Judocoaches houden elkaar te vriend

Aartsvijanden Cor van der Geest en Chris de Korte sloten vorig jaar ,,omwille van het judo'' een verstandshuwelijk dat nog altijd stand houdt. ,,Ruzie kost te veel energie'', beseffen beide bondscoaches nu.

Hij zegt het zonder blikken of blozen: ,,Chris blijkt bij nader inzien best een gezellige vent''. En voor de goede orde: dat meent Cor van der Geest uit de grond van zijn hart. ,,Het klinkt misschien vreemd, zeker uit mijn mond. Want eerlijk is eerlijk: wie mij twee jaar geleden had gezegd dat ik deze woorden ooit zou uitspreken, die had ik bij kop en staart gepakt en zo op straat gelazerd.''

Als twee onverzoenlijke kemphanen stonden beide judocoaches jarenlang tegenover elkaar. Niets of niemand werd ontzien in de grimmige loopgravenoorlog die de werkverhoudingen op en langs de tatami grondig verziekte. Van der Geest (56) schreef ooit `een zwartboek' over zijn collega uit Hoogvliet, waarin hij zijn rivaal afserveerde als `schorem' en `een bommenwerper'. De Korte diende daarop een officiële klacht in bij de judobond (JBN). Of de heren bondsbestuurders zo vriendelijk wilden zijn om `het ongeleide projectiel uit Haarlem' tot zwijgen te brengen?

Maar dat en De Korte en Van der Geest kunnen het niet vaak genoeg herhalen was toen. Oftewel: lang geleden, hoewel in werkelijkheid nog niet zo heel lang geleden. Maar lang genoeg in elk geval om de bittere herinneringen (voorgoed?) uit te wissen en optimistisch vooruit te blikken. ,,Uiteindelijk heeft het verstand gezegevierd'', zegt Van der Geest. ,,Ruzie kost te veel energie en leidt alleen maar af.'' En De Korte, instemmend: ,,Cor en ik zijn twee verschillende personen, maar hebben één gemeenschappelijk doel: het beste voor het Nederlandse judo.''

Tot verbijstering van alles en iedereen die het judo een warm hart toedraagt, presenteerde de bond de gezworen vijanden vorig najaar als de opvolgers van de eerder dat jaar opgestapte bondscoach van de mannen Louis Wijdenbosch. Het was een wonderlijke bijeenkomst, die verdacht veel weg had van een vervroegde 1 april-grap. Niets bleek minder waar. Het Nederlandse mannenjudo nieuw leven en elan inblazen, was de opdracht die het tweetal, gebroederlijk naast elkaar achter één tafel, zichzelf meegaf op weg naar de Olympische Spelen van Athene (2004).

Drie maanden na hun installatie steekt De Korte triomfantelijk de duim in de lucht zodra hem op de slotdag van het Grand-Prixtoernooi in Rotterdam wordt gevraagd naar de stand van zaken in Nederland judoland. ,,Kan niet beter'', verzekert de 64-jarige trainer van olympisch kampioen Mark Huizinga. Om daar grijnzend aan toe te voegen dat ,,de vredesduiven voorlopig in hun kooi mogen blijven zitten''.

Twee jaar geleden, tijdens een trainingskamp in Japan aan de vooravond van de Olympische Spelen in Sydney, volgde een eerste voorzichtige toenaderingspoging. De Korte herinnert zich het historische moment als de dag van gisteren. ,,Het was al avond, toen ik ergens op een berg de topsportcoördinator van de bond aantrof die in gesprek was met Cor over de vraag hoe het nu verder moest met het Nederlandse judo. `Wij moesten het maar eens samen doen', zei ik. Cor keek alsof hij water zag branden, maar hij wees het voorstel niet meteen van de hand.''

Vijf maanden na `Sydney' werd de vrede bezegeld ,,met een biertje en een goed gesprek in Rome'', herinnert De Korte zich. Daar trok hij zijn collega van de Kenamju-sportschool over de streep, erkent de laatste. ,,Chris hield mij voor dat wij geen van beiden op deze manier afscheid wilden en konden nemen van de sport die ons beiden zo na aan het hart ligt. Daarmee sloeg hij de spijker op z'n kop. Sterker nog: ik was het ook zat, die onderlinge strijd. Op de mat moet het gebeuren, niet daarnaast.''

Maar daarmee was het verstandshuwelijk nog geen feit. Pas nadat de bond had toegezegd zich voortaan slechts met de vaststelling van de budgetten en het beleid te zullen bezighouden, stemden De Korte en Van der Geest in met de duobaan. ,,Om slagvaardig te kunnen optreden en niet meteen over de eerste de beste steen te struikelen, wilden Chris en ik per se de vrije hand hebben. Anders was ons project gedoemd te mislukken'', zegt Van der Geest, die één keer per week overlegt met De Korte. Beiden leggen hun oor regelmatig te luister bij de heimelijke architecte van de verzoening, vrouwenbondscoach Marjolein van Unen.

Nu de rust is hersteld en de samenwerking naar wens verloopt, heeft De Korte goede hoop binnenkort een grote sponsor te kunnen presenteren. ,,Daar zit de bond om te springen. Gelukkig beseffen potentiële geldschieters nu ook dat er eindelijk weer rust in de tent is.'' Van der Geest onderschrijft die woorden van harte. ,,Judo begint langzaam maar zeker z'n geloofwaardigheid terug te krijgen. Dat doet mij na al die jaren misschien nog wel het meest: dat de buitenwacht ons weer serieus neemt.''