Pim Fortuyn gaat slaan

Leuke jongens, bestaan die nog? Jongens van nu stellen prijs op andere adjectieven; jongens van nu willen heftig, vet, cool zijn. Maar leuk?

Nee. De leuke jongen is een vrijwel uitgestorven soort die je associeertmet het Nederland van vóór het hedonisme, uit de tijd van verzuiling enopgevoerde bromfietsen, kerkbezoek en ontluikende hippiecultuur. In de jaren zestig zong de toen immens populaire Gonnie Baars over dit soort jongens. ,,Alle leuke jongens willen vrijen, maar het stadhuis is er niet bij.''

In de marge van zijn hang naar nostalgie en restauratie heeft Pim Fortuyn de leuke jongen gerehabiliteerd, zij het in een bij uitstek hedendaagse, en dus hedonistische context. In de Engelstalige talkshow Jensen, uitgezonden door Yorin, werd Fortuyn gevraagd of hij behalve zijn hoofd ook zijn schaamstreek bijhield met de tondeuse. Het antwoord was bij uitstek Fortuynesk: ,,Ik nodig alle leuke jongens van Nederland uit om het van dichtbij te komen bekijken.''

Electoraal gezien zijn de leuke jongens inmiddels nader tot Hem gekomen, want behalve mannen van vijftig en ouder schijnt de aanhang van Pim Fortuyn wonderlijk genoeg te bestaan uit allochtone jongeren uit grote steden – precies die groep die Fortuyn in zijn uren in de dark room verwelkomt, maar die hij in het volle licht, zodra ze aan de poorten van het land staan, liever ziet gaan dan, nou ja, komen.

Fortuyns seksueel expliciete wise-crack in de talkshow Jensen is er één uit velen. In de TV Show van Ivo Niehe weidde hij al eens met zichtbaar plezier uit over de smaak van sperma (hij vergeleek het met een ferme slok Beerenburg), en alweer wat langer geleden onderwees hij het volk al over de techniek van het rimmen, bij voorkeur door hem bedreven in de dark room. Fortuyns onbezorgde openhartigheid is op zich niet zo opzienbarend; het past uitstekend in een tijd waarin beeldend kunstenaars de museumzalen halen met videofilms van hun beddelakens (Tracy Enim, in de Tate Modern) en waarin schrijvers hun peristaltische eigenaardigheden onthullen (Connie Palmen, in I.M.). Er is weinig zo cultureel correct als het uitventen van je meest private domein.

Opmerkelijk is wél dat die openhartigheid bij Pim Fortuyn bijna tot een vorm van campagnevoeren is verheven – zij het dat het uitsluitend bij hém werkt. Had een politicus van één van de paarse partijen zich laten verleiden tot ook maar een fractie van het exhibitionisme als van Fortuyn, dan had dit onmiddellijk bijgedragen aan een in de polls terug te vinden afstraffing door de kiezer. Zodra Melkert ons eraan herinnert dat hij getrouwd is met een Chileense, dan is direct duidelijk dat de gekwelde PvdA-lijsttrekker met die bekentenis hengelt naar een officieel brevet van de Stichting Algemeen Slachtofferschap. Brengt Fortuyn zijn biotoop van de dark room ter sprake, dan waardeert zijn aanhang onmiddellijk zijn epaterende schaamteloosheid. Pim zegt nu eenmaal waar hij voor staat. Dat het gros van diezelfde aanhang, behalve xenofoob, ook vrijwel zeker intens homofoob zal zijn, is een `detail' dat Fortuyn ongetwijfeld zal pareren met het inmiddels voor hem zo karakteristieke stopwoord `de-ma-go-gie-hie'.

Alleen gestaalde beroepspolitici, voor wie het pluche een tweede huid is geworden, verbazen zich nog over het feit dat Fortuyn ermee wég komt, met dit soort vrolijke oproepen aan ,,alle leuke jongens van Nederland''. Alle anderen weten inmiddels dat Fortuyn in zekere zin boven de partijen staat. Want: geen financieel onderbouwd partijprogram, een kandidatenlijst met een extreem hoog Swiebertje-gehalte, vrouwvijandige uitlatingen, en een presence (Daimler, schoothondje, blufpochet) als van een semi-hysterische zonnekoning – het maakt allemaal niets uit, zijn aanhang, het is al vaak gesignaleerd, stemt niet op een program maar op een présence.

Wat natuurlijk meewerkt is natuurlijk de collectieve verliefdheid van de media op Il Fortunato. Het interessante is dat die verliefdheid zich uit in een getrapt soort media-aandacht. Misschien nog wel belangrijker dan de talloze soundbites die Fortuyn op televisie wordt vergund, zijn de ontelbare analyses van het Fenomeen Fortuyn. En iedereen, van Kees Lunshof in De Telegraaf tot Bas Heijne in deze krant, concludeert hetzelfde: de man is de belichaming van de hype, maar de ongenoegens die hij verwoordt zijn substantieel en zelfs onontkoombaar.

Met alle gewiekste media-optredens op zijn naam steeg Fortuyn vorige week aan tafel bij Andries Knevel boven zichzelf uit. Tegenover Knevel nam hij doodleuk de verklaringen voor zijn populariteit over van de Lunshofs en Heijnes. Tegen Knevel zei hij het zo: ,,Ik mag dan een verschijnsel van voorbijgaande aard zijn, de problemen die ik aankaart zijn dat niet.'' Dat is bijna woordelijk hetzelfde als de conclusie van Heijnes in zijn recente column. De opmerking bij Knevel was een bescheiden meesterslag; het Fenomeen ís niet alleen, het duidt zichzelf in éen moeite door. If you can't beat them, join them, is de slogan uit het Nederland van het inmiddels geblakerde poldermodel. Fortuyn beats by joining – ogenschijnlijk een nuanceverschil maar in werkelijkheid een zelden eerder vertoonde campagnestrategie.

Bij Fortuyn-analisten als Lunshof en Heijne is de fascinatie voor het fenomeen even groot als de weerzin. In hun duiding van Fortuyns charisma betrachten zij grote afstand. Hem ontleden: altijd. Op hem stemmen: dat natuurlijk nooit. Stemmen trekt Fortuyn volgens de marktonderzoekers onder de `laagopgeleiden', de`kansarmen' – kortom: onder iedereen die, getuige een passage uit Fortuyns De puinhopen van paars, uit hun ziekenhuisbed worden gemitrailleerd zodra hun voorman een kwaal heeft en zon bed nodig heeft. In De puinhopen van paars memoreert Fortuyn dat hij eens met een schedelbasisfractuur werd opgenomen in het ziekenhuis. Tot zijn horreur moest hij, ,,eersteklas verzekerd, plus, plus!'', een kamer delen met een derdeklasverzekerde. Ziehier in een notedop het masochisme van de gemiddelde Fortunist: zó verblind is alleen `de onderklasse' (het door Fortuyn gerehabiliteerde woord) dat men stemt op degene die hen bij ziekte een bed ontzegt.

Toch vindt Fortuyn ook volgelingen waar niemand die had vermoed. Vorige week publiceerde schrijver Louis Ferron in Trouw een paginagrote stemverklaring. Ferron stemt op de Lijst Fortuyn. Hij beargumenteerde zijn keuze door terug te blikken op de Franse Revolutie en zelfs de Romeinse veldheren. Zó weids heeft zelfs de megalomanicus Fortuyn het zélf nog niet durven presenteren. ,,Ik hang Fortuyn aan omdat de westerse cultuur zoals wij die gekend hebben, failliet is'', concludeerde Ferron, die daarmee voorbijging aan zo'n beetje Fortuyns credo dat nu juist de Islam een moreel en cultureel failliet moet worden aangezegd, terwijl de `de Westerse cultuur' van achterlijke smetten vrij moet worden gehouden. Dat Ferron zich niettemin tot de Lijst Fortuyn bekeerd weet, komt natuurlijk doordat De Man in de Daimler in essentie een hologram is, in wie werkelijk álle denkbare ongenoegens moeiteloos kunnen worden geprojecteerd. En: Het hologram Fortuyn erkent volmondig zijn transparantie – zie de overpeinzing aan tafel bij Knevel.

In essentie wijkt Louis Ferron niet af van de derdeklasverzekerde die zich aan Fortuyn lieert. Het was immers dezelfde Ferron die bij zijn zestigste verjaardag in een interview in NRC Handelsblad memoreerde dat zijn boekenverkoop nooit zo hoog is geweest en dat hij dankzij rijkssubsidies zijn – geweldige – oeuvre heeft kunnen bouwen. Geen woord maakt Fortuyn in De puinhopen van tien jaar paars vuil aan kunstbeleid, maar je hoeft geen ingewijde te zijn om te weten dat Fortuyn zijn botte bijl trekt zodra hij het woord `kunstsubsidies' hoort. Wíj vinden Louis Ferrons boeken onmisbaar in de moderne literatuur; híj vindt deze schrijver een loser die nu al decennia met een verweekt handje in de staatsruif graait.

Louis Ferron noemt zijn keuze voor Fortuyn een `nihilistische'. De westerse cultuur is volgens hem failliet, en dus: de zweep erover! Van Ferron mag Pim eens stevig slaan. Indien Fortuyn na 15 mei aan de macht komt, zal Ferron hetzelfde merken als de `derdeklasverzekerde' die omver zal worden gereden door de scheurende Daimler: Il Fortunato zal inderdaad niet schromen de zweep te gebruiken. En natuurlijk zal hij de ruggen striemen van degenen die hem die zweep hebben aangereikt. Ze zullen het nog lekker vinden ook. In de heerlijke nieuwe donkere kamer van Pim Fortuyn vloeit het allemaal in elkaar over: nihilisme, hedonisme, masochisme, extremisme. Als alle leuke jongens van Nederland dan inmiddels kermen, heeft Fortuyn daar geen boodschap aan. Híj had zich immers al geschoren. Nu alle achterlijken en verliezers nog.