Tsjechov op zijn best in wrede en geestige Ivanov

Ivanov maakt het ons erg moeilijk om van hem te houden. De titelheld uit Tsjechovs toneelstuk weet heel goed wat hij niet wil: een ledig leven dat draait om geld en bedrog. Maar hij weet niet wat hij wel wil. In zijn depressie laat hij zijn vrouw keihard vallen, een doodzieke joodse vrouw die voor Ivanov alles opgaf. In een ruzie, bijna onverdraaglijk wreed, roept hij in zijn drift: ,,Als je dan maar weet dat je gauw dood zult gaan dat heeft de dokter me verteld.'' Zijn geldzieke, antisemitische omgeving kan hem niet volgen en legt zijn gedrag op haar eigen vulgaire wijze uit.

Mirjam Koen regisseert een rake, enerverende Ivanov bij het Onafhankelijk Toneel in de voormalige Schiecentrale in de Rotterdamse haven. Eerder regisseerde ze met succes Tsjechovs andere vroege drama's Stuk zonder titel/Platonov en De Woudduivel, een voorstudie van Oom Wanja.

We zien een houten façade van een landhuis, gedomineerd door een rij tuindeuren. Op het einde van ieder bedrijf verhuizen de toeschouwers naar de andere kant van de façade. Op de grond liggen houtsnippers, zodat een weldadige bosgeur opstijgt iedere keer als de spelers erdoorheen rennen of rollen. En dat doen ze geregeld, want Koen is bang dat we ons, als Tsjechovs figuren, gaan vervelen. Met hollen, zingen, vechten en snelle, komische dialogen maakt Koen optimaal gebruik van de ruimte en houdt ze de vaart en luchtigheid erin.

Uit de vijf versies die Tsjechov van zijn `wrange komedie' schreef, stelde Koen met ferm en kundig snoeien een eigen versie samen. De coupures zijn vaak verbeteringen, maar het vierde bedrijf gaat te snel. Na de pauze komt de ontknoping te vlug en onverwachts, niet in de laatste plaats omdat Ivanov zichzelf niet voor het hoofd schiet, zoals gebruikelijk, maar gewoon van zijn stoel valt, in het midden latend of hij dood, ziek of dronken is. Deze keuze snap ik niet helemaal. Natuurlijk, die zelfmoord is ook merkwaardig en te veel een oplossing, en Tsjechov wilde het echte leven schetsen, waar onbestemdheid heerst en verhalen geen afgeronde finales hebben. Maar als toeschouwer wil je toch een duidelijk einde zien.

Koen weet het beste uit haar acteurs te halen, die mooie, ronde personages weten op te bouwen. Ze zijn niet goed of slecht, ergerniswekkend of grappig, maar alles door elkaar heen. Ze zijn bovenal ontzettend `echt'. Bert Luppes, als Ivanov, doet geen moeite ons voor zijn personage te winnen. Hij kan chagrijnig zeuren en eindeloos zijn zelfbeklag herhalen. Toch hou je van hem. Ook knap is dat hij door bijna niets te doen – iedereen beweegt, hij zit stil in een hoekje – toch het middelpunt blijft.

Sasja, het op Ivanov verliefde buurmeisje, krijgt een verrassende invulling door Romana Vrede. Met haar gracieuze bokserslichaam en haar krachtige, fysieke spel is zij steeds de gangmaker die Ivanov en het hele stuk oppookt. Erg sterk is de scène waarin ze haar walging voor de vermolmde anderen uit. ,,Jullie hèbben het niet!'' herhaalt ze honend, iedere keer de zin met een andere swingende pose onderstrepend. Joke Tjalsma en Ria Eimers zijn een stel prachtige roddeltantes. Eimers, als de rijke weduwe, breeduit en vol; Tjalsma, als de gierige moeder, afgemeten en benepen. Samen maakt de hele cast een levensechte Ivanov geheel in de geest van Tsjechov: zo vol tegenstrijdigheden, zo grappig en luchtig, zo wrang, zo triest, zo wreed.

Voorstelling: Ivanov van Anton Tsjechov door het Onafhankelijk Toneel. Regie: Mirjam Koen. Gezien 30/3 Schiecentrale, Lloydstraat, Rotterdam. Aldaar t/m 14/4. Tournee (met `De Woudduivel') t/m 30/6. Inl. (010) 4780281 of www.ot-rotterdam.nl.