De lamp

Hij zag er tegenop om met zijn nieuwe vriendin bij zijn ouders langs te gaan. Na elke winter leek hun wereld weer wat kleiner. Zijn moeder somt kwalen van kennissen op, zijn vader sukkelt tijdens het journaal in slaap. Maar wanneer ze voorrijden, zwaait de voordeur verbazend snel open.

Zijn moeder draagt een jurk die hij niet kent. Hij proeft zelfs lippenstift. Zijn vader jongleert met servetringen en wijst veelbetekenend naar de grote, platte lamp op het dressoir: ,,Nooit meer winterblues!'' Zingend snijdt zijn moeder het vlees. Zijn vader schenkt wijn en vertelt kleurrijke verhalen.

,,Vrolijke mensen'', zegt zijn vriendin als ze later op de avond van het helle schijnsel wegrijden. En dan hoort hij voor het eerst iets anders in haar stem, wanneer zij zegt: ,,Wat ben je stil.''