Composities in paars, oranje, roze, wit en zilver

Wie de afgelopen week Nederlandse muziek beluisterde in series als `Rondom' en `Klassiek/Triptiek' in Utrecht en `Tijdgenoten' in Amsterdam, moet wel tot de conclusie zijn gekomen dat in het eigentijdse componeren elegische muziek een trend is. Want elegie verbond de nieuwe composities van Jeff Hamburg (1956), Willem Jeths (1959) en Klaas de Vries (1944) met elkaar.

Hamburg reageert in zijn klaagzangen van Jeremias op de verwoeste en verlaten steden in Afghanistan. Actueel is voor hem het bijbelse ,,hoe eenzaam zit zij neder, de eens zo volksrijke stad nu weduwe geworden''. En zo begint Hamburgs in het Hebreeuws gezongen Aychah naar de verzen 1 en 4 uit het eerste hoofdstuk van de Klaagzangen vol oriëntaalse melismen.

Het werk voor vijf vocalisten en kamerorkest was op Stille Zaterdag tevens bedoeld als een complement bij en een reflectie op Stravinsky's Threni. Donkere houtblazers nemen het voortouw in een breed uitgemeten Largo en als het tempo vloeiender wordt bepalen extatisch declamerende triolen het verdere verloop. Met Stravinsky hebben deze brede gebaren weinig van doen. Eerder met Copland en Bernstein, stijlen waarmee Hamburg eens is begonnen, aldus de cirkel rond makend.

Sommige muziek komt op je af (Aychah), andere (Threni) eist dat je er naartoe gaat. Maar zo langzamerhand is het ascetisch rituele Threni-idioom toegankelijk geworden en dat geldt zeker wanneer er sprake is van zo'n onnavolgbaar fraaie uitvoering met een opmerkelijk trefzeker Gesualdo Consort waaraan Cappella Amsterdam en Radio Kamerorkest zich konden optrekken.

In een programma van het Schönberg Ensemble rondom de muzikaal integere altiste Suzanne van Els, bood Klaas de Vries met Tegen de Tijd, Elegie voor altvioolsolo transparante muziek die aarzelend op gang komt met pas tegen het eind wat scherpe kantjes. De elegie vormt een uitbreiding van de instrumentale muziek bij de figuur van Rhoda (vrouw zonder gezicht) uit het scènisch oratorium The Waves.

In Willem Jeths' uiterst ijle en fragiele Elegia-intus trepidare (van binnen sidderend) ontlaadt een ingehouden woede zich in het centrum in een muziek die in een stevige dubbelgrepen dreigend op je af komt. Daarna is het verkort terugkerende begindeel niet meer wat het is geweest, gelouterd als het ware. Schitterend is de verfijnde kwarttoonkleuring, indrukwekkend het woekeren met een enkel glissando-gegeven.

In kleur uitgedrukt: Stravinsky componeerde in een priesterlijk paars, Hamburg in een open oranje, De Vries in een radeloos roze. Bij Jeths ligt het gecompliceerder: het centrum is donker, de ingehouden elegie daar omheen bijna wit, het slot verblindend zilver.

Concerten: Schönberg Ensemble, Radio Kamerorkest o.l.v. Peter Eötvös. Gehoord: 27, 30/3 Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht.