De man van de moeilijke ballen

Olof van der Meulen stamt uit een generatie volleyballers die veel prijzen won. Hij is nog niet verzadigd en keert zelfs terug in Oranje, waar de speler nog iets heeft recht te zetten. ,,Ik ben als voetveeg gebruikt en dat deed pijn.''

De rijzende zon scheen voor hem niet meer. Na vier jaar had Olof van der Meulen (33) het wel gezien in Japan en streek hij weer neer in de polder. Retour naar Sneek, waar de mensen wel warmte uitstralen en waar het blond schuimend bier voortdurend koud staat. In Almere speelt hij bij VC Omniworld sindsdien zijn partijtje volleybal beneden Amsterdams peil, maar nog steeds boven Nederlands niveau. Eigenlijk geen wonder dat bondscoach Bert Goedkoop hem opriep om voor een tweede termijn het land te dienen.

Zijn rentree in het Nederlands team verschaft Van der Meulen onverwacht de gelegenheid om een oud vuiltje weg te werken. Hij voelde zich in 1997 als international gepiepeld door de toenmalige bondscoach Toon Gerbrands, die de talenten en de routine van de gelouterde Fries negeerde ten faveure van het aanstormende talent Richard Schuil. Die minachting was de speler met 255 interlands te gortig, waarna hij verongelijkt en met tegenzin zijn arbeid in naam van Oranje staakte.

Toen Nederland de Olympische Spelen van 2000 in Sydney dreigde te missen, besefte Gerbrands dat hij te lichtzinnig met Van der Meulen was omgegaan. Hij toog tot twee keer toe naar Tokio om de speler persoonlijk te vragen terug te keren in de nationale ploeg. Maar even zo vaak was er geen woord Fries bij zijn antwoord: nee, nee en nog eens nee.

De stelligheid waarmee Van der Meulen destijds van een rentree afzag roept de vraag op: Waarom toen niet en nu wel? ,,Dat heeft met emoties en gevoeligheden te maken'', verklaart de speler. ,,Als je jaren intens met je sport bezig bent en je wordt vervolgens als een voetveeg gebruikt, dan raakt je dat; het heeft me ook veel verdriet gedaan. Topsport mag dan hard zijn, ik wens wel rechtvaardig te worden behandeld. Ik wilde onder de toenmalige omstandigheden eenvoudigweg niet terugkeren in het Nederlands team.''

Dat Gerbrands indertijd voor Schuil koos kan Van der Meulen billijken, maar niet dat hij geen kans kreeg om de concurrentiestrijd aan te gaan. Nog steeds klinkt er woede in zijn stem als hij aan die tijd terugdenkt. ,,Als Gerbrands een keus maakt, moet hij daar niet op terugkomen. Dat heeft niets met topsport te maken. Je moet geen speler terughalen die je hebt gedumpt. Inderdaad, Gerbrands stond mijn terugkeer destijds in de weg. Privé vind ik hem een gezellige kerel, maar als bondscoach kijk ik anders tegen hem aan.''

Gerbrands reageert quasi verbaasd als hij wordt gevraagd op Van der Meulens uitlatingen te reageren. ,,O, ik dacht dat je iets zou vragen over de tijd dat ik Olof trainde als mini van Animo Sneek. Hij is namelijk bij mij begonnen.'' Maar serieus: ,,In 1997 raakte Van der Meulen geblesseerd om pas een dag voor het EK terug te keren bij het team. We werden Europees kampioen met hem als tweede diagonaalaanvaller achter Schuil. Tijdens een daaropvolgend toernooi om de Grand Champion Cup in Japan gaf Olof in een gesprek aan dat hij geen tweede keus wilde zijn. Ik heb toen gezegd hem niet de garantie van een basisplaats te kunnen geven, omdat Schuil dat jaar alles had gespeeld en een speler voor de toekomst was. Dat hij het gevoel heeft als voetveeg te zijn gebruikt is een kwestie van perceptie. In onze relatie als trainer en speler is er op een gegeven moment iets bij hem geknapt. En dat komt niet meer goed. Hij volleybalt normaal gesproken nog een paar jaar, maar dat zal niet onder mijn hoede zijn. Ik heb nog steeds veel respect voor hem, maar het stond Van der Meulen niet aan dat ik één keer duidelijk tegen hem ben geweest. En daarvoor heb ik mijn tol moeten betalen. Nou, waarvan acte.''

Inmiddels is de verbazing over Van der Meulens terugkeer in de nationale ploeg weggeëbd. Oud-speler Peter Blangé, die als spelverdeler de Fries duizenden set-ups heeft gegeven, keek er aanvankelijk van op, maar hij kan bij nader inzien begrip voor Goedkoops keus opbrengen. ,,Als er geen andere spelers zijn, wat moet je dan'', vraagt hij zich hardop af. ,,En als er dan een goede speler rondloopt die wil, moet je hem nemen. Maar eerlijk gezegd denk ik dat Olof bij Oranje nog iets af te sluiten heeft. Of zijn rentree een succes wordt, zal afhangen van de spelverdeler, van wie een diagonaalaanvaller bij uitstek afhankelijk is.''

Als die samenwerking klikt, heeft het Nederlands team er volgens Blangé een fantastische speler bij. ,,Olof is de man van de moeilijke ballen. Als het lastig wordt, is hij in zijn element. Hoe slechter de set-up en hoe hoger het blok, des te beter Olof er mee uit de voeten kan. Hij is een speler met een fantastische `schouder' en een geweldig balgevoel.''

Joop Alberda, de coach onder wie Van der Meulen olympisch goud won op de Spelen in Atlanta, beschrijft de speler in lyrische termen. Bewonderend: ,,Het lijkt wel of zijn schouder niet aan zijn lichaam vastzit. Wat hij met zijn arm en pols kan, is ongelooflijk. Uit metingen in mijn tijd bleek dat na een slag van Olof de bal 42 rotaties per seconde maakte, tegenover een gemiddelde van 30. Zijn ballen zijn moeilijker te verdedigen. Schuil heeft dat niet; die houdt ervan om de ballen in een gelijkmatig tempo aangespeeld te krijgen. Voor `de meester van de slechte set-up' maakt dat niet uit.''

Van der Meulen werd nog wel eens luchthartigheid verweten, een eigenschap die Ron Zwerver hem ooit publiekelijk kwalijk nam en waarvan een rel het gevolg was. Alberda herinnert zich nog hoeveel tijd het vergde om de breuk te lijmen. En dat Zwerver door een toevalligheid ontdekte dat de Friese losbol wel degelijk zijn gedrevenheid deelde.

Alberda: ,,Na een verloren wedstrijd schopte Olof eens een camera van fotograaf Klaas Jan van der Weij ter waarde van 20.000 gulden kapot. Pas toen begreep Zwerver dat Van der Meulen met dezelfde bezieling speelde. Alleen de uitingen verschilden. Waar Ron huilde na een nederlaag, lachte Olof; maar hij huilde van binnen.''

Van der Meulen blikt zonder rancune terug op dat toentertijd geruchtmakende conflict. ,,Ron heeft er verkeerd aan gedaan door zijn grieven naar buiten te brengen. Hij had het gewoon tegen mij moeten zeggen. Maar ik heb er de naam van losbol aan overgehouden en schijnbaar kom ik daar niet van af. Niet dat ik er trouwens mee zit, want het zal me een zalige rotzorg zijn wat anderen van me vinden.''

Het imago strookt ook niet met de werkelijkheid. Van der Meulen is een speler die met het Nederlands team, op de wereldtitel na, alles heeft gewonnen, in Italië in 's werelds sterkste clubcompetitie heeft gespeeld en het zelfs heeft opgebracht om ter wille van het volleybal lange tijd in Japan te verblijven. Na vier jaar kilheid hunkerde hij naar de Hollandse gezelligheid. ,,In Japan zat ik maar op mijn kamertje en dat kon ik niet langer opbrengen. Ik had het vooral moeilijk tijdens de gezellige dagen rond kerst. Volleybal is er wel van een hoger niveau, maar je had geen sociaal leven.''

Inmiddels is de opgebloeide Van der Meulen op een leeftijd gekomen dat hij wel eens over zijn toekomst na zijn sportloopbaan moet nadenken. En dat doet hij dan ook, zo nu en dan. Voorlopig gaat hij nog een jaartje door bij VC Omniworld, maar daarna is zijn bestaan ongewis. ,,Eerlijk gezegd weet ik bij God niet wat ik na mijn carrière moet doen. Ik heb geen vak geleerd, omdat ik volleyballer ben geworden. Waarschijnlijk ben ik wel tot het volleybal veroordeeld en word ik misschien wel trainer. Ik heb altijd gezegd dat niet te willen, maar ik denk daar inmiddels iets anders over. Maar wel op voorwaarde dat ik alleen met spelers kan werken met dezelfde beleving als ik.'' Om daar grijzend aan toe te voegen: ,,Dat wordt dan een probleem, want die zijn er niet veel meer.''