Diplomatiek offensief

Een resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, een oproep van de paus, de fysieke aanwezigheid van een groep internationale demonstranten in Ramallah – het heeft allemaal niet mogen baten. Israël en de Palestijnen zijn, in de woorden van VN-chef Kofi Annan, verstrikt geraakt in de logica van de oorlog. Ze hebben zich in hun loopgraven ingegraven en bestrijden elkaar met grof geweld. De een met terreur, de ander met tanks. Geen van beide partijen wil ook maar een millimeter toegeven. In de logica van de oorlog gaat het niet om de vraag wie waarom begonnen is, of wie de meeste schuld draagt of gelijk heeft. Het gaat om een uiterste poging het eigen gelijk af te dwingen door middel van strijd. Maar noch de slag van Ramallah, noch die van Bethlehem, waar vannacht Israëlische troepen binnenvielen, zal een winnaar opleveren. Een strategie van terreur en geweld lost de onderliggende vraagstukken niet op. Die zijn op zichzelf helder genoeg.

Israël moet stoppen met zijn nederzettingenpolitiek en moet zich terugtrekken uit de bezette gebieden, zodat de Palestijnen daar in vrede en veiligheid kunnen leven. Op hun beurt moeten de Palestijnen alle geweld en terreur afzweren en het bestaan van Israël als joodse staat erkennen. Beide zaken zijn vandaag verder weg dan ooit. Het gewelddadige paasweekeinde heeft dat duidelijk gemaakt. De intifada werd een regelrechte oorlog met aanslagen, vergelding en hevige straatgevechten, gevolgd door uitgaansverboden en persbreidel. In zijn kapotgeschoten hoofdkwartier wacht de in het nauw gedreven Palestijnse leider Arafat de loop der gebeurtenissen af. Met Kerstmis mocht hij van premier Sharon de nachtmis in Bethlehem niet bezoeken. Arafat won prompt de daarop volgende publiciteitsslag. Met Pasen zat hij in de paar vierkante meters nauwelijks leefbare ruimte die hem in Ramallah nog ter beschikking staan. Hij is een martelaar-in-wording. Sharon loopt de kans als beul te worden afgeschilderd – bewijs van diens beperkte tactisch inzicht.

De wereld maakt zich in toenemende mate en met recht zorgen om het uit de hand gelopen conflict. Voor een uitbreiding van de oorlog naar de regio hoeft niet meteen te worden gevreesd. Daarvoor zijn de Arabische landen te verdeeld en zijn ook zij te gevoelig voor de druk van Washington. Maar de aanslagen in Frankrijk en Brussel op synagogen en andere joodse doelen moeten serieus worden genomen. Ze zijn waarschijnlijk het directe en onheilspellende gevolg van de oorlog tussen Israël en de Palestijnen. Ook de ongerustheid op de financiële markten en de stijgende olieprijs zijn omineus.

De logica van de oorlog schrijft behalve strijd een diplomatiek offensief voor. Daar hangt nu veel van af. De VS, tijdens de recente escalatie van het conflict opvallend afwezig, zullen om een bestand te bereiken het voortouw moeten nemen. Belangrijk aanknopingspunt is resolutie 1402, vrijdag door de Veiligheidsraad aangenomen. Daarin wordt aangedrongen op: a) een onmiddellijk staat-het-vuren; b) terugtrekking van Israëlische troepen uit Palestijnse steden, inclusief Ramallah en c) het stoppen van alle vormen van geweld, terreur, provocatie, opruiing en vernietiging. Zonder getalm en onderling gebakkelei en met inzet van alle diplomatieke middelen zal Washington samen met de VN en de Europese Unie moeten werken aan een voorstel voor een politieke oplossing voor de Israëlisch-Palestijnse oorlog. Dit zal snel, met kracht en op het hoogste niveau moeten worden ingebracht.