Rode soep

Rheum rhabarbarum. Of je vindt het lekker smaken, of je vindt het een vieze, zure slijmerige groente. Een tussenweg bestaat er geloof ik niet. In de gids van de Britse kruidenkenner c.q. apotheker John Culpeper (1616-1654) wordt het nuttigen van rabarber aanbevolen bij lever en maagklachten, verstoppingen en hypochondrische melancholie.

Een stukje rabarberstengel wordt in dunne plakjes gesneden. De rabarber wordt een nachtje in witte wijn gezet. Dan wordt het geneeskrachtige vocht gezeefd en opgedronken. Pas veel later, in de 19de eeuw, wordt rabarber gebruikt bij het maken van taarten en pasteien. In de Iraanse keuken wordt rabarber aan stoofgerechten toegevoegd, in Afghanistan aan spinazie en in Polen aan aardappels. Voor liefhebbers van rabarber is het volgende recept voor een rode soep. De lichtzure rabarber wordt gecombineerd met zoete bietjes. Zowel jonge rabarber en als bietjes zijn nu verkrijgbaar. Bereiding: pers de sinaasappel uit. Zeef het sap. Rasp de ontvelde bieten. Roer de mierikswortel door de yoghurt. Verwarm de olie in een soeppan en fruit hier in de gesnipperde ui zacht en glazig. Bak de ontvelde en in kleine stukjes gesneden knoflook even mee. Doe de in stukjes gesneden rabarber en de helft van de bouillon in de pan. Kook de rabarber gaar. Pureer de soep met behulp van een keukenmachine. Roer nu het sinaasappelsap, de rest van de bouillon, de geraspte bieten en een snufje zout door de rabarberpuree. Proef of de soep nog wat extra suiker behoeft. Laat de soep 3 minuten zachtjes koken. Schep de soep in diepe borden. Schep in elk bord een lepel yoghurt en strooi er bieslook over. Deze soep kan in de zomer ook koud worden gegeten.