Wachten op overnames

Het aantal fusies en overnames bereikte het afgelopen kwartaal een nieuw dieptepunt. Niettemin konden beleggers deze week, mede dankzij Shell, weer een beetje de smaak van fusies en overnames proeven.

Is de bodem van de overnamemarkt in zicht?

Stephen Crawford, de grote baas van zakenbank Morgan Stanley, liet er geen misverstand over bestaan deze week. Ook 2002 wordt een moeilijk jaar voor het gilde van zakenbankiers, als het gaat om fusies en overnames. Deze activiteiten staan de laatste tijd, en dat is eufemistisch uitgedrukt, op een laag pitje. De megadeals van eind jaren negentig en het jaar 2000 lijken te behoren tot een glorieus verleden.

De pijplijn met acquisities en fusies bood Crawford weinig hoop: de bank heeft ruim 30 procent deals minder in de portefeuille dan een jaar geleden.

Dit perspectief is illustratief voor de meeste investmentbanks.

Zij hebben de afgelopen tijd vooral gebruikt om het vaak dure personeelsbestand op te schonen. Zo had Morgan Stanley 59.875 werknemers in dienst tegen het einde van eerste kwartaal, 6 procent minder dan het jaar er voor. Goldman Sachs heeft het voornemen dit jaar 1.360 banen te schrappen. En ook de andere collega's, zoals Credit Suisse First Boston en J.P. Morgan Chase zijn aan het saneren.

Of het einde van de saneringsdrift van de zakenbanken in zicht is, blijft vooralsnog de vraag. Crawford van Morgan Stanley zorgde nog wel voor een lichtpuntje: hij verwacht dat het koppensnellen binnen zijn bedrijf nu wel afgelopen is. Je moet natuurlijk voorkomen dat je als bank straks als het beursklimaat verbetert met een onderbemanning zit, zo verklaarde hij dinsdag.

Volgens deze week gepresenteerde cijfers van Dealogic staat de hoeveelheid overnames en fusies in het eerste kwartaal van 2002 op haar laagste niveau sinds vijf jaar. De totale waarde van de aangekondigde transacties is zo'n 50 procent lager ten opzichte van dezelfde periode van 2001. In totaal zijn er 5.064 deals aangekondigd. In de Verenigde Staten daalde het aantal met 57 procent, terwijl dat in Europa 33 procent was.

Een jaar geleden eindigde de teller van het aantal transacties in het eerste kwartaal op ruim 6.000. En wordt er vergeleken met het jaar van de internetclimax op de internationale aandelenbeurzen, 2000, dan is er zelfs sprake van bijna een halvering van het aantal transacties. In 2000 mochten de zakenbanken wereldwijd nog ruim 9.000 overname- en fusiedeals regelen. De transacties waren goed voor een waarde van 1.100 miljard dollar.

Het was toen voor het bedrijfsleven vooral een kwestie van naar de gelddrukkerij lopen: de koersen stonden zo hoog dat de meeste concerns eenvoudig nieuwe aandelen konden uitgeven. Gretige beleggers stonden ongeduldig in de rij om in te stappen.

Een inmiddels bijna klassiek voorbeeld is de overname van het Amerikaanse mediabedrijf Time Warner. In januari 2000 maakte 's werelds grootste internetaanbieder America Online bekend Time Warner te kopen voor 357 miljard gulden in aandelen. Er kwam geen cash aan te pas. Het waren gouden tijden voor de hordes bankiers op Wall Street, die voor elke geslaagde transactie een aantrekkelijk percentage van de waarde van de deal opstreken.

Toen gold ook nog het credo: hoe groter hoe beter. Het bedrijfsleven was op overnamepad. Het afgelopen kwartaal liet een tegenovergesteld beeld zien. De helft van de transacties kwam voort uit desinvesteringen. Laag renderende dochters werden door de moedermaatschappijen verbannen naar de etalage.

Na einde van de interhype, halverwege het jaar 2000 hebben de aandelenmarkten het vooral moeilijk gehad. Het vertrouwen van beleggers was diep geschonden. Vorig jaar en begin dit jaar waren er vervolgens de verschillende boekhoudkundige schandalen (Enron, Tyco) die het vertrouwen van beleggers andermaal aan het wankelen hebben gebracht. De lage beurskoersen blijven een obstakel voor bedrijven die graag wil overnemen of fuseren, en hun transacties met aandelen willen financieren. Onhandig voor de zakenbanken.

Shell verraste deze week de buitenwacht niettemin met een omvangrijke overname. Het energiebedrijf koopt het Amerikaanse bedrijf Pennzoil Quaker State. Het bedrijf wordt daardoor de grootste verkoper van motorolie in de Verenigde Staten. Het olieconcern legt daarvoor een bod van 2,9 miljard dollar (3,2 miljard euro) in contanten op tafel. Ja, want de kas van Shell is zo goed gevuld, dat een emissie overbodig is. De kassa rinkelt in dit geval voor Schroder Salomon Smith Barney, de bank die Shell adviseert bij de acquisitie.

Is er licht aan het einde van de overnametunnel? Een beetje overname is vaak goed voor een versnelde winstgroei van de kopende partij, een resultaat dat zich weer makkelijk vertaald naar hogere beurskoersen. Het is een dynamiek waar beleggers, bedrijven en banken vooralsnog alleen maar over kunnen dromen. Zelfs supermarktconcern Ahold, de ongekroonde overnamekoning, liet onlangs weten dat het dit jaar grote acquisities maar even uitsluit.