Loonmatiging is volgens CPB hét recept

De Nederlandse economie herstelt zich, maar blijft achter bij de rest van Europa. Loonmatiging is noodzakelijk als de politiek de beloften uit de verkiezingsprogramma's wil waarmaken.

Directeur Henk Don van het Centraal Planbureau (CPB) had gisteren goed nieuws en slecht nieuws. Het goede nieuws was dat Europa, en daarmee Nederland, sneller dan de VS uit de conjuncturele dip lijkt te komen. Waar de VS ruim twee jaar nodig hadden om de daling van de groei weer om te zetten in een stijging, deed Europa dat in anderhalf jaar. Het CPB zei daarmee dat de Europese economie flexibeler is dan de Amerikaanse en een steviger fundament heeft.

Het slechte nieuws was dat de Nederlandse economie dankzij haar open karakter weliswaar meesurft op de Europese opleving, maar op sommige punten achterblijft. Dat brengt risico's met zich mee, niet in de laatste plaats voor de wensenlijstjes van de politieke partijen. Die moeten immers bij de formatie hun verkiezingsprogramma's omzetten in beleidsdaden. Maar alle partijen zijn bij het opstellen van hun programma's uitgegaan van gunstiger economische voorspellingen. Dus wordt het bij de formatie moeilijk, zo niet onmogelijk, om de beloften straks waar te maken.

Wat is er precies aan de hand? Kort gezegd is de prijsconcurrentiepositie van Nederland aan het verslechteren. De winst die de afgelopen jaren werd opgebouwd dankzij loonmatiging is daarmee snel aan het verdampen. Absoluut trekken de cijfers dit jaar en komend jaar wat aan, maar relatief neemt de achterstand toe. Dat vertaalt zich in een slechtere concurrentiepositie voor de exporterende bedrijven, waardoor de Nederlandse economie volgens het CPB de komende jaren in totaal 1 procentpunt minder hard groeit dan de rest van de Europese Unie.

Vooral de hogere loonkosten zijn de boosdoener. De arbeidskosten per eenheid product nemen toe, waardoor de winstgevendheid van de bedrijven afneemt en de werkgelegenheidsgroei onder druk komt. Het CPB voorziet een oplopende werkloosheid met 100.000 personen in twee jaar tijd.

Door de hogere werkloosheid, de lagere winsten van het bedrijfsleven en minder inkomsten- en omzetbelasting boekt het CPB een tegenvaller in van 2,25 miljard euro. Geen eenmalige tegenvaller, maar een structurele. Dat betekent dat het EMU-saldo (het saldo van centrale en decentrale overheden plus de sociale fondsen) afneemt. In 2003 verwacht het planbureau voor het eerst sinds 1999 weer een begrotingstekort, dat zal oplopen tot circa 2,25 miljard euro.

In hun programma's hebben alle politieke partijen mooie woorden gewijd aan het aflossen van de staatsschuld. Met het oog op de vergrijzing is een aflossing noodzakelijk, zo is de algemene opinie. Nagenoeg alle partijen gaan uit van een overschot van 1 procent van het bruto binnenlands product (bbp; circa 4,5 miljard euro). Daarnaast willen ze de lasten verlichten en investeren in nieuwe uitgaven voor zorg, onderwijs, veiligheid en milieu. Maar als er minder geld is voor aflossing van de staatsschuld en de aanpak van de vergrijzing, moeten er keuzes gemaakt worden. Scherpere keuzes dan tot nu toe in de programma's.

Hoe gaan de partijen om met de tegenvaller? Daaraan besteedde het CPB vorige week nog aandacht in zijn analyse van de programma's. De PvdA wil bij een EMU-saldo dat lager is dan 1 procent bbp snijden in met name de aangekondigde lastenverlichting. De VVD zal ook bezuinigen, op uitgaven en lastenverlichting, en wil meer belastingen heffen. Het CDA gaat ook bezuinigen. D66 en GroenLinks stellen liever de plannen voor een snelle aflossing van de staatsschuld even uit.

Dé oplossing voor de politiek ligt volgens het CPB voor het oprapen. Althans, op papier: loonmatiging. ,,We moeten de bakens verzetten'', zei CPB-directeur Don. In een alternatieve berekening toonde hij de heilzame werking van gematigder lonen feilloos aan: minder werklozen, minder inflatie, hogere groei en daarmee een beter saldo. Maar in tijden waarin werkgevers die de lonen willen matigen (zoals Philips, dat 2,5 procent biedt) geconfronteerd worden met werknemers (eisen 3,5 procent) die het werk neerleggen, lijkt dat geen haalbare kaart. Hoe politici, werkgevers en werknemers de loon-prijsspiraal moeten doorbreken zonder dat het ruzie wordt, kon Don helaas ook niet zeggen.