Rechter en overheid

De rechtbank in Almelo stond voor een bijkans onmogelijke opgave in de zaak tegen de twee directeuren van het rampbedrijf S.E. Fireworks. Het strafrecht kan een vuurwerkramp met een omvang en uitwerking als die in Enschede nooit helemaal vergelden. Teleurgestelde reacties uit de kring van de slachtoffers zijn eigenlijk op voorhand onvermijdelijk bij zo'n proces. Vooral omdat de Enschedese gemeenschap de twee directeuren als eersten aankeek op het ontstaan van de ramp.

De rechtbank heeft echter geen oorzakelijk verband tussen het gedrag van het duo Bakker en Pater en de catastrofale gevolgschade kunnen vinden. Daardoor komt de zaak er heel anders uit te zien. Wellicht is dat toch ook een bijdrage aan het moeilijke verwerkingsproces. Toch waren de geconstateerde milieuovertredingen bij elkaar goed voor een maximale vrijheidsstraf van acht jaar. Het is begrijpelijk dat de aftelsom naar de feitelijke strafmaat (drie maanden) die gelijk is aan het voorarrest, sommigen wel wat erg snel gaat.

De voornaamste reden voor strafvermindering is de rol van de overheid, die als ,,onvoorstelbaar onzorgvuldig'' wordt gekwalificeerd. Dat geldt zowel voor de staat als de gemeente Enschede. De rechtbank tilt er zwaar aan dat beide volgens de geldende jurisprudentie zelf niet voor hun aandeel kunnen worden vervolgd. Er is discussie mogelijk of dit zo sterk in het voordeel van de verdachte burger moet werken als in dit vonnis. In het strafrecht hanteert men tegenwoordig graag de `Schutznormtheorie', die de mogelijkheden van een verdachte om zich te beroepen op de fouten van een ander juist beperkt.

De verontwaardiging over de falende overheid komt in elk geval levensecht over het voetlicht. De rechtbank moet echter constateren dat het niet op haar weg ligt het voortouw te nemen in deze kwestie. De bal ligt in Den Haag, waar de Tweede Kamer al jaren aandringt op het slechten van de juridische barrières. Minister Korthals (Justitie) heeft tot nu toe echter dwarsgelegen namens het kabinet, dat hierbij de zegen heeft van de Raad van State, die een constitutionele gewetensfunctie vervult.

Met name strafvervolging van de staat zelf stuit op bezwaren, aangezien berechting ook een staatstaak is. Zichzelf vervolgen kan niet. Van daaruit geredeneerd eist het gelijkheidsbeginsel dat lagere overheden in elk geval bij de uitvoering van hun kerntaken strafrechtelijke immuniteit genieten. Dat betekent overigens niet dat zij geen overtredingen kunnen begaan, maar alleen dat zij niet vervolgbaar zijn – net als bijvoorbeeld diplomaten. Andere reacties dan de straf zijn dan aangewezen.

De Tweede Kamer hecht ook veel belang aan het gelijkheidsbeginsel, maar in omgekeerde richting. Vermijd de discussie over kerntaken en stel de overheid over de hele linie strafrechtelijk aansprakelijk, staat incluis. De rampen in Enschede en Volendam vormen olie op dit vuur. Onlangs heeft een commissie van eminente juristen geadviseerd vervolging van bepaalde staatsonderdelen toe te staan en ook van individuele leidinggevenden. Vooral deze laatste aanbeveling biedt mogelijkheden voor een praktische uitweg, overigens niet zonder hindernissen. Zo liet het kabinet direct weten dat het onverkort vasthoudt aan de volledige politieke verantwoordelijkheid van de minister van Justitie – ook voor individuele zaken. Dat wringt met de eenheid van regeringsbeleid én met de ministeriële collegialiteit.