Exhibitionistische zelfverarming

Nu ook de ING-tjes al! De toplaag van de bankverzekeraar ziet zijn bonus voor de korte termijn flink dalen en houdt zijn basissalaris gelijk. Vorige week liet de Philips-top al weten af te zien van bonussen, onder verwijzing naar de moeizame CAO-onderhandelingen bij het bedrijf. `Exhibitionistische zelfverarming', om de premier te parafraseren. Alles dus, om de werknemers in Nederland te overtuigen van het belang van een bescheiden loonstijging?

Niet zo snel. Bonussen zijn doorgaans gekoppeld aan de bedrijfsprestaties. En die vielen over 2001 gewoon tegen, na jaren van steil oplopende beloningen. Verwijzen naar de noodzaak van loonmatiging is hooguit een welkom neveneffect, met een ondertoon die grenst aan hypocrisie. De bedrijfstoppers scharen zich daarmee onder de spreekwoordelijke generaal b.d. die zich eenmaal gepensioneerd ontpopt als atoompacifist, of Joop van den Ende die zich in 1999 na tien jaar commerciële tv beklaagde over de `verpaupering' van de programma's. Hadden ze er misschien, met alle respect, zelf destijds een pietsje meer tegen kunnen doen?

Terugkijken helpt niet, vooruitkijken wel. Gisteren publiceerde het Centraal Planbureau (CPB) zijn Centraal Economisch Plan 2002. Daarin wordt geconstateerd dat de Nederlandse economie vorig jaar voor het eerst sinds 1988 substantieel minder groeide dan het gemiddelde van de eurolanden. In 2002 en 2003 blijft de Nederlandse economie, ondanks een herstel, ook achter. Dat is volgens het CPB deels te wijten aan de sinds 1998 snel verslechterde concurrentiepositie, die weer het gevolg is van de te forse loonstijgingen.

Wat te doen? Matigen, zegt het CPB. Dit jaar staan veel CAO's al vast, en zorgt de hoge inflatie voor zo'n druk op de nog te sluiten CAO's dat een gemiddelde contractloonstijging van 4 procent zo goed als onvermijdelijk is – 0,75 procent meer dan de verwachte inflatie. Voor volgend jaar staat 3,5 procent in de boeken, en dat is 1 procent meer dan de verwachte inflatie.

Matig matigen lost niet meteen iets op. Stel, berekent het CPB, dat de loonstijging dit jaar een half procent lager uitvalt, en volgend jaar 1 procent. Dan zal in 2006 de economie alles bij elkaar 0,2 procent harder zijn gegroeid, en de werkgelegenheid met 0,6 procent extra zijn gestegen.

Het onderstreept dat het herwinnen van de verloren concurrentiekracht een zaak van lange adem is. Langdurig matigen dus, net als in de jaren tachtig. Dat is pijnlijk voor de topbestuurders: het impliceert dat zij even langdurig het `goede voorbeeld' zullen moeten blijven geven aan hun personeel.