Sauma, de Chinees die Europa ontdekte

Zoals Marco Polo naar het oosten reisde, zo trok zijn tijdgenoot Rabban Sauma uit China naar Europa. Zijn dagboek is bewaard gebleven. Tjalling Halbertsma schreef er een boek over.

In de zomer van 1287 stapte in de haven van Napels een bijzondere passagier aan wal. De oosterse man was Rabban Sauma en hoewel hij verschillende talen sprak, beheerste hij geen van de talen die in de steden van Europa gesproken werden. Rabban Sauma was tien jaar eerder uit de Chinees-Mongoolse hoofdstad Khan Balek zijn reis naar het westen begonnen.

De man op de kade was de eerste Chinese onderdaan van wie we weten dat hij Europa bereikte, maar hij had meer met het Westen gemeen dan de havenarbeiders van Napels konden vermoeden. Rabban Sauma was een christen van de Chinese Kerk van het Oosten. Zijn naam betekent `de Vaste', wat waarschijnlijk verwijst naar een geboorte in de vastentijd voor pasen. Het zou een toepasselijke naam zijn voor de monnik die later als eerste Chinese onderdaan het paasfeest in Rome zou vieren.

Ergens op zijn tocht westwaarts had Rabban Sauma zijn Europese tijdgenoot Marco Polo gekruist. Polo arriveerde in China rond de tijd dat Sauma vertrok uit Khan Balek, het huidige Beijing. Polo werd een legende, Sauma werd vergeten. Desondanks liet Sauma in Europa meer sporen achter dan zijn Venetiaanse tijdgenoot in China. Bovendien is het bezoek van de eerste Chinese onderdaan aan Europa, in tegenstelling tot Polo's fantastische avonturen, onomstreden.

Rabban Sauma werd rond 1225 in een vooraanstaande familie van christenen van de Kerk van het Oosten geboren. Zijn reis liep door gebieden waar oorlog, piraterij en honger gemeengoed waren. Onderweg naar het westen werd hij gegijzeld en zag hij een vulkaan uitbarsten. Zijn ontmoetingen met de groten van Europa beschreef hij in een dagboek dat in bewerkte vorm bewaard is gebleven. Het verslag maakt gewag van zijn verwondering over het Europa van de 13de eeuw, maar verwijst ook naar een uitgesproken christelijke leer die Sauma aanhing en die hij voor de raad van het Vaticaan beschreef en verdedigde.

De roomskatholieke geestelijken ondervroegen de Chinese pelgrim uitgebreid over zijn geloof, maar geen van hen informeerde wat er in China in 's hemelsnaam met het christelijke geloof gebeurd was. Waarom de kruisen uit lotusbloemen oprezen of met boeddhistische swastika's versierd werden en hoe het mogelijk was dat Christus in vroege Chinese teksten niet was gekruisigd, maar aan een boomtak was opgehangen en `Hij met het Jade Gezicht' genoemd werd; waarom engelen in China hun vleugels verloren hadden en waarom Maria en China's meest aanbeden bodhisattva vrijwel identiek werden afgebeeld:staande in een grot en met een kind in de armen.

Het bezoek aan Europa was in zekere zin ook een weerzien van twee oude bekenden: want met Rabban Sauma keerde de Chinese Kerk van het Oosten terug naar het hart van Europa, ruim zes eeuwen nadat de eerste christenen (in 635 na Chr.) naar China waren getrokken. Het verhaal van hun aankomst is in een stenen tablet opgetekend dat, net als het dagboek van Sauma, bewaard is gebleven. De Chinese tekst op de steen is een van de belangrijkste erfstukken van de Kerk van het Oosten en beschrijft in 1900 karakters de religie die de eerste christenen meebrachten.

De man die deze `Stralende Religie' naar China bracht, wordt in deze tekst Aluoben genoemd. Zijn bezoek aan China is een van de epische maar vrijwel onbekende ontdekkingsreizen. Aluoben was ook de eerste westerling in China wiens naam we kennen, zoals Sauma formeel de eerste Chinese bezoeker in Europa was. De westerling Aluoben die het christendom naar China meenam en de Chinese onderdaan die de Kerk van het Oosten terug naar Europa bracht, staan dus beiden als eerste buitenlandse gast in elkaars werelddeel te boek. Zij markeren aldus de opkomst en ondergang van de Stralende Religie in China.

In Europa bezocht Rabban Sauma koning Charles van Anjou, de broer van koning Lodewijk IX, die in oorlog met een ander koningshuis was gewikkeld. De twee rivaliserende koningshuizen troffen elkaar in een zeeslag waarvan Sauma getuige was. De slag vond plaats voor de kust van Napels in de Baai van Sorrento op 24 juni 1287 en Sauma zat op de eerste rij: in een van de kleurrijkste passages van zijn dagboek wordt beschreven hoe de Chinese monnik met zijn gevolg vanaf het dakterras van zijn gastenverblijf de zeeslag gadesloeg waarbij twaalfduizend man sneuvelden en de schepen een voor een ten onder gingen. Rabban Sauma, die goed bekend was met de Chinees-Mongoolse veldslagen waarbij de tegenpartij tot de laatste man over de kling werd gejaagd, wijst in zijn dagboek op de wonderlijk regel van de Europeanen dat alleen de deelnemers aan het gevecht gedood werden.

Bijna een jaar later, nadat hij Parijs en Bordeaux bezocht had, vierde Rabban Sauma met paus Nicolaas IV het paasfeest. De paus en zijn Chinese bezoeker stonden daarbij voor een menigte van duizenden volgelingen `maar geen geluid was te horen', meldt het dagboek, `behalve het massaal uitgesproken Amen, dat de grond deed trillen'.

Voordat Sauma naar het Oosten terugkeerde vroeg hij de paus om een aantal relikwieën voor zijn kerk in het oosten. De paus antwoordde zuur dat als hij iedereen die daarom vroeg een relikwie zou meegeven deze wel zeer spoedig op zouden raken. Uiteindelijk kreeg Sauma toch een aantal relikwieën mee. Behalve de beenderen van heiligen ontving Rabban Sauma maar liefst een stuk stof van het kleed van Christus en een handschoen van Maria.

De eerste Chinese bezoeker aan Europa stierf in Bagdad. Het Europa, dat Sauma had aangetroffen, stuurde niet lang daarna haar eigen ontdekkingsreizigers de wereld in. Sauma's bewerkte dagboek werd pas aan het einde van de 19de eeuw in Syrië gevonden en vervolgens in het westen gepubliceerd. Zijn ontdekking van Europa en de vergeten Kerk van het Oosten zou echter een van de vergeten hoofdstukken in de wereldgeschiedenis blijven.

Het verhaal van Sauma en de Chinese Kerk van het Oosten wordt beschreven in Tjalling Halbertsma: `De verloren lotuskruisen, een zoektocht naar de steden, kerken en graven van vroege christenen in China'. Uitg.Altamira-Becht, eind april.