Oekraïne

Een der grootste landen in Europa moddert voort. De parlementsverkiezingen in Oekraïne, qua oppervlakte en bevolking kleiner dan Frankrijk maar groter dan Polen, zijn volgens waarnemers eerlijker verlopen dan vier jaar geleden, maar hebben onvoldoende duidelijkheid geschapen. En dat is koren op de molen van president Koetsjma, die het land sinds 1994 op cliëntelistische wijze regeert.

Op het eerste gezicht zijn de verkiezingen zondag uitgedraaid op een succes voor de oppositiepartij Ons Oekraïne van ex-premier Joesjtsjenko. Deze westers georiënteerde politicus, die een jaar geleden door Koetsjma werd ontslagen wegens zijn reformistische koers, heeft met ruim 23 procent het presidentiële blok Voor een verenigd Oekraïne (12 pct) achter zich gelaten. De communistische partij (20 pct) en drie andere groepen die de kiesdrempel van 4 procent wisten te passeren, hebben ook het onderspit gedolven. De aanhangers van Joesjtsjenko hebben derhalve al gewag gemaakt van een momentum voor nieuw beleid. Het zou inderdaad voor de hand liggen dat Koetsjma het hoofd buigt en Joesjtsjenko weer toelaat in het centrum van de macht. Het zou ook goed zijn voor Oekraïne, omdat de oud-premier in zijn slechts twee jaar durende ambtsperiode tussen 1999 en 2001 meer bereikt heeft dan Koetsjma in acht jaar. Joesjtsjenko was de eerste sinds de onafhankelijkheid in 1991 die tenminste een poging deed de corruptie – het land is Rusland op de ranglijst gepasseerd – in te tomen en de broodnodige economische hervormingen te stimuleren.

Maar zo simpel is het niet. In de 450-koppige Verchovna Rada wordt de helft van de zetels evenredig verdeeld. De andere 225 zetels worden bezet door vertegenwoordigers der kieskringen. En op dat niveau heeft Koetsjma niet verloren. Bijna 160 districtszetels zijn gewonnen door `onafhankelijken' respectievelijk kandidaten die waren meegelift met Koetsjma's partij van de macht. Het merendeel komt uit de zieltogende mijnbouw in het oosten, de armoedige industriële bolwerken van Koetsjma zelf in het noorden, en andere regio's waar Russisch de voertaal is. Joesjtsjenko heeft zijn districtszetels vooral veroverd in de hoofdstad Kiev en het westen, dat pas in 1939 onder Russische heerschappij kwam en de bakermat is van het Oekraïense nationalisme.

President Koetsjma kan zijn verdeel-en-heerspolitiek daarom voortzetten. Hij kan de tegenstellingen in zijn land tussen oost en west blijven uitspelen en tijdelijke coalities sluiten al naar gelang het uitkomt. Joesjtsjenko heeft daartegen weinig in te brengen. Weliswaar zijn de communisten in de districten bijna weggevaagd, maar hij weet ook dat de Russische president Poetin zijn kaarten heeft gezet op Koetsjma. De `grote broer' in Moskou bepaalt, onder toeziend oog van ambassadeur Tsjernomyrdin die waakt over de gaskraan waarvan Kiev afhankelijk is, de grenzen van de Oekraïense binnenlandse politiek. Europa kan weinig anders doen dan hopen en wachten.