Aboriginal kunst is de boombast voorbij

Eeuwenlang heeft de aboriginal schilderkunst het gedaan zonder canvas. Pas op aanraden van mensen uit de toeristenindustrie zetten de oorspronkelijke bewoners van Australië zo'n dertig jaar geleden de geometrische patronen, die ze tot dan toe op lichamen hadden gestippeld of met stokken in de aarde hadden getrokken, neer op doek. De zogeheten dotpaintings zien er opvallend modern uit, als abstract impressionistische lichtschilderingen vol smaakvol groen, geel, lila en oranje. Ze vielen zozeer in de smaak bij blanke galeriehouders en verzamelaars dat de werken tegenwoordig in de reservaten van Arnhem Land per meter worden gefabriceerd. Op dit moment kosten de schilderijen van internationaal erkende kunstenaars als Emily Kame Kngwarreye en Mick Namarari Tjalpaltjarri meer dan een miljoen euro per stuk.

Het zijn de dotpaintings die – naast boombastbeschilderingen – de boventoon voeren in het vorig jaar in Utrecht geopende Aboriginal Art Museum. En ook op de tentoonstelling Hedendaagse Aboriginal Kunst in het Wereldmuseum ontbreken ze niet. Maar in Rotterdam worden de esthetisch plezierige en qua thematiek ongevaarlijke schilderijen getoond als slechts één vorm van moderne aboriginal kunst. Naast de door westerlingen zo bewonderde stippeldoeken hangen vooral werken met een sociaal-politieke inslag. Deze urbane kunst is rauwer, confronterender en daarom ook een stuk minder populair dan het exotische luminisme van de dotpaintings.

De tentoonstelling is bescheiden van opzet, maar zet de kunst wel in historisch perspectief. Zo is Kevin Gilbert (1933-1993), de oervader van de moderne aboriginal kunst, vertegenwoordigd met verschillende werken. Tijdens een onterechte gevangenisstraf van twintig jaar had Gilbert zich als eerste aboriginal de westerse techniek van de linoleumsnede eigengemaakt en gebruikte hij die als vehikel voor zijn politiek activistische boodschap. Helaas ontbreken zijn pamflettistische posters uit de vroege jaren zeventig, maar de grimmige print van een zwarte zwaan die tegen de achtergrond van een aboriginal vlag door een witte zwaan wordt doodgebeten is exemplarisch voor de kracht van zijn werk.

De toon en stijl van de jongere generatie is zeer divers. Subtiel is bijvoorbeeld de fotografie van Alana Harris (1966), die door contrasterende portretten van zeer bleke en zeer donkere aboriginalvrouwen raciale stereotyperingen probeert te ontmantelen. Ook Pamela Croft (1955), lid van de zogeheten stolen generation van door blanken geadopteerde aboriginals, lijkt – getuige de titel Can we reconcile? van haar fotocollage – aan te sturen op een dialoog.

Veel directer is Gordon Hookey (1961), die in Colonial subjugation een orerende Adolf Hitler laat groeien uit het hoofd van premier Gordon Howard, die ook nog eens een jasje aanheeft met swastika-motief. Hookey, die van oorsprong beeldhouwer is, beeldde deze confronterende voorstelling af in negenvoud, als een gepolitiseerde versie van Andy Warhols soepblikken. Ook zijn materiaalgebruik ademt de geest van pop art: het zijn computerprints op zijde, een wereld van technisch verschil met de vroegere pigmentschilderingen op boombast.

Trevor Nickolls (1949) combineert in zijn schilderijen, die culturele versmelting als onderwerp hebben, aboriginal motieven en westerse technieken. En ook Richard Bell (1953) combineert de twee werelden in zijn met snippers krantenpapier dichtgeplakte schilderijen. Maar de zelfbenoemde `intellectuele terrorist' laat de aboriginal identiteit zien als een die moet worden worden bevochten in een klimaat van bruut racisme. Pas met Gordon Bennett (1955) is een kunstenaarsgeneratie opgestaan die zich niet meer expliciet wil afficheren als `aboriginal kunstenaar'. Ondanks de onmiskenbaar politieke aard van een werk als Notes to Basquiat: in the future everything will be as certain as it used to be, waarin een schematische politieagent met knuppel staat afgebeeld voor een op zijn kop gekruisigd zwart figuur, is Bennetts verhaal over repressie tegelijkertijd persoonlijker en universeler dan dat ooit is weer te geven met een dergelijk algemeen predikaat.

Tentoonstelling: Hedendaagse Aboriginal Kunst. T/m 8 december in Wereldmuseum, Willemskade 25, Rotterdam. Inl. 010-2707172 of www.wereldmuseum. rotterdam.nl