Politie ontruimt bakermat Dada

In Zürich is gisteren het pand ontruimd waar de Dada beweging in 1916 ontstond. In februari is het Dada huis gekraakt door kunstenaars die het een culturele bestemming willen geven. De eigenaar heeft andere plannen.

Dinsdagochtend zeven uur. Het politiebusje wringt zich door een smal stuk van de Spiegelgasse, vlak voor die uitmondt in het drukke uitgaanscentrum Niederdorf. Het stopt voor de deur van nummer 1. In de steeg, hoog naast de ingang, is een gevelsteen weggemoffeld. ,,Hier werd op 5 februari 1916 het Cabaret Voltaire geopend en het Dadaïsme opgericht.'' Alsof de stad er niet aan wil worden herinnerd dat één van de belangrijkste kunststromingen van de 20ste eeuw in dit pand ontstond. De Duitse schrijver en regisseur Hugo Ball was na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog uit zijn vaderland gevlucht en in het neutrale Zwitserland neergestreken. Samen met andere politieke vluchtelingen organiseerden hij in 1921 in café Cabaret Voltaire provocerende anti-kunstacties.

De politieagenten sommeerden gisteren de kunstenaars het pand te verlaten. Vandaag laat de eigenaar van het pand, de Rentenanstalt, het pand slopen, op de buitenwanden na, binnen moeten luxe appartementen komen. De gelegenheidskrakers krijgen een uur de tijd om naar buiten te komen. Kwart over acht verschijnt de eerste, met een zwartvilten neus en zonnebril. Om half tien hebben de dadaïsten van de 21ste eeuw hun bivak op straat opgeslagen. ,,Dada siegt , Dada overwint'', want Dada is overal. Hun collages, wandschilderingen en installaties, verspreid over de vier verdiepingen, hebben ze aangeboden aan de huiseigenaar. Die heeft er maar één bestemming voor: de vuilnisbelt.

Twee maanden lang hebben pastoor Vrolijk, officier Smakeloos en de kartonnen krijgers van het Croesus leger er met speelse acties ervoor gevochten dat Cabaret Voltaire niet eindigt in een apotheek. De uitkomst is ongewis. De Rentenanstalt bekijkt het object nog steeds als een stuk onroerend goed met een hoge exploitatiewaarde. Wel is de stad Zürich inmiddels wakker geworden. Morgen, donderdag, praat de gemeente met de krakers, Die hebben een plan op tafel gelegd waarin de benedenverdieping een tentoonstellingsruimte wordt. De bovenste etages moeten worden ingericht als tijdelijke woon- en atelierruimte voor artists in residence. Maar volgens Hoofd Cultuur Jean Pierre Hoby zijn er ook gesprekken met andere kunstinstellingen. De stad Zürich moet er alleen voor zorgen dat er een goed concept komt voor de herbestemming. Hoby beaamt dat het een beetje laat is, na 86 jaar. Cabaret Voltaire was er gewoon altijd, als kroeg, of als leegstaand pand, vlakbij het Kunsthaus.

Dadaherdenkingen en exposities waren er genoeg in Zürich, in 1966 en 1986, maar over de feitelijke bakermat van Dada heeft de gemeente nooit nagedacht. Eind april zal blijken of de Dada feestweken aan de Spiegelgasse 1 tot het gewenste resultaat hebben geleid. De krakers hebben de 30.000 Sfr (E20.000) `oprotpremie' van de huiseigenaar aanvaard als douceurtje voor hun inspanningen.