`Het is een aanval op mij persoonlijk'

Yasser Arafat wordt sinds vrijdag in zijn kantoor in Ramallah belegerd door Israëlische militairen. Zaterdag was hij bang door de Israëliërs te worden gedood.

De Israëliërs kwamen vrijdagochtend, met zestig tanks, honderd pantserwagens en 2.500 militairen. Ze omsingelden het militaire complex in Ramallah waar Yasser Arafat al sinds december in huisarrest zit.

Arafat wist direct dat de Israëliërs hem moesten hebben. Vanuit zijn raamloze kamer in zijn kantoor – een zandstenen gebouw van drie verdiepingen – belde hij met diplomaten in de hoop op hulp. Hij vroeg telefonisch Anthony Zinni, Amerikaans gezant, om een interventie van de VS. Volgens het weekblad Time zei hij tegen Zinni: ,,Het is een aanval op mij persoonlijk. Ze willen van me af.''

Hij zat er niet ver naast. Enkele uren eerder had de Israëlische premier Ariel Sharon – aldus Time – zijn kabinet meegedeeld dat hij zijn troepen naar Ramallah zou sturen om Arafat op te pakken en hem het land uit te zetten. Maar chefs van de Israëlische inlichtingendiensten en diverse ministers hadden aangevoerd dat Arafat in ballingschap openlijk met terroristische groepen zou kunnen gaan samenwerken en veel te veel vrijheid zou krijgen; Arafat uitzetten, zo voerden ze aan, zou het tegendeel veroorzaken van wat Israël met de uitwijzing zou proberen te bereiken.

Met het oog op die argumenten, die door de meeste ministers werden gedeeld, besloot Sharon Arafat officieel tot vijand te verklaren en hem met een militaire inval volledig in zijn hoofdkwartier in Ramallah te isoleren. Daarbij zouden de Israëliërs van de gelegenheid gebruik maken Arafats lijfwachten en Palestijnse extremisten in Arafats militaire complex in Ramallah te doden of op te pakken. De enige `terughoudendheid' aan Israëlische zijde was het voornemen Arafat niet te vermoorden.

De bezetting van het militaire complex bracht Arafat in paniek. Zaterdagochtend om half negen belde hij een van zijn ministers in de Jordaanse hoofdstad Amman en droeg hem met trillende stem op Arabische en Europese leiders te alarmeren. ,,Zeg hun dat de Israëliërs mijn bureau willen innemen'', aldus Arafat.

Later herstelde Arafat zich. Volgens Adam Shapiro, een Amerikaanse verpleger die vrijdag toevallig in het hoofdkwartier van Arafat was toen de Israëliërs verschenen, probeerde de Palestijnse leider zijn medewerkers op te beuren en moed in te spreken.

De Israëliërs, die inmiddels in het complex 150 Palestijnen hadden gearresteerd, vijf lijfwachten van Arafat hadden gedood en veertig anderen hadden verwond, confronteerden Arafat zaterdag met een per megafoon overgebracht ultimatum: hij moest met zijn medewerkers met de handen in de lucht naar buiten komen. Even later lieten de Israëliërs weten dat ze wilden onderhandelen. Volgens minister Abed Rabbo had Arafat daarop geantwoord dat er niets te onderhandelen viel.

Op dat moment zat Arafat met zijn medewerkers – een handvol volgens sommigen, honderd volgens Shapiro; zijn vrouw en kind zitten al maanden in Parijs – in het bijna-donker: de stroom was door de Israëliërs afgesneden, net als het water. Ook medische voorraden waren er niet meer. Later zaterdag verschenen zeven ambulances van de Rode Halve Maan bij het complex met voedsel, water, medicamenten en batterijen voor Arafats mobiele telefoon. Na een impasse van een uur werden ze door de Israëliërs doorgelaten.