Kamer wil eind aan immuniteit van overheden

De strafrechtelijke immuniteit voor de overheid moet zo snel mogelijk worden opgeheven. Die immuniteit, waardoor de gemeente Enschede en medewerkers van het ministerie van Defensie gevrijwaard werden van strafvervolging, moet door een wetswijziging ongedaan worden gemaakt.

Dat bepleit een meerderheid van de Tweede Kamer in reactie op de uitspraak van de rechtbank in Enschede over de medeverantwoordelijkheid van de overheid voor de vuurwerkramp in die plaats. Twee directeuren van het ontplofte bedrijf S.E. Fireworks zijn daarvoor gisteren wel veroordeeld.

Het zogenoemde Pikmeer-arrest, waarop die strafrechtelijke immuniteit voor de overheid is gebaseerd, is zeker na dit vonnis niet meer houdbaar, vindt PvdA-woordvoerder Rehwinkel. ,,De politiek moet nu haar eigen verantwoordelijkheid nemen en niet wachten op nog een arrest van de Hoge Raad in dit soort kwesties.'' De Tweede Kamer heeft daar tegen de wil van opeenvolgende ministers van Justitie op aangedrongen. ,,Het is nu de taak van de politiek om duidelijkheid te scheppen.''

Ook GroenLinks toont zich voorstander van opheffing van die strafrechtelijke immuniteit. ,,De uitspraak van de rechtbank in Enschede onderstreept de noodzaak van een dergelijke stap'', aldus woordvoerster Halsema.

D66-woordvoerder Dittrich noemt de overwegingen van de rechtbank over de nalatigheid van de gemeente Enschede en het ministerie van Defensie ,,onvoldoende onderbouwd. Als je daarmee tot het oordeel komt dat er daarom zulke lage straffen tegen die twee verdachten gerechtvaardigd zijn, hadden die overwegingen beter gemotiveerd moeten zijn.''

Volgens Dittrich heeft de onmogelijkheid de overheid te vervolgen ertoe geleid dat ook bestuurlijke consequenties achterwege blijven. ,,Minister De Grave van Defensie is niet afgetreden nadat duidelijk was geworden dat er op zijn ministerie ernstige fouten zijn gemaakt. Het aspect van politieke verantwoordelijkheid was verdwenen op het moment dat het openbaar ministerie besloot niet te vervolgen.'' [Vervolg IMMUNITEIT: pagina 3]

IMMUNITEIT

Kamer bespreekt regels

[Vervolg van pagina 1] Bestuurders en ambtenaren uit Enschede, maar ook het ministerie van Defensie gingen vrijuit voor hun aandeel in de vuurwerkramp, zo heeft het openbaar ministerie in Almelo al eerder besloten. Dat baseerde zich daarbij op het zogeheten Pikmeer-arrest. Lokale overheden en hun medewerkers genieten, net als de landelijke overheid, strafrechtelijke immuniteit, zo oordeelde de Hoge Raad in dit arrest in 1996, tenzij medewerkers overtredingen begaan bij activiteiten die niet tot exclusieve overheidstaken behoren. Binnenkort bespreekt de Tweede Kamer de aanbevelingen van de commissie-Roelvink die voorstelt om de immuniteit van overheden gedeeltelijk op te heffen.

Zelfstandige staatseenheden, maar ook individuele ambtenaren die strafbare handelingen verrichten in opdracht van een overheidsorgaan dat wel immuniteit geniet, moeten wel degelijk vervolgbaar zijn, stelt Roelvink voor.

De immuniteit geldt dan niet meer voor overtredingen door ambtenaren op het gebied van milieu, veiligheid en arbeidsomstandigheden. Rampen zoals de cafébrand in Volendam of Enschede horen vooral bestuurlijke gevolgen te hebben. De voltallige oppositie diende vorig jaar een motie van wantrouwen in tegen minister De Grave van Defensie vanwege de rol die zijn ambtenaren bij controle van het vuurwerkbedrijf in Enschede hebben gespeeld. Die motie sneuvelde omdat de regeringspartijen haar niet steunden.

Het CDA zegt de aanbevelingen van de commissie-Roelvink te ondersteunen. Maar Rehwinkel (PvdA) wil verder gaan dan die commissie voorstelt.