Europa moet kiezen voor eigen opbouw

In plaats van de VS kritiekloos te volgen als verdediger van het westen, moet Europa kiezen voor een eigen geopolitiek en de as Parijs-Berlijn versterken, meent Alain Touraine.

Zal Europa kiezen voor een nauwe band met de Verenigde Staten of voor de opbouw van Europa? Zal het de extreme keus volgen van Berlusconi en zijn secondanten, die prioriteit geven aan het redden van `de westerse wereld'? Of zal het juist het `Europees sociaal model' beschermen, in plaats van de VS te steunen in hun strijd tegen de As van het Kwaad"? Sinds 11 september 2001 wordt de wereld beheerst door een steeds duidelijker uitgesproken wil tot militair ingrijpen zoals voorgestaan door de VS. Daarbij beperkt men zich niet tot het streven naar een door de Amerikanen bestierde gemondialiseerde economie. Het gaat hier niet meer om mondiale economische netwerken, maar om een onmiskenbaar oorlogszuchtige politiek. Dat blijkt al duidelijk uit de verontrusting van topmensen van de mondiale economie, toen ze bijeen waren in New York en Davos, over het ontstaan van een discrepantie tussen de militaire en politieke strategie van president Bush en de belangen van de leidende groepen van de wereldeconomie.

In Europa bestaat tegen deze kruistochtmentaliteit behoorlijk wat verzet. Dat vindt ook steun in de VS zelf. Maar vooralsnog heerst er verwarring. In sommige landen van Europa worden binnenkort verkiezingen gehouden en daar is men meer geneigd een sociaal programma naar voren te brengen. Andere landen, die overigens niet per se een heel ander beleid hoeven voor te staan, reageren vooral op Amerikaanse druk. Niemand kan er bovendien van op aan dat Europa niet verlamd zal raken door interne verdeeldheid. Aan de ene kant is er Berlusconi die zich het meest enthousiast heeft getoond voor de verdediging van het westen, maar ook Aznar heeft met veel nadruk laten weten hoeveel waarde hij hecht aan de solidariteit met de VS. Een ander geval is Blair, omdat de Labourregering een actieve sociale politiek wil gaan voeren die zelfs een versterking van het Europese bouwwerk niet uitsluit. De Britse koers wordt echter voor alles bepaald door de financiële solidariteit tussen New York en Londen en door de historische banden tussen de twee landen.

Aan de andere kant geven Duitsland, Nederland en met name Frankrijk er blijk van dat ze vooral hechten aan de opbouw van een Europa dat niet meer sociaal-democratisch is, maar waarbij ze zich ook niet willen beperken tot de extreme voorzichtigheid van de Derde Weg van Tony Blair. Men kan wel zeggen dat deze twee richtingen elkaar niet uitsluiten omdat de een strikt politiek is en de andere meer sociaal, maar ze staan diametraal tegenover elkaar omdat de een tendeert de logica te volgen van de VS als supermacht, terwijl de ander probeert een antwoord te geven op de interne problemen van de samenlevingen in Europa.

Duitsland staat voor de moeilijkste keuze, omdat het Duitse model, dat zo succesvol was in het industriële tijdperk, al heel lang problemen heeft met de veranderde situatie in productie en handel.

Frankrijk is een heel apart geval. In dit land is de steun voor de huidige discours van de Amerikaanse president gering, maar bij het opkomen voor de Franse nationale staat wordt een vocabulaire gebruikt dat dichter staat bij de problemen van de natie dan bij die van de samenleving. Jospin daarentegen brengt, naarmate de verkiezingscampagne vordert, steeds ingrijpender vernieuwingen aan in zijn centrum-linkse programma, dat meer en meer Nederlandse trekken begint te krijgen, dat wil zeggen minder etatistisch wordt.

Het is echter nog niet zeker dat de voortgang en versteviging van het Europees project bestand zijn tegen alle gevaren. Europa, dat steunde op de VS, heeft geen ernstige bedreiging door de Sovjet-Unie meer gekend sinds de raketcrisis. Vandaag de dag wordt Europa als centrum van beslissingen geconfronteerd met een gevaar dat van precies de andere kant komt. Want wat is in internationale besprekingen het gewicht van alle betrokken Europese comités en commissies tegenover een gebeurtenis als die van 11 september en tegenover de steeds meer unilateraal genomen beslissingen van de VS? Duitsland en Frankrijk lijken door te willen gaan met de opbouw van Europa. Het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Italië zijn echter veel gevoeliger voor de oproep van president Bush. Portugal was min of meer vanzelfsprekend pro-Europees omdat het van Europa aanzienlijke financiële steun ontving, maar bestaat het Portugal van Mario Soares nog wel, nu de hulp van de Europese Unie aan probleemgebieden zich verplaatst naar Oost-Europa?

Meer in het algemeen bestaat het gevaar dat Europa volledig in beslag zal worden genomen door problemen van de eigen opbouw, uitbreiding en versterking van de samenwerking en dat het dus niet in staat zal zijn geopolitieke initiatieven te nemen, waardoor het de facto afhankelijk wordt van de VS met een president die zich gedraagt als een legerhoofdman. Het is nu al zo dat het niet van Europa zelf afhangt of er een synthese wordt gevonden tussen de twee tegenover elkaar staande richtingen binnen Europa. Bush hoeft morgen maar te besluiten Irak aan te vallen en elk Europees land, afgezien van voor een deel Groot-Brittannië, zal zich geplaatst zien voor een voldongen feit.

Het is dus nodig dat Europa weer nieuw leven blaast in de historisch gegroeide as van Duitsland en Frankrijk en dat de andere lidstaten de gelegenheid krijgen zo snel mogelijk een zekere autonome beslissingsvrijheid te verwerven. Dat kan echter niet meer zijn dan een eerste stap. Toen de chefs van de mondialisering het in de wereld nog voor het zeggen hadden, was een conflict tussen Europa en de VS vrijwel uitgesloten. Maar nu zijn het niet meer de belangrijke netwerken die bepalend zijn; het is het puur hegemonistische streven van de president van de VS, die in zijn eentje te werk gaat en dat doet vanuit de belangen van zijn land. Deze verstrekkende verandering van de situatie noopt Europa ertoe zich zelfstandige handelingsvrijheid toe te eigenen en niet meer de Sancho Panza van de Don Quichot van Washington te zijn.

Dat is waar het om gaat bij de belangrijke verkiezingen in Duitsland en met name in Frankrijk. Het zal een versterking betekenen voor Europa wanneer die verkiezingen leiden tot een overwinning van degenen die, zoals Schröder en Jospin, de opbouw van Europa belangrijker blijven vinden dan het moeten steunen van Washington. Op zijn minst kan een overwinning van de Duitse en Franse kandidaten voorkomen dat Europa voorgoed wegzakt. Die verkiezingen zijn dan ook voor veel meer landen van belang dan alleen voor die waar ze gehouden worden.

Alain Touraine is socioloog. ©El País