Joegoslavische regering laat ultimatum van VS verstrijken

De Joegoslavische regering heeft gisteren unaniem besloten met het Joegoslavië-tribunaal samen te werken. Maar een dag eerder liet de regering wel een Amerikaans ultimatum verlopen; dat ultimatum stelde verdere Amerikaanse hulp afhankelijk van de uitlevering van verdachten aan het tribunaal.

Nu het ultimatum is verstreken loopt de regering in Belgrado een hulppakket van veertig miljoen dollar mis. Die Amerikaanse hulp is automatisch gestaakt nu Belgrado niet heeft voldaan aan de voorwaarden. ,,We kunnen op dit moment geen cheques meer uitschrijven'', zei gisteren een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken.

De federale regering van Joegoslavië, gisteren voor speciaal crisisberaad bijeen, besloot ,,unaniem volledig samen te werken'' met het Haagse VN-tribunaal en ,,alle staatsorganen op te dragen dat eveneens te doen'', zo meldde na het crisisberaad de Joegoslavische minister van Buitenlandse Zaken, Goran Svilanovic.

Een van die staatsorganen is de Joegoslavische president Vojislav Koštunica, die algemeen wordt gezien als de grootste dwarsligger ten aanzien van de uitlevering van verdachten aan het Joegoslavië-tribunaal. Koštunica, die eind vorige week zei ,,doodziek'' te worden van het tribunaal, beweert doorgaans bereid te zijn tot samenwerking met het VN-hof, maar hij voegt daaraan dan toe dat die samenwerking eerst wettelijk moet worden geregeld. Vorige week leverde hem dat een woedend verwijt op van de Servische premier Zoran Djindjic, die zei dat Koštunica zelf de wettelijke regeling verhindert die hij zegt nodig te hebben om met het tribunaal samen te werken.

Zondag beschuldigde Djindjic de federale president ,,een actieve campagne'' tegen het Joegoslavië-tribunaal te voeren, hetgeen Joegoslavië in een internationaal isolement brengt. Koštunica, aldus Djindjic, verwijzend naar de impopulariteit van het tribunaal in Joegoslavië, ,,hoopt dat de Servische regering het vuile werk gaat doen zodat hij en zijn partij patriottische punten kunnen scoren''. De Servische autoriteiten kunnen verdachten arresteren en uitleveren aan het tribunaal, aldus Djindjic, maar ,,het probleem van het tribunaal wordt daar niet mee opgelost''. ,,Het tribunaal zal nog een aantal jaren bestaan en we dienen daar een duidelijk standpunt over te formuleren. Koštunica houdt de mensen voor de gek als hij suggereert dat de internationale positie van ons land en de samenwerking met het tribunaal niet met elkaar te maken hebben'', aldus de Servische premier. Hij noemde Koštunica's houding ,,laf, huichelachtig en onverantwoordelijk''.

De vredesmacht in Bosnië heeft gisteren de Bosnische Serviër Momir Nikolic gearresteerd. Hij wordt door het Joegoslavië-tribunaal gezocht wegens oorlogsmisdaden in Srebrenica, gepleegd tussen juli en november 1995. Nikolic was ondercommandant van de Bratunac-divisie van het leger van de Bosnische Serviërs die Srebrenica `etnisch zuiverde' door duizenden moslims te vermoorden.