Sneuvelbereidheid

Je weet het wel, maar je denkt er niet zo aan en dan wordt het je opeens door kleinigheden weer ingeprent dat de Amerikanen bijna eenstemmig zeggen dat ze in oorlog zijn. Een vriend die zijn jaarlijkse reisje naar Europa nu maar niet maakt, niet omdat hij bang voor vliegtuigkapers is, maar omdat zijn hoofd nu niet naar toeristisch vermaak staat. Een ander die tussen neus en lippen laat weten dat zijn land wel iets zal moeten doen waardoor de wereld het zal haten.

Het zijn geen Republikeinse ijzervreters, maar gematigde Democraten. Als dat soort nog bestaat, want het schijnt met uitsterven te worden bedreigd. Een gematigde Democraat wordt al door de regering verweten dat hij hulp en steun aan het terrorisme geeft als hij bij wijze van spreken over de schoolmelkvoorziening begint. Niet eens zo erg bij wijze van spreken. Een senator die zich gekeerd had tegen olieboringen in een natuurreservaat in Alaska werd in zijn staat bestookt met een advertentiecampagne waarin hij met Saddam Hoessein werd vergeleken.

Vorige maand deden twee journalisten van de New Yorker, Seymour Hersh en Nicholas Lemann, onafhankelijk van elkaar een rondje langs de beleidsmakers in Washington en hun bevindingen kwamen beangstigend overeen.

Een nieuwe beleidsdoctrine, nog niet officieel, maar al wel een richtlijn voor ambitieuze plannen, gaat veel verder dan de bestrijding van terrorisme of het optreden tegen vernietigingswapens. Het gaat er nu om te voorkomen dat zich naast de Verenigde Staten ooit nog een concurrerende wereldmacht zal vestigen.

Maar eerst het kleine werk. Lemann geeft een vrij nauwkeurig tijdschema voor de oorlog tegen Irak. Dit voorjaar besprekingen met de bondgenoten en opwindende toespraken van Bush. In de zomer theatrale woordenwisselingen over wapeninspecties in Irak, waarna Bush zal verklaren dat de voorwaarden die Saddam daaraan stelt onaanvaardbaar zijn. Dan in de herfst de opbouw van de troepenmacht in de regio, die enige maanden zal duren voordat de aanval echt zal beginnen.

Er is een adviseur die het ook al heeft over het vervanging van de regimes in Syrië en Iran, maar alles op zijn tijd. Een andere beleidsmaker wijst er op dat de sneuvelbereidheid van het Amerikaanse publiek, die lange tijd onder de maat was, dramatisch is toegenomen. Ik druk me onnauwkeurig uit, want het gaat altijd om de bereidheid dat anderen sneuvelen.

Hersh sprak ook een voormalig beleidsadviseur, een veteraan uit de tijd van Reagan. Die houdt zijn hart vast bij het nieuwe elan dat zoveel stoutmoediger is dan de voorzichtige politiek van zijn oude baas.

Het is inderdaad iets dat de wereld sinds het Romeinse rijk niet gezien heeft: de permanente oorlog tegen de barbaren aan de grens. De eerste regel van de klassieke krijgskunst luidde: als je een oorlog begint, moet je een duidelijk idee hebben hoe je hem zal beëindigen. De klassieke krijgskunst geldt niet meer.

De stoutmoedige strategen, van wie Cheney de meest prominente vertegenwoordiger is, weten volgens Lemann alle tegenspraak te smoren door hun intellectuele superioriteit. Zij hebben een toekomstvisie die de wereld omvat. De voorzichtigen zoals Powell modderen maar wat aan van geval tot geval.

Nog even mogen wij ons vermaken met de lotgevallen van de politicus die door Hofland terecht de kwiebus wordt genoemd. Dan wordt het ernst en zal Europa het gebod horen: `wie niet voor ons is is tegen ons, en wie tegen ons is kan het schudden.'

Die Nederlandse militair die onlangs liet horen dat zijn manschappen popelden om te sneuvelen werd snel door de politiek tot de orde geroepen, maar hij zal zijn hart nog kunnen ophalen.