De autokaart is niet weggeweest

De meeste wegen worden nog steeds gevonden op een papieren autokaart. Ondanks routeplanners en navigatiesystemen daalt de belangstelling niet.

Sinds drie dagen moeten telefonerende automobilisten hun handen aan het stuur houden, en dat is geen gek idee. Maar gek genoeg is het nog wel toegestaan al rijdend een wegenkaart te raadplegen, wat hands free nauwelijks wil lukken. Vaak is dat aanzienlijk gevaarlijker dan gelijktijdig bellen en sturen: het ontvouwen van een beetje wegenkaart lukt alleen met twee handen, dus met het stuur tussen je knieën, waarna de kaart met de vlakke rechterhand geplet moet worden op de zitting van de passagiersstoel, wat pas kan nadat de eventuele passagier, die toch niet kan kaartlezen, naar de achterbank is geklauterd. Vervolgens kan het eigenlijke kaartlezen beginnen, met beide handen aan het stuur, maar met de ogen geen van beide op de weg. Moet je eraf bij Heerde of bij Heerde Zuid? Bij Tienray, Venray of bij Venray Noord?

Voor de bestuurder van een motorvoertuig dat met 120 kilometer per uur over het asfalt raast zijn dat soms vragen van groot belang: het verschil tussen tijdig op een spreekgestoelte staan of een leeggelopen zaal aantreffen, tussen wel of niet een grote opdracht binnenslepen en een jaar eerder kunnen stoppen met werken. En als de afslag in kwestie pas 1200 meter van tevoren wordt aangekondigd, wat vaak voorkomt, zijn maar 36 luttele seconden beschikbaar voor boven beschreven procedure en het nemen van de juiste beslissing.

Autonavigatiesystemen mogen sterk in opkomst zijn, maar zo'n beeldschermpje naast de sigarettenaansteker is toch wat anders dan een papieren wegenkaart, dus heeft haast elke gebruiker er een onder handbereik. De verkoopcijfers van Nederlands twee grootste autowegenkaartenmakers, de ANWB in Den Haag en Falk Plan in Eindhoven, bevestigen dat. Ook alle routeplanners die per cd of via internet het slimste traject vaststellen, waarna je een kaartje afdrukt met je printer, brachten de papieren autokaart niet in gevaar. ,,Tot onze eigen verbazing'', zegt George Spoelstra, manager publicaties van Wegener Falkplan aan een tafel met een berg wegenkaarten. Falkplan rekent al een paar jaar op het inkrimpen van de markt, en het gebeurt maar niet. Michiel Hatenboer, manager van ANWB Media, ook aan een tafel vol kaartmateriaal: ,,Met een papieren kaart ben je niet afhankelijk van stroomvoorziening. Kaarten zijn ook duidelijker dan de computerprints van routeplanners.'' Cartografisch redacteur Edwin Massop vult aan: ,,Een autonavigatiesysteem gebruik je vooral aan het begin en het eind van je route, maar voor het overzicht blijft een kaart beter.''

Nog een voordeel boven alle elektronica: kaarten zijn belangrijk goedkoper. Voor 1,80 euro heb je de landsdekkende All Ride 1:250.000 in het handschoenenvak, voor een euro of twaalf de tweebladige Michelin 1:200.000 of de driebladige ANWB-kaart op dezelfde schaal, en daartussen is ook het een en ander te koop. Op het eerste gezicht lijkt het aanbod overstelpend, maar dat komt vooral doordat de 1:250.000 van Falk onder meer wordt verkocht als de officiële kaart van Shell, BP, Total, Falk zelf, een paar automerken, het Kruidvat en Aldi: steeds dezelfde kaart met steeds een andere omslag. Wie iets anders wil kan nog kiezen uit Citoplan, ANWB, Michelin en enkele obscuurdere kaartproducenten. In Thailand of Bulgarije overgetekend met net zoveel verschillen dat niemand het ziet, lijkt het soms.

De herkomst van de informatie mag de kaartgebruiker onverschillig laten, een accurate kaart willen we allemaal. De ANWB gebruikt vooral de verkenningsgegevens van het bedrijf Teleatlas dat alle wegen om de zoveel jaar ter plekke inspecteert, en vaker naarmate ze belangrijker zijn. Falkplan heeft een eigen verkenningsafdeling die binnenshuis blijft en vandaar een veelheid aan openbare bronnen aanboort, zoals Rijkswaterstaat (RWS), provincies en gemeenten. Dat verschil in werkwijze leidt tot twee verschillende kaartbeelden: het gezagsgetrouwe van Falkplan en het lichtelijk anarchistische van de ANWB. Op de Falk 1:250.000 spoort de wegenclassificatie geheel met de officiële van RWS: de A-wegen (rood-geel), N 1 t/m 99 (rood-wit of paars-wit), N 100 en hoger (paars), en de nummerloze wegen (geel of wit). De accentuering van de wegen op de stadsplattegronden, die op sommige edities van de 1:250.000 staan, volgt precies de wensen van de plaatselijke autoriteiten. Spoelstra: ,,Als de gemeente het doorgaand verkeer niet langs de kortste route laat rijden, hebben ze daar redenen voor. Wij zeggen niet tegen de gebruiker: u kunt beter deze straat nemen, daar rechtsaf slaan en dan een keer draaien, dan bent u er veel eerder. Wat de gemeente voorstaat brengen wij in kaart – en daardoor is de gemeente weer bereid ons alle informatie te geven.''

Dan de ANWB. De voormalige wielrijdersbond biedt op de 1:200.000 en de 1:300.000 zes wegcategorieën, maar de indeling is eigen werk. Hatenboer: ,,Wij kijken naar de verkeersintensiteit, de breedte en de bewegwijzering. Soms rijden we zelf en stellen vast: de borden staan zo, maar dit is handiger.'' Massop: ,,Je moet natuurlijk wel een goede reden hebben om van de RWS-indeling af te wijken. Neem de N 381 Emmen-Drachten, dat is een belangrijke doorgaande weg en die heeft bij ons hetzelfde rood als de categorie N 1 tot 100.'' Zijn collega Niels Weijsefeld pakt een kaart: ,,Hier, Zutphen. Mooi voorbeeld. De officiële route Deventer-Zutphen-Apeldoorn gaat als een hoefijzer om de binnenstad heen, maar langs het station is het veel sneller. Dus dat geven we weer.'' Hatenboer: ,,Het doel is toch om de mensen een zo handig mogelijke kaart te geven, niet om de burgemeester tevreden te houden.''

Een handige autokaart is ook: een kaart die met een minimum aan gevaar onderweg te raadplegen valt. Iedereen erkent dat dit beter bij stilstand kan gebeuren, en haast iedereen zondigt daar wel eens tegen. Bestseller van Falk is de standaardkaart, maar dan in stukken gesneden en in een ringband, het Routiq systeem (leverbaar als 1:300.000 of 1:200.000) dat zich makkelijk in één hand laat houden. Cruciaal is ook de weergave van de snelwegen. Duidelijk zijn ze op alle kaarten, maar de Michelin 1:200.000 springt eruit; de Michelin 1:400.000 is al een stuk drukker. Elke kaart biedt nummering van de afritten; maar de benaming ontbreekt soms (Michelin) of is maar heel matig leesbaar (ANWB 1:300.000), zeker als je binnen een paar tellen moet weten of je Maassluis moet hebben of Maasdijk.

Nog een bonus voor wie aan papieren kaarten blijft vasthouden: je natuurlijke oriëntatievermogen blijft scherp en de kaart tussen je oren wordt regelmatig bijgewerkt. Spoelstra: ,,Ik duw mijn kinderen onderweg vaak een kaart in handen, en zeg: kijk maar waar we zijn.''

Websites: www.falk.nl; www.anwb.nl