Column

Supporter

De beste voetballers kunnen zich de duurste doping permitteren. Dat zegt Michel d'Hooghe, chef medische dienst van de FIFA. Door het veel te drukke speelschema kan het ook bijna niet anders. Er wordt gebruikt, denkt Michel. Waarom in andere sporten wel en in het voetbal niet?

Hoe kom je aan doping? Wie biedt het aan? Moet je een vage buitenwijk van Charleroi in? Krijg je het telefoonnummer van Schele Gerrit? Belt de dealer jou? Krijg je wel het goeie spul? Is de dealer niet een vriendje van de tegenstander, die je later verlinkt? Waar vindt de overdracht plaats? Op het parkeerdek van Van der Valk in Tiel? Wie kan je vertrouwen? Kan je ook klagen als het niet helpt? Wat doe je met de bijverschijnselen? Van sommige middelen krijg je haaruitval. Stam blijft ontkennen. Van weer ander spul word je agressief! Davids weet van niks. Nog weer andere spullen zijn potentieverhogend en beïnvloeden het rijgedrag. Kluivert leest het met verbazing.

Die voetballers wonen allemaal wel lekker groot, dus ze kunnen het spul goed verstoppen. Maar als je het eenmaal in huis hebt, dan moet je het nog toedienen. Wie doet dat? De meeste voetbalvrouwen zijn te blond voor dit soort medische zaken. Eén luchtbelletje in de injectiespuit en je voetbalt mee op de Paralympics. Ik zou het als ik Beckham was niet aan mijn vrouw overlaten. Huisarts in vertrouwen nemen? Opeens zie ik Reiziger met een naaldje in de weer. Een huilende Cocu, doodsbang voor injecties. Als kind al.

,,Je wil toch in Barcelona blijven?'', lacht Reiziger.

,,Ja'', kermt Phillip.

,,Kom op grote vent, kijk maar even de andere kant uit!''

Daarna moet Cocu Reiziger prikken.

,,Kom op Bonfire, tandjes op elkaar!''

En dat elke dag. In een schuurtje. Achter een villa. Uitkijkend over zee. Wat een miljonairsleed.