Zorg over werkloosheid

De Raad voor Werk en Inkomen heeft vandaag zijn eerste rapport gepresenteerd. `Paars had meer mensen aan werk moeten helpen'.

Werkgelegenheidsbeleid kost de samenleving zo'n 5 tot 6 miljard euro per jaar. Er is een wirwar van regelingen om werklozen en arbeidsongeschikten aan de slag te krijgen, en om werkenden met scholing en loopbaanbegeleiding aan het werk te houden. ,,Maar of het allemaal iets uithaalt, dat weten we niet'', zegt voorzitter Jan van Zijl van de Raad voor Werk en Inkomen. ,,We weten wel hoeveel mensen een `traject' ingaan. Maar is dat nou het doel? We moeten weten hoeveel mensen we met al dat geld aan de slag krijgen.''

De Raad voor Werk en Inkomen heeft vandaag zijn eerste rapport met adviezen voor minister Vermeend (Sociale Zaken) gepresenteerd. Maar omdat te veel onbekend is hoeveel effect de huidige maatregelen hebben, is eerste advies ,,bescheiden'' van aard, zoals Van Zijl het zegt. ,,Wij baseren ons vooral op ons gezond verstand''.

Naast de Sociaal-Economische Raad bestaat sinds 1 januari van dit jaar de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) als een nieuw adviesorgaan voor het sociaal-economisch beleid. De RWI is voortgekomen uit een grote ruzie in 1999 tussen sociale partners en het kabinet. De werkgevers en vakbonden waren verbolgen over het feit dat ze geen rol meer kregen in de sociale zekerheid. Als compromis kregen ze met gemeenten zetels in de RWI dat `zwaarwegende' adviezen mag uitbrengen. ,,We zijn geen doekje voor het bloeden'', zegt voorzitter en oud-PvdA-Kamerlid Van Zijl. ,,De minister kan alleen met redenen omkleed onze voorstellen naast zich neerleggen.''

Een eerste belangrijk voorstel dat op basis van het gezond verstand wordt gedaan is meteen politiek gevoelig. De RWI wil af van de miljardenoverschotten in de sociale fondsen. Werkgevers en werknemers betalen al jaren veel meer sociale premies dan noodzakelijk is voor de uitbetaling van WW- en WAO-uitkeringen. ,,We pleiten er niet voor het maar simpel terug te geven, maar we willen het juist slim inzetten'', zegt Van Zijl. Met een deel van het geld moet werk aan de onderkant van de arbeidsmarkt lonender worden. Maar tot nu toe heeft met name minister Zalm altijd geweigerd om sociale premies te verlagen, omdat die meetellen bij het begrotingssaldo (het zogeheten EMU-saldo) dat moet voldoen aan de normen voor de eurolanden.

Andere voorstellen van de RWI hebben volgens Van Zijl een hoog praktisch gehalte. Voor de huidige groep WAO'ers moet het ook aantrekkelijker worden om te gaan werken. Nu kan het gebeuren dat als ze werk vinden, maar later toch weer terugvallen, ze hun oude, relatief hoge uitkering verliezen. Daardoor zien veel WAO'ers er weinig in om te gaan werken.

Ook opvallend is dat de RWI er voor pleit dat de sollicatieplicht voor werklozen boven de 57,5 jaar weer gaat gelden. Maar die plicht hoeft alleen te gaan gelden voor oudere werknemers die net werkloos zijn geworden. Van Zijl: ,,Als je 63 bent en je bent al acht jaar werkloos, dan heeft het niet zoveel zin meer. Maar als je 59 bent en een paar maanden werkloos, kan je nog heel goede kansen hebben op de arbeidsmarkt.''

Van Zijl wil ,,geen meeslepende verwijten'' aan het paarse kabinet uiten. ,,Maar je kunt toch wel concluderen dat een periode van hoogconjunctuur beperkt is gebruikt om meer mensen van de 1,5 miljoen die nu langs de kant staan aan het werk te helpen.'' De RWI maakt zich ook zorgen over het feit dat het werkgelegenheidsbeleid minder in de belangstelling staat. ,,Dat zie je aan de campagne. Het is alleen zorg, onderwijs en veiligheid. Als we nu met de verslechterende economie niet oppassen, krijgen we bijvoorbeeld weer echte jeugdwerkloosheid.''