`VS verdedigden hun rol in Angola met leugens'

De Amerikaanse regering heeft in 1975 gelogen over de aanwezigheid van Cubaanse troepen in Angola om een geheime operatie van de CIA te rechtvaardigen. Dat blijkt uit onderzoek van de historicus Piero Gleijeses, hoogleraar aan de Amerikaanse John Hopkins universiteit. Hij baseert zich op documenten uit die tijd. Delen van die documenten zijn gisteren vrijgegeven door het National Security Archive, een onafhankelijk onderzoeksinstuut in Washington.

Bij die documenten is ook een verklaring van de toenmalige CIA-chef in Angola, Robert Hultslander. Volgens Hultslander steunde de CIA een invasie van de bevrijdingsbeweging FNLA vanuit Zaïre. Tegelijkertijd vielen Zuid-Afrikaanse troepen Angola binnen met medeweten van de Verenigde Staten. Ze deden zich voor als huurlingen en steunden de bevrijdingsbeweging Unita. Die gecoördineerde actie was gericht tegen de marxistische bevrijdingsbeweging MPLA die volgens de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Henry Kissinger, niet aan de macht mocht komen als Angola in november 1975 onafhankelijk van Portugal zou worden. Een MPLA-zege zou zuidelijk Afrika destabiliseren. ,,Maar het was juist ons beleid dat zorgde voor de destabilisering'', aldus de verklaring van Hultslander.

De drie Angolese bevrijdingsbewegingen waren in de aanloop naar de onafhankelijkheid verwikkeld in een strijd om de macht en de VS kozen partij tegen de MPLA. Ze rechtvaardigden hun inmenging met de onthulling dat het Cubaanse leger aan de kant van de MPLA vocht. Maar op het moment van de invasies vanuit Zaïre en Zuid-Afrika was er nog geen sprake van Cubaanse militaire aanwezigheid in Angola. Cubaanse militaire hulp kwam pas in reactie op die invasies.

Volgens de historicus Gleijeses dwong Kissinger de CIA om een document over de Cubaanse aanwezigheid in Angola te vervalsen. Ook loog hij, niet alleen destijds maar ook in zijn memoires, over de samenwerking met de Zuid-Afrikanen. Hij zei dat hij niet wist dat Zuid-Afrikaanse militairen vermomd als huurlingen Angola waren binnengevallen, terwijl hij vooraf op de hoogte was gesteld. De invasies vanuit Zaïre en Zuid-Afrika waren nauwkeurig op elkaar afgestemd. Ondanks de Amerikaanse inmenging kwam de MPLA in 1975 aan de macht, waarna een burgeroorlog ontstond die nog altijd voortduurt. Unita, dat in 1976 bijna was verslagen, kon eind jaren zeventig alleen herrijzen dankzij financiële hulp van de Amerikaanse regering onder president Reagan.

Unita en de Angolese regering tekenden zaterdag een intentieverklaring die een eind moet maken aan 27 jaar burgeroorlog. Het akkoord dat donderdag in de hoofdstad Luanda formeel moet worden bekrachtigd, voorziet in een staakt-het-vuren, integratie van de rebellen in het nationale leger en transformatie van Unita tot politieke partij. Unita was de laatste drie jaar sterk in het defensief gedrongen door het regeringsleger. Zes weken geleden werd Unita-leider Jonas Savimbi door regeringstroepen gedood. De burgeroorlog heeft zeker 500.000 mensen het leven gekost en meer dan 4,5 miljoen mensen, eenderde van de bevolking, uit hun huizen verdreven. Een half miljoen Angolezen zijn naar het buitenland gevlucht.