De tuinman eet gebakken vis

Titiaan schilderde zijn `Noli me tangere' omstreeks 1515. In het Nederlands vertaald heet zijn schilderij `Raak mij niet aan'. Deze woorden zou Christus tegen Maria Magdalena hebben gezegd toen hij aan haar verscheen op paasmorgen.

De scène speelt zich af tegen zonsopgang, de lucht boven de horizon is gekleurd door de dageraad. Christus deinst terug voor Maria die haar arm naar hem uitstrekt. Hij trekt zelfs zijn kleed naar zich toe om te voorkomen dat ze het vastpakt. Op zijn gezicht is meegevoel te lezen, maar ook vastberadenheid. Dat het om de opgestane Christus gaat, is te zien aan zijn lijkwade. In zijn rechtervoet heeft hij een kruiswond en Maria houdt een pot in haar hand met specerijen om het lichaam van de gestorvene te zalven.

De geheimzinnige ontmoeting vormt een contrast met het landleven van alledag op de achtergrond: in de verte loopt een man met zijn hond, een kudde schapen graast in de wei. De schoffel die Christus vasthoudt lijkt een ongewoon attribuut voor de overwinnaar op de dood. Het boerenland en het werktuig verwijzen naar Maria's vergissing zoals die werd verhaald door de evangelist Johannes.

Als Maria bij het lege graf staat te huilen omdat zij denkt dat het lichaam van Christus is weggenomen, verschijnt hij plotseling. In de veronderstelling dat hij de tuinman is vraagt zij hem waar hij het lichaam van Christus heeft neergelegd. Nadat hij zich bekend heeft gemaakt, zegt hij in de bewoordingen van de Statenvertaling: ,,Raak mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren naar de Vader.''

Deze gebeurtenis was bij schilders eeuwenlang een geliefd onderwerp. Vanaf de veertiende eeuw werd Christus in zijn verschijning aan Maria Magdalena steeds vaker als tuinman afgebeeld. Titiaan gaf hem behalve een schoffel eerst ook nog een hoed, maar schilderde deze toch weer over. Anderen gingen veel verder in Christus' vermomming. Zij stelden hem voor met een schop over de schouder of terwijl hij aan het werk is om wortels op te graven.

Volgens Johannes toont Christus zich na zijn verschijning aan Maria nog drie maal aan zijn discipelen. Ook de andere evangelisten vertellen over de verschijningen, maar het is niet te achterhalen wat er precies is gebeurd en waar. De verhalen verschillen van elkaar in plaatsaanduiding, tijdstip en het aantal van de verschijningen, en de personen die erbij betrokken waren. Volgens Mattheüs gaat Maria Magdalena samen met een `andere Maria' naar het graf en verschijnt Christus aan beide vrouwen. In zijn evangelie verschijnt Christus hierna nog één keer in Galilea aan de discipelen. Marcus en Lucas spreken ieder van drie verschijningen, maar noemen Galilea niet. Bij Lucas verschijnt Christus alleen aan de discipelen, niet aan de vrouwen. Lucas is ook de enige met het verhaal dat Christus met twee van zijn discipelen meeliep naar Emmaüs, zonder door hen te worden herkend, terwijl Johannes als enige over het ongeloof van Tomas vertelt.

Het verslag van de evangelisten roept veel vragen op. Waarom hield Christus zich verborgen na zijn opstanding? Zouden de verschijningen niet geloofwaardiger zijn geweest als hij zich ook aan zijn vijanden, bijvoorbeeld aan Herodes en Pilatus, had laten zien, zoals Celsus, een criticus van het christelijk geloof, in de tweede eeuw al suggereerde? Hoe was het mogelijk dat hij zijn moeder vergat? Waarom zou hij zich eerst aan de vrouwen en pas daarna aan zijn discipelen hebben getoond? Was dat, zoals een middeleeuws antwoord luidde, omdat vrouwen geen geheim kunnen bewaren en Christus wilde dat de boodschap van zijn opstanding zo snel mogelijk verbreid werd?

Ook de `noli me tangere'-scène in het Johannes-evangelie is raadselachtig. Mocht Maria Magdalena Christus niet aanraken omdat zijn verschijning niet tastbaar was? Volgens Mattheüs greep Maria wel degelijk zijn voeten. In het Lucas-evangelie nodigt Christus de discipelen uit hem te betasten zodat zij zien ,,dat een geest geen vlees en beenderen heeft, zoals gij ziet, dat Ik heb.'' Om hen te overtuigen eet hij zelfs een stuk gebakken vis. En in het verhaal over de ongelovige Tomas geeft Christus hem toestemming zijn hand in de lanswond in zijn zij te steken.

Alleen in het Johannes-evangelie lijkt er sprake van een verbod. Het `Noli me tangere', zoals Christus' woorden in het Latijn vertaald werden, klinkt als een taboe, net als het `Raak mij niet aan' in de Statenvertaling. Maar het Griekse `Mê mou aptou' in de oorspronkelijke tekst kan ook anders wroden vertaald. Het gezaghebbende Wörterbuch zum Neuen Testament van Walter Bauer geeft voor deze bijbelplaats als vertaling: `Fasse mich nicht länger an!', `Lasse mich los!' Ook het Nederlands Bijbelgenootschap en de Willibrordbijbel vertalen met: `Hou mij niet vast'. Deze vertaling laat een andere interpretatie toe van Christus' gezegde. `Hou mij niet vast' legt de nadruk op het naderende afscheid. Christus bedoelt met zijn woorden: Je moet me laten gaan, want onze wegen scheiden zich. Daarna draagt hij Maria ook op de discipelen te gaan vertellen dat hij opvaart `naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God.' Een commentator van Titiaans schilderij suggereert zelfs dat Christus bedoelt dat Maria's liefde voor hem van nu af aan slechts spiritueel kan zijn.