Fortuyn danst op het fundament van Paars

De opkomst van Fortuyn is, veel meer dan door een democratisch tekort of door grijze politici, te verklaren uit de angst van kiezers om de rijkdom te verliezen die onder Paars is geschapen, vindt Godfried Engbersen.

Een niet aflatende stroom van commentatoren heeft in de voorbije weken betoogd dat het politieke succes van Fortuyn het product is van het failliet van Paars. Niets is minder waar. Fortuyn danst niet op de puinhopen van Paars, maar op de stevige fundamenten die door de twee voorgaande kabinetten zijn gelegd. Hij is een product van het succes van Paars.

In het vorige decennium heeft Nederland een ongekende periode van welvaart en banengroei bereikt. Meer dan 1,3 miljoen banen zijn erbij gekomen. Heel veel Nederlanders hebben een sterke stijging van welvaart meegemaakt, of ze nu in Brasschaat wonen, in een oude stadswijk of in een Vinexlocatie. Die burgers willen hun welvaart verdedigen, autochtoon en allochtoon, jong en oud, een- en tweeverdiener.

De gedachte dat vooral de angry white male van middelbare leeftijd op Fortuyn heeft gestemd, is onjuist. Zijn stemmenwinst in Rotterdam is ook niet te verklaren uit het zogenoemde democratisch tekort of door te grijze politici. Overal in de wereld zijn politici grijs en elke volwassen democratie heeft zijn torentjesoverleg en informele overlegcircuits.

Wat vooral telt is dat zich in Nederland een fluwelen revolutie van stijgende verwachtingen heeft voltrokken; de Nederlandse woningmarkt is daarvan het symbool bij uitstek. Nu de grenzen van die grote economische voorspoed in zicht lijken te komen, overheerst de angst. Men zoekt naar nieuwe zekerheden. Ziehier het mechanisme dat onder Paars is ontstaan: doing better and feeling worse. Het is een mechanisme dat onvergelijkbaar is met het klassieke ressentimentmotief dat de kleine man en de werkloze burger in de richting van extreem-rechts drijft.

Natuurlijk speelt de verwaarlozing van het publieke domein een belangrijke bijrol. Fortuyn heeft op kloeke wijze de voorzet ingekopt van het paarse beleid over de inrichting van publieke instituties, en appelleert aan de wens van welvarende burgers tot individuele zelfhulp. Paars heeft weliswaar het belang van toegankelijk en volwaardig onderwijs beleden, net als een goede gezondheidszorg en een adequaat openbaar vervoer, maar heeft tegelijkertijd stilzwijgend een middenklassevlucht in gang gezet naar de homogene woonwijken, witte scholen en privé-klinieken. In die werelden is het veilig toeven, mag je bijbetalen aan het onderwijs van je kinderen en hoeft er niet gewacht te worden. Net nu politici het publieke domein herontdekken, is een groot deel van de kiezers op zoek naar private uitgangen en sluipwegen.

Ook de snelle verandering in de sociale compositie van de Nederlandse bevolking speelt een rol. De multiculturalisering van Randstad Nederland voltrekt zich in een razend tempo, met alle negatieve bijeffecten van dien. Daardoor kunnen oproepen tot aanpassing en grensafsluiting op brede ondersteuning rekenen.

Het is dit alchemistisch mengsel van de wil tot zelfverdediging, de hang naar privatopia en de mythe van gesloten grenzen, waarmee Pim Fortuyn het kiezersvolk weet te betoveren. Zijn polderdroom is een overzichtelijke, propere wereld zonder wachttijden en bureaucratische obstakels. Maar op voorhand kan worden gezegd dat Fortuyns private oplossingen in de zorg en de sociale zekerheid nadelig zullen uitpakken voor veel van zijn kiezers. Net als voor de kleine Italiaanse bankemployé die zich rijkt droomt onder Berlusconi, maar straks met een geringer pensioen genoegen moet nemen en zich geen plaats kan veroorloven in een dure privé-kliniek. Fortuyns polderdromen zijn bedrog.

Ik vermoed dat Fortuyn zijn Waterloo vindt in de havenstad waar zijn victorie begon. In de meest multiculturele stad van Nederland zal Fortuyn aanlopen tegen de weerbarstigheid van de maatschappelijke werkelijkheid.

Hij zal merken dat migranten legaal en illegaal zich niet laten afschrikken door zijn aanwezigheid en de nieuwe grensbewaking. De kleuring en spreiding van migranten over de stad en richting randgemeenten zal zich verder voltrekken. Hij zal ontdekken dat ondernemend Nederland graag wil werken met ongewenste migranten (maar er niet mee wil wonen). Hij zal gaan beseffen dat voor sommige minima geen echte baan beschikbaar is en dat Melkertbanen zo gek nog niet zijn. Hij zal ontdekken dat een serieuze wereldstad als Rotterdam immer met grote en kleine criminaliteit te kampen zal hebben. En hij zal zich realiseren dat gedogen soms van praktische wijsheid getuigt indien wetten zeer moeilijk handhaafbaar zijn of ongewenste effecten veroorzaken (denk aan de drugs- en migratiedossiers). Ook zal hij genoodzaakt zijn zich op een intelligente manier te verhouden met de politie en de vreemdelingendienst, de dienst sociale zaken en werkgelegenheid, het havenbedrijf, et cetera. Doet hij dat niet, dan zal de vierde macht de PvdA dus nog meer dan nu het geval is aan de bestuurlijke teugels van Rotterdam trekken. Rotterdam heeft geen ondernemende dienstverleners nodig, maar civil servants die democratisch totstandgekomen regels zonder willekeur toepassen, die dienstbaar zijn aan de publieke zaak en niet aan hun eigen portemonnee.

Het is een troostrijke gedachte te beseffen dat Rotterdam, volgens Bordewijk in zijn roman Karakter `het stiefkind' van de grote steden, wel eens een heilzame werking kan hebben op de politicus die vader en moeder tegelijk wil zijn van alle verweesde stadsbewoners.

Godfried Engbersen is hoogleraar Algemene Sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

www.nrc.nl dossier Fortuyn