Gevangenisdeur blijft dicht bij Dogtroep

Natuurlijk is een voorstelling op locatie niet los te zien van de plek waar hij speelt. Is die plek een gevangenis, dan wordt het helemaal lastig, omdat een gevangenis, net als een ziekenhuis of een psychiatrische inrichting, direct maatschappelijke stigma's oproept.

Daarom is de voorstelling van de Dogtroep in het Penitentair Complex te Brugge onmogelijk op zichzelf te beoordelen. Arriveren bij het door hekken omgeven complex en binnentreden in een wereld die de meeste mensen zelden zien, is al indrukwekkend.

Het publiek zit er bij aanvang dan ook wat stilletjes bij. De gevangenis is een uiterst kil gebouw, met lange lege gangen, ontdaan van elke individualiteit. Iedere doorgang is voorzien van sluizen. Zware metalen deuren, waarvan de een pas opengaat als de andere gesloten is. In de grote eetzaal wordt men bijeen gebracht en op koffie of thee getracteerd door spelers in uniforme pakken. Het publiek weet dat er gevangenen meedoen aan de voorstelling, maar ze zijn niet van de acteurs te onderscheiden. Dat is een sterke troef.

Op de verschillende tafels liggen cassetterecorders waarop de stemmen van gevangenen te horen zijn. Ze praten over hun verlangens. Over stokvis eten, over het roken van pijpen, over vogeltjes en vossen. Een tv-scherm in de zaal toont een eindeloos herhaald weerbericht: ,,dit is zender 22 graden, na geringe turbulentie is het vooruitzicht geen bewolking, veel Tl-licht en een stabiele, veilige 22 graden.''

In groepjes opgesplitst beginnen de toeschouwers even later aan hun reis door het complex. In kleine ruimtes, gelegen aan weer zo'n uitgestrekte gang, zijn acts of installaties te zien. Er is een vrouw die wanhopig zingend op een enorme berg kleren zit. Haar naaimachine naait een witte doek die schijnbaar uit zichzelf langs het getraliede raam naar buiten glipt. De lange lap stof glijdt over het kale, door schijnwerpers verlichte grasveld, en begint het hek op te kruipen. Daar verandert de sleep in een trouwjurk en de beweging stopt halverwege het hek. Een rood licht gaat branden en de gids opent de deur; `wilt u mij volgen alstublieft' en voort gaat het, naar een volgende ruimte.

Tijdens de reis kruipt voortdurende de werkelijkheid nadrukkelijk binnen in de zorgvuldig uitgedachte Dogtroep-scènes. In een nieuwe cel, een doolhof met foto's op de muren, dwaalt de groep rond in het schemerduister. Wanden blijken geen wanden maar deuren, zodat het doolhof steeds andere vormen aanneemt. Nooit kom je buiten uit. Na enige tijd zo te hebben rondgedwaald gaat het licht aan en verbleken de foto's. Het groepje dromt samen om weer verder te gaan, maar de deur gaat niet open. Dat is het moment dat de beklemming pas echt toeslaat.

De Dogtroep zou de Dogtroep niet zijn als er geen spectaculaire scènes met gooi- en smijtwerk en muziek zouden volgen. Met name de eindscène in de bak, een ommuurde luchtplaats, heeft indrukwekkende effecten. Er is een koor, er zijn kleine scènes en een man verschijnt bovenop de muur in een zwembroek, alsof hij een sprong naar beneden gaat wagen. Uiteindelijk drijft een gordijn van water de bezoekers en de spelers in de achterste hoeken van de buitenplaats.

Maar niets zo is indrukwekkend als de gevangenis zelf. De vuistdikke spiegelende ramen, de gedetineerden die nog net zichtbaar op een derde verdieping naar het voorbij schuifelende volk zwaaien. Of de verlaten speeltuin, voor kinderen van opgesloten ouders. Het is dramatische realiteit, waar geen Dogtroep tegenop kan.

Voorstelling: Dogtroep in de gevangenis van Brugge. Regie/artistieke leiding: Titia Bouwmeester. Regie: Aike Dirkzwager. Gezien: 29/3 Penitentair Complex, Brugge. Aldaar t/m 6/4. De voorstelling is uitverkocht, maar beeld en tekst zijn te zien op www.dogtroep.nl