Liberalisering kost Nuon 20 pct klanten

Energie- en waterbedrijf Nuon is sinds begin dit jaar ongeveer eenvijfde van zijn klanten in het midden- en kleinbedrijf kwijtgeraakt. Dat komt doordat zij nu zelf een leverancier mogen kiezen.

Dit heeft Nuon, een van de grootste energiedistributeurs in Nederland, vanmorgen bekendgemaakt bij de presentatie van het jaarverslag over 2001. ,,Wij vinden dat jammer natuurlijk, maar de afname van 20 procent is beduidend lager dan gemiddeld'', zei bestuursvoorzitter L. van Halderen in een toelichting. Het was het eerste publieke optreden van Van Halderen, die eind vorig jaar T. Swelheim is opgevolgd als eerste man bij Nuon.

Nuon (ruim 10.000 medewerkers) boekte vorig jaar een omzetstijging van 22 procent tot 4,5 miljard euro, een stijging die voor de helft was te danken aan overnames van bedrijven. Het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening steeg met 19 procent tot 390 miljoen euro. Dit resultaat is de basis voor de betaling van het dividend aan de aandeelhouders, waaronder de provincies Gelderland, Friesland en Noord-Holland en de stad Amsterdam.

Dat het bedrijfsresultaat minder snel is toegenomen dan de omzet komt door de stijging van de kosten. Zo zijn de personeelskosten met 48 procent toegenomen, deels door de acquisities die 3.250 nieuwe mensen binnen de poort brachten; deels door het aantrekken van jonge medewerkers voor de handelsactiviteiten en de consumentenmarkt en de gelijktijdige afvloeiing van oudere werknemers. Daarnaast boekte Nuon 20 miljoen euro af op zijn natuurstroombedrijf Green Mountain in de Verenigde Staten, dat leed onder de Californië-crisis, en 27 miljoen euro op een joint venture in Argentinie die gekweld wordt door de pesocrisis.

De nettowinst steeg met 6 procent tot 375 miljoen euro. Dat kwam onder meer doordat enkele dochters belasting moesten betalen – Nuon zelf doet dat pas begin dit jaar – en door 16 miljoen euro aan buitengewone lasten voor de reorganisatie van enkele dochterbedrijven.

Nuon wil de komende jaren vooral groeien in Nederland, Duitsland en België waar de energiemarkten vrij zijn of worden vrijgemaakt. In Nederland moet de omzet binnen drie jaar zelfs zijn verdubbeld, onder meer door een verdere groei in natuurstroom.