De subsidiedans

Een dampend dance-feest in Miami met Nederlandse dj's en vj's, onder het motto `the scent of sex', krijgt subsidie van het ministerie van Economische Zaken. Er gaat groot geld om in de amusementsindustrie en daarom vindt EZ het de moeite waard internationaal de aandacht te vestigen op de Nederlandse expertise van dance-festivals. Het klinkt redelijk. De overheid is neutraal en bekommert zich niet alleen om de exportbelangen van de industrie of de landbouw, maar ook om die van de alternatieve dienstensector. De organisatoren van festivals, rockbands, dj's en vj's moeten ook gebruik kunnen maken van exportsubsidies.

Toch wringt er wat. Namelijk dat mét de muziek en de events ook het imago wordt geëxporteerd van Nederland als housend dance-feest. In deze branche gaan nogal wat verboden pillen om en Nederland staat bekend als de grootste exporteur ter wereld van ecstasy-pillen. Natuurlijk is het niet de bedoeling, maar men kan zich afvragen of met de promotie van de muziek niet vooral de ecstasy-export bevorderd wordt. Hebben bij de nationale exportpromotie Frau Antje de molens, tulpen en de klompen plaatsgemaakt voor het imago van Nederland als house- en dance-paradijs? De beeldvorming van Nederland en dan vooral Amsterdam als vrijplaats van coffeeshops en drugsparty's wordt in ieder geval versterkt. De kwaliteit van de toeristen die de hoofdstad aantrekt, is dan ook navenant.

Economische Zaken deelt dit jaar ruim een miljard euro aan 67 verschillende subsidieregelingen uit; de rijksoverheid in totaal 16,7 miljard aan 534 projecten. Vergeleken met 2001 wordt dit jaar 1,4 miljard méér (een stijging van bijna 10 procent) aan subsidies besteed. Op de begroting van EZ mag toerismebevordering rekenen op 29 miljoen euro, exportbevordering op 11,5 miljoen. Hierbij vergeleken zijn de tienduizenden euro's voor de promotie van de house- en dance-scene een schamel bedrag. Maar een liberale minister moet zich de vraag stellen of internationale promotie van deze sector met belastinggeld vanuit het oogpunt van economisch speerpuntbeleid gewenst is. Sommige activiteiten kunnen werkelijk beter aan de particuliere markt overgelaten worden.