Het is geen Kosovo

In het Midden-Oosten begaat het westen op het ogenblik in megaformaat dezelfde vergissing die het acht jaar lang op beperkte schaal in het voormalig Joegoslavië heeft volgehouden: een eindeloos oproepen tot staken van het geweld, een veroordeling van alles wat verboden is, eventueel een bijeenroepen van internationale vergaderingen die hetzelfde doen, en dan in feite het bewaren van zoveel mogelijk afstand, in de stille hoop dat het probleem vanzelf overgaat. Tussen 1991 en 1999 heeft deze quarantainepolitiek de strijdende partijen de gelegenheid gegeven 200.000 mensen te vermoorden en elkaars steden te verwoesten. Toen duidelijk werd dat de hele regio slagveld dreigde te worden, greep het westen naar het paardenmiddel. Bombardementen. Nu kan het Joegoslavië-tribunaal nog jaren vooruit met de oorlogsmisdadigers en zal het idem zo lang duren voor het oorlogsgebied weer tot volwaardig deel van Europa is geworden.

Yossi Sarid, voorzitter van de Israëlische Meretzpartij en leider van de oppositie stelt zich de vraag: ,,Is dit Bosnië? Is dit weer Kosovo? Ja, dit is weer een Kosovo. Jaren is dat in Israël ontkend; jaren is het denkbeeld om een internationale vredesmacht toe te laten door de Israëliërs verworpen. Maar we moeten toegeven: dit is een Kosovo. En een werkelijkheid als die van Kosovo eist een dienovereenkomstige oplossing.'' (International Herald Tribune, 29 maart).

We mochten willen dat Sarid gelijk had. Maar er zijn verschillen die zo'n oplossing hoe langer hoe onwaarschijnlijker maken. De oplossing van Kosovo werd bereikt door het gebruik van geweld tegen één partij die door het westen unaniem als de agressor werd beschouwd. In het conflict dat nu moet worden opgelost, heerst daarover een ruim verschil van mening. Het eerste probleem dat moet worden opgelost is hoe de belangrijkste partijen in het westen ervan overtuigd kunnen worden, dat ook in Europa en de Verenigde Staten de tijd voor het koesteren van meningsverschillen over de schuldvraag voorlopig voorbij is. Anders gezegd: dat er eerst moet worden ingegrepen, de wapenstilstand hersteld en bewaard, en dat pas daarna de oude conflicten aan de conferentietafel kunnen worden geherinventariseerd. Voor de zoveelste keer terwijl zichtbaar en met tempo aan de wederopbouw van bijvoorbeeld Ramallah wordt begonnen.

In de praktijk van de ingreep zou dit betekenen dat de interventiemacht het mandaat heeft tegen beide partijen op te treden. Gegeven dat het zover zou komen ik zie het niet gebeuren volgt onmiddellijk daarop de vraag: hoe? In het relatief eenvoudige Joegoslavische conflict begon het resultaat zich pas af te tekenen na drie maanden van intensief bombarderen. Dat er ooit B-52 bommenwerpers boven Tel Aviv of Ramallah zullen verschijnen, is uitgesloten. Landstrijdkrachten dus, die in principe vergunning hebben om op zowel de Israëlische tanks als de niet te identificeren zelfmoordenaars van Hamas en Hezbollah te schieten. Hoe verder we deze optie uitwerken, hoe meer het een fabeltje wordt.

Blijft over de komst van een internationale vredesmacht, met volledige instemming van beide partijen. Arafat smeekt erom; Sharon denkt er niet over. Zijn afwijzing is gebaseerd op drie uitgangspunten. Het eerste, zijn grondbeginsel, waarvan hij nooit een geheim heeft gemaakt, is dat de oorzaak van alle ellende Yasser Arafat persoonlijk is. Als hij, hoe dan ook, is verdwenen, kan het wonder van de vrede zich gaan voltrekken. De ontwikkeling van de strijd wijst op het tegendeel althans voor de toeschouwers, maar niet voor de leider. Zijn operatie die alles zal oplossen, vordert met de dag. Iedere volgende bomaanslag bewijst voor Sharon dat hij meer gelijk heeft. Zijn veldtocht is het point of no return gepasseerd. Deze visie strekt ertoe dat hij een interventie niet zal toelaten. En het derde uitgangspunt is dat hij zich niet volstrekt openlijk, wel feitelijk, door Washington gesteund weet. Wat er in Europa wordt gedacht, speelt geen rol. De les van Kosovo is dat in militair opzicht de Europeanen zonder Amerika niets kunnen.

Henry Kissinger, in een artikel in Newsweek, betoogt dat het begin van de wijsheid bestaat uit de erkenning dat er op het ogenblik geen definitieve oplossing bestaat. ,,Deze is een crisis van het soort dat niet tot een goed einde kan worden gebracht; alleen gemanaged'', van dag tot dag in de best mogelijke banen geleid. ,,Het stellen van onhaalbare doelen maakt de zaak erger''. Dat lijkt me goed gezien van de ervaren staatsman. Maar, besluit hij, zover is het inzicht van de partijen nog niet gerijpt. En ,,bij gebrek daaraan hebben de Verenigde Staten geen andere optie dan terzijde te blijven staan''.

Juist niet! Want alweer in de praktijk bestaat deze optie uit de voortzetting van de quarantainepolitiek waarvan het resultaat bestaat uit de oorlog die zichzelf escalerend voortzet.

En hier komen we aan het grootste verschil met Kosovo. Het westen kon zich acht jaar van Joegslavische secessieoorlogen veroorloven. Pas toen het duidelijk werd dat Miloševic kans van slagen had met het vestigen van een `schurkenstaat' op de Balkan, werd het ernst; toen Washington zag dat zijn veroveringsoorlog de internationale orde raakte.

Misschien hebben de staatslieden van deze tijd vóór elf september gedroomd dat het Palestijns-Israëlische vraagstuk van dezelfde regionale orde was. Sharon is de eerste die heeft begrepen dat het daarna anders was geworden. Hij heeft ernaar gestreefd het conflict onder de grote noemer van de strijd tegen het internationale terrorisme te brengen. En we moeten hem nageven: dat is gelukt. Bemiddelaar generaal Zinni heeft geen stok achter de deur meegekregen. Dus wordt feitelijk de quarantainepolitiek voortgezet. Consequent geredeneerd zou dat dan kunnen zijn tot de laatste Palestijn zich heeft opgeblazen.

Hier wordt de vergissing bekroond. Het Israëlisch-Palestijns conflict was al vóór elf september een groot internationaal vraagstuk. De mondialisering van het terrorisme heeft het in die hoedanigheid versterkt. Bij gebrek aan Amerikaans initiatief begint Sharon feitelijk de leiding van de strijd tegen het terrorisme over te nemen. De definitieve oplossing die hij zich voorstelt, maakt nu van Palestina een groot recruteringscentrum voor terroristen.

Intussen deelt het westen, door zijn quarantainepolitiek mee in de verantwoordelijkheid voor voortgezette bloedbaden. Dat is dan weer een overeenkomst met de tijd van de Joegslavische oorlogen.