kilometer groot, zo blijkt uit de Rijnatlas. Ruim 8,5 miljoen Nederlanders lopen volgens de atlas de kans om bij een extreme overstroming met een stijging van nul tot vier meter water te maken te krijgen. Daarvan lopen ruim 4,5 miljoen mensen de kans om geconfronteerd te worden met meer dan twee meter water. De potentiële schade aan landbouw, industrie, infrastructuur en bebouwing bedraagt in Nederland ruim 130 miljard euro, tegen 165 miljard euro in het totale stroomgebied van de Rijn.

De Rijnatlas geeft aan wat er gebeurt als de normen voor overstromingsrisico worden overschreden. De atlas onderscheidt drie kansen voor overstromingen: eens in de tien jaar (vaak); eens in de honderd jaar (zelden) en eens in de 1.250 jaar (zeer zelden maar extreem). In gedetailleerde kaarten zijn de gebieden gemarkeerd die bij zulke overstromingen meer of minder onder water lopen.

Staatssecretaris M. de Vries onderstreepte gisteren dat de schades aan genoemde gebieden niet bij elkaar kunnen worden opgeteld. Immers, als bovenstrooms een gebied onder water loopt, zal dat gebieden benedenstrooms ontlasten. De atlas geeft in het algemeen de kansen weer die gebieden lopen om onder water te lopen. Zo lopen in het gebied rond Nijmegen honderdduizend tot een miljoen bewoners de kans om bij een extreme overstroming maximaal een halve meter waterstijging mee te maken. In het stroomgebied rondom Dordrecht lopen honderdduizend tot een miljoen mensen de kans om bij zo'n zeer zeldzame overstroming met een stijging van het water met twee tot vier meter te maken te krijgen.