Hanna Schygulla

In een reeks profielen van eigentijdse sterren deze week Hannah Schygulla, de voormalige Fassbinder-vedette die een comeback maakt met haar dragende bijrol in Béla Tarrs film Werckmeister harmóniák.

Als er al een generatie cinefielen is die de films van Rainer Werner Fassbinder (1945-1982) niet meer kent, dan moet zijn grootste vedette Hanna Schygulla wel helemaal vergeten zijn. Het is namelijk niet goed gegaan met la Schygulla na de dood van de man met wie ze vanaf 1969 een kleine twintig films maakte.

Even leek het erop dat de titelrolvertolkster van onder meer Fontane Effi Briest (1974), Die Ehe der Maria Braun (Zilveren Beer, 1979) en Lili Marleen (1981) een echte Europese ster zou worden. Schygulla was zo goed als onbekend in Amerika en Engeland. Maar ze werd begeerd door regisseurs als Marco Ferreri (haar rol in Storia di Piera bezorgde Schygulla in 1983 de actriceprijs in Cannes), Jean-Luc Godard (Passion), Andrzej Wajda (Eine Liebe in Deutschland), Ettore Scola (La nuit de Varennes), en landgenoten als Wim Wenders (Falsche Bewegung), Volker Schlöndorff (Baal en Die Fälschung) en Margarethe von Trotta (Heller Wahn).

Het zou anders lopen. Na de rol van een stewardess in de kapingsfilm The Delta Force (Menahem Golan, 1986) en curieuze verschijningen in Forever, Lulu (Amos Kollek, 1987), Dead Again (Kenneth Branagh, 1991) en, als Magda Goebbels, in La niña de tus ojos (Fernando Trueba, 1998), leek haar internationale carrière voorbij. En dat terwijl Schygulla zichzelf ooit beschreef als `een engel van de Hinterhöfe, de Marilyn Monroe van de achterbuurten, een slaapwandelaarster in niemandsland' en over wie een criticus eens zei, maar niet durfde op te schrijven – het was naar aanleiding van Wajda's film – dat ze acteerde uit haar vagina.

Hanna was een kerstkind, geboren op 25 december 1943 in het Poolse Katowice, dat toen Königshütte heette, en groeide, net als Fassbinder, op in München. Daar debuteerde ze in Jean-Marie Straubs Der Bräutigam, die Komödiantin und der Zuhälter (1968), voegde zich bij Fassbinders `Antitheater', en speelde de sterren van de hemel, knipogend naar de stijl van melodramatische diva's als Marlene Dietrich en Bette Davis.

In de weduwenoorlog die losbarstte in Fassbinders ménage hield Schygulla zich op de achtergrond, omdat ze ook buiten hem om een eigen carrière leek te kunnen onderhouden. Dat zou tegenvallen, ook al is ze nu tevens zangeres. Haar rol in Werckmeister harmóniák komt als een verrassing, als een `o ja'-ervaring. Haar geldingsdrang, als actrice en als persoonlijkheid, overtuigt immers onverminderd.