Reünie in een Chinees bergdorp

Een groep vroegere klasgenoten ging op reünie naar een Chinees bergdorp, waar een van hen de Culturele Revolutie had doorgemaakt. Toen was het bergwater nog helder.

De laatste keer dat Wang Li in het Chinese bergdorp Shaoguozhuang was, is nu meer dan dertig jaar geleden. ,,Toen was het er nog niet zo zanderig. Er was veel meer water. Overal stroomden bergbeekjes'', zegt hij. Eind jaren zestig was hij op een zomerse dag in Peking op de fiets gestapt om een van zijn klasgenoten te bezoeken die in dit dorp tewerk was gesteld. ,,Het was een eind fietsen, wel 60 kilometer over slechte wegen, maar we waren nog jong en niet snel moe'', vertelt hij. ,,Het bergwater was nog zo zuiver dat je het gewoon kon drinken, overal waar je water zag, kon je je dorst lessen. Bijna overal, dan. Soms waarschuwden de boeren je voor bepaalde stroompjes. Zie je die grote grijze keien die hier overal liggen? Daarmee sloegen de boeren elkaar de kop in bij gevechten die uitbraken tussen verschillende facties. Hun graven werden niet gemarkeerd. Daar in de buurt kon je maar beter geen water drinken.''

De gevechten hadden plaats tijdens de Culturele Revolutie (1966-1976), een periode van door Mao geïnstigeerde onderlinge strijd binnen alle geledingen van de maatschappij. In deze periode werden veel jongeren vanuit de stad naar het platteland gestuurd om daar te leren van de boeren.

De negen mannen die vandaag met hun gezinnen op bezoek zijn in Shaoguozhuang, hebben allemaal met elkaar in de klas gezeten. Ze zaten op een middelbare jongensschool in Peking, waar ze net de eerste drie jaar middelbare school hadden afgesloten toen de Culturele Revolutie begon. Eerst leek er nog weinig aan de hand: ze bestudeerden Mao's meest recente geschriften met hun leraar Chinees in de klas, maar al snel bleek dat dat niet de bedoeling was: revolutie was niet iets voor studie in de klas, maar voor de maatschappelijke praktijk. De school ging dicht en de leerlingen moesten naar huis. Een van hen werd naar dit dorp gestuurd, waar hij lid werd van een productiebrigade. Je werd voor je werk betaald in werkpunten. ,,Liu Jing kreeg wel acht punten per dag'', vertelt Ping Guowei, de oude boer die vroeger Liu's brigade leidde. ,,Ik zelf kreeg er twaalf, maar ik leidde dan ook een ploeg van zo'n 120 man.'' Hoeveel die punten precies in geld waard waren, bleek pas aan het einde van het oogstseizoen als een deel van de oogst werd verkocht.

De middelbare scholieren van toen hebben altijd contact met elkaar gehouden, en ze vormen nog steeds een hecht onderling netwerk dat elkaar steunt in tijden van nood. Dat netwerk biedt ook steun aan boer Ping, die het na de Culturele Revolutie heel wat minder ver schopte dan de scholier die bij hem in de ploeg kwam werken. Liu is inmiddels een gerespecteerde ambtenaar met een eigen auto, maar Ping is niet veel rijker dan vroeger. Hij werkt niet meer voor de werkpunten van het collectief, maar hij heeft een aantal notenbomen toegewezen gekregen. De opbrengst mag hij zelf verkopen tegen marktprijzen. Een paar jaar terug kocht Japan veel tamme kastanjes om er kastanjepuree van te maken, maar later ze vonden een goedkopere leverancier.

Ping is niet in staat om het grote gezelschap te voeden, dus al het eten en drinken is door de stedelingen meegevoerd, inclusief de papieren bordjes en de wegwerp-eetstokjes. Om toch wat bij te dragen aan de maaltijd, tilt de vrouw van Ping de deksel van een ondergrondse voorraadruimte op de binnenplaats van het huis. Daar komen een paar ingemaakte varkenspootjes uit te voorschijn. Het zijn de laatste resten van een voorraad die niet meer wordt aangevuld: niemand in het dorp houdt nog varkens, want de prijs van varkensvlees ligt veel te laag. De familie van Ping neemt nauwelijks deel aan de maaltijd. ,,We hebben al gegeten'', zeggen ze. In de winter gebruiken ze twee maaltijden per dag: ze hebben dan weinig kracht nodig omdat er niets op het land te doen is. Na afloop van de maaltijd schuiven de bezoekers discreet een enveloppe met geld onder de grootste luxe van het huis: de kleurentelevisie, waarboven een portret van Mao hangt.

De kinderen van Ping hebben het dorp verlaten om elders handel te drijven. In de straten tref je vrijwel alleen nog ouderen en kleine kinderen aan. De rest en komt alleen nog terug om te helpen bij de oogst. Na de maaltijd vertrekt de stoet auto's toeterend en zwaaiend weer uit Shaoguozhuang, het dorp in tijdloze armoede achterlatend.